Sluiting extremistische moskeeën krijgt in Oostenrijk brede steun

Regering Kurz Dat de Oostenrijkse regering moskeeën sluit waar kinderen in militair uniform veldslagen naspelen wordt gesteund door links en rechts. Maar er is kritiek op de groeiende rol van de extreem-rechtse FPÖ.

Door Oostenrijkse regering gesloten moskee in Wenen. Foto Ronald Zak/AP

In de grootste moskee van Wenen, gerund door de Turkse godsdienstautoriteit ATIB, moesten kinderen een slachtpartij uit de Eerste Wereldoorlog naspelen. Ze droegen Turkse militaire camouflage-uniformen. Velen sneuvelden. Zij werden in Turkse vlaggen gewikkeld. De overlevenden paradeerden er na hun overwinning langs en brachten de ‘martelaren’ een saluut.

Toen foto’s van deze sessie in april in de pers verschenen, waren veel Oostenrijkers geschokt. Deze toestanden waren al sinds 2014 aan de gang, zo bleek. In een andere moskee leerden kleuters hoe ze de wolfsgroet moesten brengen, het handgebaar dat typerend is voor de Turkse extremistische groepering Grijze Wolven.

Toen de Oostenrijkse regering op 8 juni aankondigde dat zij zojuist deze twee moskeeën en nog vijf andere gesloten had, omdat ze bestaande regels voor gebedshuizen hadden overtreden, kreeg zij steun uit alle politieke geledingen. Liberalen, socialisten en groenen noemden het een goed besluit. Zelfs het tijdschrift Falter, dat de foto’s over de geïndoctrineerde kinderen als eerste bracht en doorgaans zeer kritisch is over deze regering, steunde het. Ook de mogelijke uitzetting van zestig imams die vanuit Turkije zouden zijn betaald – wat strijdig is met de regels – kan rekenen op brede goedkeuring in het land. Dat er in Oostenrijk geen ruimte kan zijn voor „parallelle samenlevingen”, zoals de conservatieve kanselier Sebastian Kurz verklaarde, is onomstreden.

Veiligheid en migratie

Wat wél weerstand oproept, is het feit dat de regering-Kurz, een coalitie van de christen-democratische ÖVP met de extreem-rechtse FPÖ, extreme elementen in de moslimgemeenschap keihard aanpakt, maar in andere gemeenschappen amper. Een woordvoerder van de socialistische oppositiepartij SPÖ zei op de radio dat zijn partij vóór de sluiting van moskeeën is en vóór de uitwijzing van imams die de wet vertreden, „maar doe dan ook iets aan de rechts-extremen”.

Lees ook: FPÖ heeft nazitijd nooit echt begraven

Anderen bekritiseerden de gretigheid waarmee Kurz de sluiting en uitwijzingen bekendmaakte: hijzelf, FPÖ-leider Strache en twee ministers van beide partijen gaven een lange persconferentie waarmee ze het andere nieuws verdrongen. Om dit te doen, precies in een periode waarin Turken in het buitenland hun stem uitbrengen voor de Turkse presidentsverkiezingen (tot 19 juni), vinden sommigen polariserend.

Deze regering, die in december 2017 werd gevormd, profileert zich bij uitstek op rechts-conservatieve thema’s als veiligheid en immigratiebeperking. Kurz wil stoppen met de EU-toetredingsgesprekken met Turkije. Hij zinspeelt doorlopend op nieuwe immigratiegolven, en verzekert burgers dat hij dan meteen de grenzen sluit. Hij verlaagde de kinderbijslag voor arbeiders uit lage-lonenlanden, wat strijdig is met de non-discriminatieregels van de Europese interne markt. FPÖ-ministers hakken constant op de openbare omroep in, die „links” en bevooroordeeld zou zijn. En hoewel strengere regels voor de islamitische gemeenschap in Oostenrijk door de vorige regering zijn afgekondigd, en een socialistische staatssecretaris als eerste moskeeën waarschuwde tegen buitenlandse financiering, zeiden medewerkers van de huidige minister van Cultuur tegen de krant De Standaard dat de vorige regering „niets gedaan” heeft.

Accent op harde lijn

Anders dan de vorige keer dat de FPÖ in de regering zat (2000-2004) probeert de partij nu een duidelijk stempel te zetten op het beleid. Het accent ligt op een harde lijn tegen vreemdelingen en alles wat islamitisch is.

De partij is ook druk bezig met politieke benoemingen. In diverse overheidsdiensten worden functionarissen – niet zelden socialisten – vervangen door FPÖ-getrouwen. Sommigen zijn lid van Burschenschaften, rechts-nationalistische mannendisputen die soms verbonden zijn met de FPÖ.

De minister van Binnenlandse Zaken, een FPÖ’er, stelde het hoofd van de binnenlandse veiligheidsdienst op non-actief en liet huiszoekingen doen bij hem en zijn medewerkers. Deze dienst onderzoekt extremisme, ook bij groeperingen met banden met de FPÖ. Pikant: bij die huiszoekingen zouden bestanden zijn geconfisqueerd over extreem-rechtse groeperingen en hun connecties. De rechter draaide het ontslag van het hoofd van de veiligheidsdienst recentelijk terug, maar de vete woekert zo hard voort dat een parlementaire onderzoekscommissie zich er inmiddels over buigt.

    • Caroline de Gruyter