Agressieve jeugdvoetballer? Gelijk door naar Halt

Jeugdsport Jeugdvoetballers die zich ernstig misdragen, kunnen sinds 2015 gedragstraining volgen. De voetbalbond en Halt pleiten voor uitbreiding naar andere sporten.

Jeugdvoetballers die zich ernstig misdragen, kunnen sinds 2015 gedragstraining volgen. Foto Bert Spiertz / Hollandse Hoogte

Een wedstrijd in het Haagse juniorenvoetbal, eind 2017. De 36ste minuut. Na een duel om de bal ontstaat een ruzie. Spelers duwen, spelers schelden. De dan 18-jarige Justin krijgt een waas voor zijn ogen. Hij slaat met zijn vuist hard op het voorhoofd van een tegenstander. Justin krijgt een rode kaart en wordt direct van het veld gestuurd. De tegenstander doet aangifte van mishandeling bij de politie.

Iets te laat („Sorry, maar ik moest even schuilen voor de regen”) stapt Justin – die uit schaamte niet met zijn naam in de krant wil – enkele maanden na zijn rode kaart een kantoorgebouw in Den Haag binnen. Een gespierde jongvolwassene, haren nonchalant in de gel, polootje, gescheurde jeans en witte sneakers. Halt-medewerkster Esther van der Marel wacht hem op voor een derde sessie gedragstraining. Samen kijken ze naar een filmpje waarin een voice-over het heeft over „de volgende stap in de boosheidscontroleketen”. Voortaan moet Justin in het veld ademhalen, terugtellen van twintig naar tien en aan iets leuks denken.

De KNVB en Halt trainen sinds 2015 agressieve jeugdspelers om ze te leren hun agressie te beteugelen. Daarbij gaan spelers die op het veld door het lint zijn gegaan in gesprek met medewerkers van Halt. Agressieve amateurspelers krijgen de cursus aangeboden van de tuchtcommissie of speciale aanklagers in het amateurvoetbal, die na een overtreding een schikkingsvoorstel doen.

Als spelers er voor kiezen de cursus te volgen, wordt een deel van de schorsing omgezet in een voorwaardelijke straf. Dat voorwaardelijke deel kan dan oplopen van enkele wedstrijden tot anderhalf jaar, afhankelijk van hoe zwaar de overtreding was.

Maatschappelijk probleem

De agressietrainingen lopen tot eind dit jaar, ze kosten het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) 130.000 euro per jaar. Volgens Halt en de KNVB moeten meer jeugdspelers de agressietrainingen kunnen volgen en moet de samenwerking worden uitgebreid met andere sportbonden. Jan Dirk van der Zee, directeur amateurvoetbal van de KNVB, stelt dat een verdubbeling van het budget noodzakelijk is om meer sporten te bedienen.

De KNVB-directeur vindt het logisch dat de voetbalbond zelf niks aan de gedragstrainingen bijdraagt. „Dit is geen probleem van voetbalclubs, maar een maatschappelijk probleem.” Van der Zee vindt niet dat hij daarmee het probleem afschuift. „Als spelers agressief gedrag vertonen, heeft iedereen daar last van, niet alleen op het voetbalveld. Voetbal is een volkssport, ik vind het logisch dat goedwillende leden van ons daar niet voor opdraaien.”

Hevigheid geweld neemt toe

Jaarlijks volgen zo’n 200 jeugdspelers tot en met achttien jaar de gedragstraining. Ongeveer driekwart vanwege relatief lichte vergrijpen, zoals natrappen, maar ook vechtpartijen. Een kwart vanwege zwaardere excessen, zoals heftige vechtpartijen of geweld richting een scheidsrechter: in het seizoen 2017-2018 ging het om 45 jeugdspelers.

Volgens KNVB-directeur Van der Zee zijn er bij de jeugd 130 zware incidenten per jaar, op een totaal van 750.000 wedstrijden. „We willen daarom dat meer spelers die gedragscursus kunnen volgen”, zegt Van der Zee. Terwijl hij het aantal incidenten op het voetbalveld ziet afnemen, neemt volgens hem de hevigheid van het geweld toe. „We zien steeds vaker dat iemand uit het niets een trap wordt verkocht. Soms zelfs als een speler al op de grond ligt.”

Onderzoeksbureau DSP-groep onderzocht voor de KNVB en Halt het effect van de gedragstraining door het voorleggen van vragenlijsten aan deelnemers, medewerkers, ouders en voetbaltrainers. Conclusie: vrijwel alle deelnemers hebben baat bij de trainingen Sport en Gedrag. Toch is het voor de onderzoekers lastig om vast te stellen of de cursus ook op lange termijn effect heeft. Een nameting of nazorg ontbreekt.

Halt-directeur Janet ten Hoope, eerder officier van justitie en leidinggevende bij het Openbaar Ministerie, erkent dat in het rapport harde conclusies over recidive ontbreken. Volgens haar blijkt uit eerder onderzoek naar elementen van de training dat deze effect hebben. „Het is prachtig dat we met deze trainingen deze groep jongeren aan tafel krijgen. Dat ze dankzij gesprekken bij een ruzie op school ervoor kiezen iemand niet op zijn bek te timmeren.”

Volgens Ten Hoope is het een fijne bijkomstigheid dat spelers eerder weer mogen voetballen als ze meewerken aan de cursus. „Jongeren zullen hier niet vrijwillig aan meedoen, er is iets te verdienen: dat je weer kan voetballen. Daardoor krijgen wij de kans met die risicogroep aan tafel te zitten.”

Ademhalingsoefeningen

Dat geldt ook voor Justin. Hij volgt de cursus vooral omdat zijn schorsing werd gehalveerd: van zes naar drie maanden. Aan het begin van het gesprek met de Halt-medewerkster blijkt dat Justin een opdracht niet heeft gemaakt, omdat „die mail ineens weg was op mijn telefoon”. Hij krijgt een officiële waarschuwing, als dit nog eens gebeurt mag hij de cursus niet afmaken. Dat gebeurt vaker: in 2017 maakte ongeveer 10 procent de cursus niet af.

Kort doen ze ademhalingsoefeningen. Justin moet aan iets leuks denken als hij weer agressief wordt („Op vakantie met vrienden op Mallorca”). En ze nemen het ‘conflictdagboek’ door dat hij moest bijhouden, met moeilijke momenten. Zoals die keer op de training, waarbij een teamgenoot hem van achteren neerhaalde. Justin reageerde met een duw. „O, je hebt hem een duw gegeven”, zegt Halt-medewerkster Van der Marel. „Dat is niet goed.” Justin is het er niet mee eens: „Als je niks van zulke dingen zegt, dan stopt het niet.”

Profspelers ook aanspreken

KNVB en Halt zijn al enkele maanden in gesprek met de ministeries van VWS en Justitie en Veiligheid om het project ook na 2018 door te laten gaan. Maar, benadrukt KNVB-directeur Jan Dirk van der Zee, goed gedrag van jeugdspelers volgt niet alleen na agressietrainingen. „Ik vind dat we profspelers meer moeten aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Als ik Sergio Ramos van Real Madrid in de finale van de Champions League een speler van Liverpool zie pakken, dan weet ik: dat zien wij het volgende weekend terugkomen op de amateurvelden.”

Justin moet nog vier sessies bijwonen. De officier van justitie moet nog besluiten of hij ook strafrechtelijk vervolgd wordt voor mishandeling. Eén ding is Justin duidelijk, zo zegt hij, „dit wil ik nooit meer”. Hij kan niet meer voetballen, moet naar deze bijeenkomst. „Het is het allemaal niet waard geweest. Slaan, dat zal ik nooit meer doen. Geloof me, ik heb mijn lesje wel geleerd.”