Nadal grijpt je bij de strot, wurgt je, sloopt je

Roland Garros Rafael Nadal is onoverwinnelijk op de banen van Roland Garros. Hij is een graveltennisser als geen ander, niemand die bij hem in de buurt komt.

Foto BENOIT TESSIER/Reuters

Hoe zal, pak ’m beet in 2068, worden teruggekeken op Rafael Nadal? Wordt hij, ook dan, beschouwd als een fenomeen voor de eeuwigheid? Wordt er, rond die tijd, teruggekeken op Nadal zoals Björn Borg (62) en Rod Laver (79) nu bij leven een legendarische status hebben?

Het is nog vroeg, hij is 32, maar zijn sporthistorische nalatenschap mag voorzichtig opgemaakt worden, na zijn elfde titel in evenzoveel finales op Roland Garros.

De beste gravelspeler aller tijden, zonder meer. Zonder twijfel ook de beste linkshandige tennisser ooit – sorry John McEnroe. The greatest of all time? Roger Federer.

Vooralsnog. Die strijd ligt – sorry Federer – nog open, met de zeventien grandslamtitels van Nadal tegenover de twintig van Federer. Het valt niet uit te sluiten dat Nadal hem nog achterhaalt of zelfs voorbijgaat. Het is voer voor tennisfetisjisten – de discussie zal de komende maanden vervolgd worden op Wimbledon en de US Open.

Speler als geen ander

Terug naar zondag, de finale van Roland Garros. Bij vlagen was het best een enerverend gevecht tegen de Oostenrijker Dominic Thiem, de één na beste gravelspeler van dit moment. Maar je ziet, je voelt, je weet al vrij snel dat – gezien de loop der dingen – Nadal zal gaan winnen. En zo geschiedt: 6-4, 6-3 en 6-2. „Een van de grootste prestaties die een sporter kan leveren, elf keer hier winnen”, zei Thiem. Hij was elf toen hij in 2005 op tv Nadal zijn eerste titel in Parijs zag winnen.

Hij is een tennisser als geen ander – sui generis, niemand die bij hem in de buurt komt qua gravelprestaties, ook niet met terugwerkende kracht. De Fransman Max Decugis won Roland Garros begin vorige eeuw acht keer, maar toen werden alleen Franse spelers toegelaten.

Er is vaak gesproken over zijn fysieke roofbouw, zijn blessures. Hij viel terug in 2015 en 2016, eind vorig seizoen en begin dit jaar worstelde hij ook. Maar dit gravelseizoen toonde hij zich weer de elastische, oorlogszuchtige beul van voorheen.

Hij grijpt je bij de strot, wurgt je, sloopt je – totdat je geen adem meer krijgt.

Bekijk hier de samenvatting van de finale tussen Nadal en Thiem:

Zijn grootsheid zit hem mede in ogenschijnlijk simpele dingen. Volharden in herhaling, in zijn rituelen, in het obsessieve toewerken naar ieder punt, in het eindeloos opzoeken van de backhand van de tegenstander met zijn topspinforehand, dat dient als artillerievuur.

Zijn fysieke trainer hield hem vroeger altijd het voorbeeld voor van een kolibrie, een vogel die urenlang tachtig vleugelslagen per seconde kan maken. Zo is het bij tennis ook: dezelfde bewegingen, over een langere periode.

Je ziet de wanhoop

Het is tekenend hoe zo’n finale – en in bredere zin al zijn duels – zich voltrekt. Bij fouten draait Nadal zich om, slikt, gaat door en repareert. Thiem zeurt, scheldt („Scheiße”), is onrustig, kijkt veel naar zijn coach. Je ziet de wanhoop.

„Een enorme verschil is de mate van concentratie” twittert de gezaghebbende tennisanalist Craig O’Shannessy over de finalisten. „Het vermogen om het verlies van een punt op te vangen en niet down te raken. Om te weten dat je een hoop punten verliest en toch comfortabel wint. Rustiger zijn.”

Het is ook het symbolische kapitaal dat meespeelt: de combinatie Nadal-Roland Garros, de wetenschap dat hij hier tot de finale 85 wedstrijden won tegenover twee nederlagen. „Het was bijna onmogelijk om hem te verslaan”, zei Juan Martín del Potro, zijn tegenstander in de halve finale. Hij legde uit: Nadal gaat steeds beter spelen naarmate de wedstrijd vordert en zijn intensiteit neemt toe.

Hij is nu de tweede tennisser die elf titels op dezelfde grand slam heeft gewonnen, na de Australische Margaret Court. Zij presteerde dat in de jaren zestig en zeventig op de Australian Open, grotendeels in het amateurtijdperk.

Lees ook de column van Wilfried de Jong: Een geniale tennisser met dwangneuroses

In een sport die leeft van zijn klassiekers, van spanning, van historische wedstrijden, is de hegemonie van Nadal op Roland Garros ook een wat ongemakkelijke: hoe interessant is het nog als de winnaar bij aanvang min of meer vaststaat?

Het is een heerschappij die doet denken aan de goede jaren van andere individuele sporters als Sven Kramer, Miguel Indurain, Michael Phelps, Tiger Woods en Federer – en Lance Armstrong, maar het is bekend hoe dat afliep.

Het verval was onmiskenbaar, drie jaar terug. Maar Nadal kwam terug, is weer nummer één. En is misschien wel beter dan ooit, suggereerde Del Potro. Het is de onvoorziene toegift van het Federer-Nadal-tijdperk, waarvan velen dachten dat het voorbij was. In de laatste anderhalf jaar verdeelden zij de grand slams: drie voor Federer, drie voor Nadal. De jongere generatie verbleekt erbij, voorlopig.

Nu was het Nadal. Volgende maand is het aan Federer (36), de topfavoriet voor Wimbledon.

Geniet van ze – zo lang het kan.

    • Steven Verseput