Opinie

    • Jutta Chorus

Langs de deuren tot je een ons weegt

Heeft onderzoeksjournalistiek nog wel een toekomst, was de vraag zaterdag na de uitreiking van de Brusseprijs voor het beste journalistieke boek. Joris Luyendijk beweerde vorige week dat de onderzoeksjournalistiek aan betekenis verliest in dit populistische tijdsgewricht. Een misstand wordt onthuld en niet opgelost of aangepakt. Meestal gebeurt er niets mee. Daarmee is volgens Luyendijk de onthulling onderdeel geworden van het probleem. Die voedt het wantrouwen en de verontwaardiging.

Nieuwsuur-journalist Bas Haan, die de Brusseprijs net in ontvangst had genomen, vond dat een journalist onderzoek moet doen en zich niet vooraf moet bezighouden met de consequenties ervan. Daar heb je toch geen controle over. En Luyendijks pleidooi voor constructieve journalistiek, veegde hij van tafel. „Er zijn maar twee soorten journalistiek: goede en slechte.”

Hij schreef zelf met De rekening voor Rutte – over de Teevendeal, het bonnetje en de politieke prijs voor leugens – een catalogus van journalistieke vaardigheden, die onmiddellijk op de leeslijst moet worden gezet van studenten journalistiek. Credits geven aan tipgevers, onderzoekers. Hoge ambtenaren direct bellen met een verzoek weerwoord te geven over een grote ontdekking. (En niet de afdeling voorlichting.) Zo is die hoge baas verantwoordelijk als informatie uitlekt en kan hij zich niet achter een voorlichter verschuilen. Hij kan er bovendien voor zorgen dat het weerwoordverzoek komt te liggen waar het hoort. Informeer collega-journalisten tijdig om ze de gelegenheid te geven zaken te verifiëren.

Bas Haan ging de deuren van officieren van justitie langs om de schrijver van een anonieme brief over de deal op te sporen. Hij vond het bonnetje er niet mee, maar, zo vertelde hij zaterdag: hij kwam van alles van bronnen te weten over de cultuur bij justitie waarin de deal werd gesloten.

Bronnen zijn geen oplossingsmachines, bronnen vertellen over het systeem waarin ze werken of leven. Ze ontrollen de context en jij kunt daar als journalist uitpikken wat je nodig hebt. Zo gingen ook Bob Woodward en Carl Bernstein aan de slag toen een wonderlijke inbraak in het hoofdkantoor van de Democratische partij was gepleegd. Ze waren niet uit op de val van president Nixon, ze wilden weten hoe het met die inbrekers zat.

Joris Luyendijk deed zelf uitvoerig ‘antropologisch’ onderzoek in de Londense City naar de oorzaken van de financiële crisis van 2008. Ogenschijnlijk ging hij te werk als Bas Haan: nieuwsgierig, argwanend. Zijn boek kreeg niet voor niets als titel: Dit kan niet waar zijn. Nu klinkt er bij Luyendijk ineens iets door van frustratie. Zou hij gedacht hebben dat na zijn boek de financiële wereld tot inkeer was gekomen? Iets meer nederigheid is gepast.

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.
    • Jutta Chorus