Rechtszaak om verkoop Eneco was bijna voorkomen, maar lijmpoging mislukte

Ruzie over de inhoud van een persbericht heeft een compromis in de machtsstrijd bij energiebedrijf Eneco in de weg gestaan. Drie commissarissen toonden zich tot tweemaal toe bereid op te stappen, zoals de Centrale Ondernemingsraad (COR) eiste, waardoor een rechtszaak zou zijn voorkomen. Onenigheid over de communicatie voorkwam een oplossing.

Dat blijkt uit een reconstructie van NRC in de aanloop naar een rechtszaak bij de Ondernemingskamer, komende woensdag. Sinds de aandeelhouders (53 gemeenten) vorig jaar in meerderheid hun belang willen verkopen, is Eneco inzet geworden van een ongekende strijd tussen aandeelhouders, commissarissen, bestuurders en werknemers.

Het personeel (de COR) eist na het onverwachtse vertrek van topman Jeroen de Haas een onafhankelijk onderzoek door de Ondernemingskamer naar de gang van zaken én wil twee supercommissarissen die de verstoorde verhoudingen moeten herstellen.

Aandeelhouders, directie en commissarissen verzetten zich tegen zo’n onderzoek, vooral vanwege de negatieve publiciteit. Die zal een eventuele verkoop of beursgang nog verder bemoeilijken. Daarom was president-commissaris Edo van den Assem met nog twee toezichthouders bereid om op te stappen. De COR wilde dit in het persbericht kwalificeren als een „herstel van de governance verhoudingen”, maar daarmee gingen de commissarissen niet akkoord. De COR op zijn beurt ging niet akkoord met de eis dat COR-voorzitter Willem Hofman zich niet meer herkiesbaar zou stellen.

De verkoop van Eneco (3.500 werknemers) levert naar verwachting 3 miljard euro op. Alle partijen zijn intussen tegenover elkaar komen te staan. Uit de stukken die ze voor de rechtszaak hebben ingediend, blijkt onder meer de verstoorde verhouding tussen de weggestuurde De Haas en president-commissaris Van den Assem.

Eneco pagina E10-12
    • Erik van der Walle
    • Joris Kooiman