Opinie

    • Sjoerd de Jong

NRC-redacteuren op Twitter: doe mee aan het gesprek, maar graag gepast

Kom je op Twitter eens in gesprek met een echte NRC-redacteur, krijg je na wat grommende kritiek op de krant te horen: „Ach, doe normaal, man.” Pardon? Hallo, hallo, spreek ik met Lux et Libertas? Of toch met het bureau van een zekere minister-president van Nederland die graag wil dat we allemaal normaal doen?

Het overkwam een lezer, die vervolgens bij mij klaagde over de „ongepaste” manier waarop hij, als abonnee, door de redacteur was afgescheept.

Ik voel zijn pijn. Aanleiding was een op zichzelf geestige, al oudere column van de redacteur over commercie, voor de lezer een opstapje om de commercialisering van de media eens aan te kaarten. Dat schoot bij de auteur verkeerd.

Verzachtende omstandigheid: de redacteur is op Twitter doorgaans juist vriendelijk en beleefd. Maar, legt ze spijtig uit, ze raakte geïrriteerd omdat ze vond dat de lezer veel te veel gewicht hechtte aan een lichte column. Dat had ze inderdaad ook kunnen zeggen zonder in Rutte te morphen.

Nu zal de lezer aan zo’n eenmalige oprisping vermoedelijk geen PTSS overhouden. Het is wel een goede herinnering aan de riskante verleiding van een al te spontane of amicale toon op Twitter.

Ja, ook NRC-redacteuren schieten soms uit hun slof op dat schoolplein vol uitgetrokken haren en kapotgetrapte brilletjes. Geen wonder, de toon is er verraderlijk informeel, met de suggestie van een onderonsje. Bovendien, Twitter is naast een nuttige bron van tips, informatie en inzichten, óók een favoriete wrijfpaal geworden om het vaderlandse journaille aan te klagen als, kort samengevat, een roedel van liegende, demoniserende, door de EU betaalde, islamofiele, russofobe, dan wel racistische en witgeprivilegieerde, maar altijd vooral onnuttige idioten. Sommige activisten pro of contra Moskou, Mekka of Piet maken er een dagtaak van.

Dan moet je soms iets terugzeggen, zeker op aantijgingen, want stilzitten terwijl je geschoren wordt is iets van de vorige eeuw. Maar de zuigkracht van het medium is groot: een journalist die op zaterdagochtend met een enkeling in een fittie over zijn stuk belandt, kan daar tegen zonsondergang soms nog in ronddraaien, in allengs drukker bezochte en verstikkende cirkels. Kijk dus uit, is het adagium.

Bij dit onderwerp moet ik zelf ook oppassen, want de laatste ombudspersoon die erover begon stond even later met een kartonnen doos op straat. Liz Spayd, ombudsvrouw van The New York Times, uitte tegenover de rechtse zender Fox News haar afkeuring over tweets van redacteuren van de krant, waarmee ze live werd overvallen. Kon niet door de beugel, vond ze, reprimandes waren gewenst.

Half journalistiek Amerika viel over Spayd heen: wat leefde die in het verleden! Journalisten zijn anno 2018 geen letterknechten meer, maar persoonlijkheden, die óók voor hun opinies mogen uitkomen. Opzouten, Liz! Mildere kritiek (waar ik het mee eens ben): de bewuste tweets waren niks om je druk over te maken. Het ging om een enkele re- tweet, en twee mild spottende tweets van niet-politieke redacteuren waarin de formatie van de regering-Trump werd afgezet tegen een missverkiezing en een shoppingkanaal op tv.

Leuk of niet, toch nauwelijks reden voor ontslag. Bovendien, gevestigde media die nu klagen over redacteuren op sociale media hebben zichzelf een beetje in de nesten gewerkt, want jarenlang werden journalisten juist gestimuleerd om zich daar te manifesteren om zichzelf en het merk aan te prijzen. Lastig om dan opeens op de rem te trappen.

Speelt dit ook bij NRC?

Ja, uiteraard. Ook NRC-journalisten geven op Twitter uitleg, commentaar en mengen zich in discussies. Prima, mits ze zich bewust blijven dat aan de horizon altijd het inktzwarte silhouet opdoemt van de digitale schandpaal. Juist redacteuren van een krant die liberaal-democratische waarden wil uitdragen, dus ook een zeker burgerlijk fatsoen, moeten hun hoofd erbij houden en zich niet laten gaan, zeker niet als het gaat om onderwerpen waar ze als verslaggever over schrijven.

Onverstandig was dus in mijn ogen, bijvoorbeeld, een tweet van de justitieverslaggever die aandrong op uitleg van een hoogleraar strafrecht die ook dient als officier van justitie en meteen maar even linkte naar een pagina met diens e-mailadres. Dat kan de suggestie wekken van activisme en verdraagt zich slecht met de objectiviteit die van de krant wordt verwacht, het kapitaal ervan. Een opinieredacteur schoot een keer verontwaardigd uit de heup tegen een christenpoliticus – alarm voor vaste NRC- bashers om te mobiliseren. Pas dus op met meningen, zeker die van de heetgebakerde soort.

Ook de hoofdredacteur (90.136 volgers) is al jaren een nijvere twitteraar, over de krant maar ook geregeld over tv-programma’s, sportevenementen en hoofdstedelijke culinaria. De minder solidaire onder zijn volgers herinneren hem dan graag aan oude tweets die achteraf ongelukkig bleken – zoals zijn lof voor columns van de later ontslagen activist Abou Jahjah. Wat hem in de loop der jaren aan kritiek en scheldpartijen is toegevoegd in 140 tekens is overigens van een ad-hominem-grofheid waar zijn eigen bourgondische tweets („heerlijk gegeten”!) nogal onschuldig bij afsteken.

Ook minder ideologisch aangedreven lezers kunnen aangebrand uit de hoek komen. Zo kreeg een filmredacteur onlangs online op zijn kop omdat hij kritiek van de lezer op een stuk een tikje hooghartig had afgewimpeld met de opmerking dat die „duidelijk het stuk niet gelezen” had. Dat kwam hem te staan op „je lult” en een uitgewerkte diagnose van de „ouwe, seksistische shit” in zijn krant.

Wat zijn dan de regels?

De Beleidslijn Twitter van NRC was lang vooral zoekend, van aanmoedigen tot ad hoc kapittelen. Inmiddels heeft de hoofdredactie een lijn uitgezet: geen minutieuze handleiding of oekaze, maar een vuistregel die op de keper beschouwd nogal voor de hand ligt. Je manifesteren op sociale media is goed, stevig weerwoord geven mag ook, maar gebruik je verstand, hou je fatsoen, en wees je ervan bewust dat uitingen altijd op de krant kunnen afstralen, ook die geplaatst vanaf een privéaccount.

En, zou ik zeggen, wees je ervan bewust dat ook tweets publicaties zijn, die lang bewaard kunnen blijven (in screenshotdossiertjes) en dus ook tegen je gebruikt kunnen worden, als het zo uitkomt.

De Heidelberger Catechismus was er immers al helder over: wij mensen zijn „geneigd God en mijn naaste te haten’’ (Zondag Twee).

Kijk, dát is pas een tweet.

O ja, voor ik het vergeet: met Liz Spayd verdween ook de functie ombudsman bij The New York Times. Voor klachten is er nu een 22-koppig (sic) Reader Center. En Liz zelf? Met onmiskenbaar talent voor timing en zeven sloten trad ze vorig jaar aan als ‘adviseur transparantie’ bij: Facebook.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

    • Sjoerd de Jong