Congo Strafhof spreekt krijgsheer Bemba vrij

De Congolese krijgsheer en voormalig vice-president Jean-Pierre Bemba is vrijdag in hoger beroep vrijgesproken voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Dat heeft het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag bepaald. In 2016 was hij veroordeeld tot 18 jaar celstraf. De aanklager had eerder 25 jaar geëist. Bemba zit al tien jaar vast.

Volgens het Strafhof zijn er serieuze fouten gemaakt in het proces tegen de krijgsheer. De 55-jarige Bemba ging onder meer in beroep omdat het proces oneerlijk zou zijn verlopen en omdat de straf niet in verhouding stond tot de aanklacht. Zelf heeft hij altijd alle verantwoordelijkheid ontkend. De rechtbank was in hoger beroep verdeeld. Twee van de vijf rechters waren tegen de vrijspraak.

De Bevrijdingsbeweging voor Congo (MDL), die onder leiding stond van Bemba, wordt verantwoordelijk gehouden voor de plunderingen, verkrachtingen en moordpartijen in de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR) tussen oktober 2002 en maart 2003. Bemba is tot nu toe de enige die hiervoor door het Strafhof werd vervolgd.

Het proces tegen Bemba draaide vooral om de vraag in hoeverre hij afwist van de oorlogsmisdaden die in de regio door zijn troepen werden gepleegd, en of hij hier voldoende tegen optrad. Het Strafhof concludeert nu dat niet bewezen is dat Bemba laakbaar is geweest.

De uitspraak verbaast historicus Thijs Bouwknegt niet. De onderzoeker bij het NIOD Instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies noemt het vonnis in eerste aanleg broddelwerk: „Bemba was van allerlei zaken in zijn algemeenheid beschuldigd, maar er ontbrak specifieke tenlastelegging per geval.”

Correctie (11 juni 2018): In een eerdere versie van dit artikel werd de Bevrijdingsbeweging voor Congo verkeerd afgekort tot MDL. Dit is veranderd in MLC (Mouvement de Libération du Congo).

    • Christiaan Paauwe