Waarom doet het zo’n pijn als je je aan een grasspriet snijdt?

Wekelijks zoekt de redactie wetenschap het antwoord op een veelgestelde vraag. Vandaag: Alleen al denken aan gras dat in je vingers snijdt, doet zeer. Hoe komt dat?

Twee vingers, een grijze lucht en een veld vol grassprieten. Meer is er niet te zien op Snijden aan gras van Co Westerik. Toch werden reproducties van het schilderij begin jaren tachtig uit NS-treinen verwijderd: er kwamen te veel boze brieven binnen.

Een van de vingers – naar ik vermoed de ringvinger van de rechterhand – snijdt zich aan een grasspriet. Er is een diepe snee zichtbaar, en een stukje huid dat achter de spriet blijft haken.

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar zelfs bij het dénken aan het schilderij ervaar ik een gevoel van onbehagen. Mijn vingertoppen buigen zich, alsof ze in mijn handpalm beschutting willen zoeken tegen naderend onheil. En juist daarom is Snijden aan gras een van mijn lievelingskunstwerken. Geen Mondriaan of Rembrandt die zo’n fysiek effect oproept.

Waarom doet het zo’n pijn om je aan gras te snijden? En waarom is alleen de gedachte eraan al zo naar?

De plaats van de snee speelt zeker een rol. Vaak zijn bij gras de vingertoppen de dupe (‘Even een mooi wildboeketje plukken’) en die zijn nu eenmaal extra gevoelig. Ze zitten boordevol nociceptoren: zenuwuiteinden die gespecialiseerd zijn in het waarnemen van prikkels met een schadelijke invloed. Vanuit die pijnreceptoren in de vingertoppen wordt een pijnsignaal naar onze hersenen verzonden.

Gras maakt soms meer kapot dan je lief is.

Ook de grassoort is van belang. De grassenfamilie bestaat wereldwijd uit zo'n 8.000 soorten. Daarnaast zijn er allerlei grasachtigen, zoals zeggen, veldbiezen en russen. Lang niet al die soorten zijn scherp en stug genoeg om je aan te snijden. Arie van den Bremer, auteur van de Basisgids Grassen: „In principe komen grasachtigen met stijve, platte bladeren het meest in aanmerking voor snijden. Het zijn vooral de zeggen die scherp zijn. Bij grassen moet je zoeken – denk bijvoorbeeld aan riet, rietgras en ruwe smele.”

Wie die soorten in de Basisgids vervolgens opzoekt, ziet vooral bij de close-up-foto van riet iets opvallends: de zijkant van het blad is niet volkomen glad, maar fijn gekarteld. En juist die kartels kunnen voor een extra pijnlijke wond zorgen: daarbij worden meer zenuwuiteinden beschadigd dan bij een ‘gladde’ snee. Datzelfde is overigens het geval bij een papiersnede: ook het meeste papier heeft een heel fijne kartelrand. Bovendien, vertelde een bevriende houtconstructeur me onlangs, kunnen zuren uit het papier ervoor zorgen dat de wond extra prikt. Wie weet is datzelfde wel het geval bij gras, dat relatief veel zwak zure silicaat (kiezelzuur) bevat.

Tot zover de reële pijn. Wat de gedachte aan een grassnede zo pijnlijk maakt, is ons empathisch vermogen, legt psycholoog Margriet Sitskoorn uit in haar boek Passies van het brein. „Zodra je iemand ziet die zich pijn doet dan activeert dat in je hersenen ongeveer dezelfde hersengebieden als wanneer je zelf pijn hebt, hersengebieden zoals de insula en de anterieure cingulate hersenschors. Deze gebieden maken deel uit van het pijncircuit in je hersenen.” Hoe sterk onze hersenen pijn simuleren hangt ervan af in hoeverre we de pijnlijder mogen. In Sitskoorns boek staat ook het bewuste kunstwerk van Westerik afgebeeld. „Als ik je dus nu zou vertellen dat de persoon die zijn vinger snijdt op het plaatje net je huis heeft leeggehaald en zich tijdens zijn gehaaste vlucht heeft gesneden, dan is het zeer waarschijnlijk dat je empathische gevoelens voor hem als je weer naar het plaatje kijkt drastisch zijn afgenomen.”

Zelf speelde ik als zevenjarige met een vriendje soms het spel ‘Chinees breien’. We plukten twee lange grasstengels met de zaadjes er nog aan, en klemden die tussen onze lippen. Vervolgens moesten we bij elkaar proberen aan die stengels te trekken, zodat de verliezer met een mond vol graszaad achterbleef. Nadat ik per ongeluk een keer vlijmscherpe sprieten tussen mijn lippen had geklemd en mijn vriendje daar hartelijk om moesten lachen, was de prille liefde over. Gras maakt soms meer kapot dan je lief is.

    • Gemma Venhuizen