Tweede Kamer ziet af van #MeToo-onderzoek fracties

Seksuele intimidatie Kamervoorziter Arib wilde laten onderzoeken hoe de omgangsvormen zijn op het Binnenhof, ook bij de fracties. Het gaat niet door.

Voetgangers op het Binnenhof in Den Haag. Foto Sash Alexander / ANP

De Tweede Kamer zal, anders dan de bedoeling was van Kamervoorzitter Khadija Arib, geen onderzoek doen onder fractiemedewerkers naar ongewenste omgangsvormen en seksuele intimidatie. In februari van dit jaar had Arib zo’n onderzoek aangekondigd, naar aanleiding van de #MeToo-discussies. In maart zei ze dat het er „versneld” zou komen, nadat een geval van seksuele intimidatie van een GroenLinks-medewerker naar buiten was gekomen.

Nu blijkt dat het onderzoek onder de fractiemedewerkers op het Binnenhof is afgeblazen, omdat te veel fracties er niet aan mee wilden doen. Volgens betrokkenen hadden vooral de VVD en de PVV bezwaren, maar bijvoorbeeld ook de SP. Het argument tegen meedoen was: de fractiemedewerkers zijn niet in dienst van de Tweede Kamer, hun werkgever is de politieke partij die hen heeft aangenomen. „Werkgevers hebben de plicht om het zelf goed te regelen en te organiseren”, laat de SP weten. Een VVD-woordvoerder zegt: „We hebben het niet gevetood. Maar we doen het liever zelf.”

Een persvoorlichter van de PVV zegt dat hij niet op de hoogte is van het onderzoek, maar zich „zomaar kan voorstellen” dat de partij er niet aan meedoet.

Maandag praat de Tweede Kamer over de eigen organisatie. In een ‘nota’ die bij dat overleg hoort, wordt het onderzoek nog wel genoemd – alsof het komt. Al klinkt er ook een slag om de arm in door: ‘Dit onderzoek wordt in samenwerking met een onderzoeksbureau voorbereid en in 2018 uitgevoerd, zo mogelijk onder alle medewerkers van de Tweede Kamer (ambtelijk en politiek).’ Dat laatste gaat dus niet door. Er komt wel een onderzoek onder de ambtenaren van de Kamer.

Fracties die juist graag mee hadden willen doen aan een uitgebreider onderzoek, zoals het CDA, GroenLinks en de ChristenUnie, zeggen dat ze de formele bezwaren begrijpen – je bent verantwoordelijk voor je eigen werknemers – maar dat ze het thema zo belangrijk vinden dat ze daar overheen waren gestapt. „Het speelt overal”, zegt een woordvoerder van de ChristenUnie. „Daar moet openheid over zijn, ook in de Tweede Kamer.” „We hadden nog kunnen kijken hoe we het precies gingen inrichten”, zegt Kamerlid Kathelijne Buitenweg (GroenLinks). Een woordvoerder van het CDA zegt: „Het is belangrijk om te weten hoe je werknemers zich voelen.”

NRC vroeg lezers hun mening over de #MeToo-discussie. De meerderheid vindt dat de seksuele moraal verandert.

Volgens Kamerlid Michiel van Nispen (SP) wil zijn partij dat ook weten – „inhoudelijk staan we erachter” – en daarom zal de partij zelf onderzoek laten doen. Ook GroenLinks, D66 en VVD hebben daar plannen voor. Het CDA en de ChristenUnie hebben nog geen besluit genomen. „Het ligt wel in de lijn der verwachting”, zegt de CDA-woordvoerder.

Het was begin dit jaar Tweede Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma (D66) die vroeg om een #MeToo-onderzoek. Hij kwam met een motie die alleen ging over de ministeries. „Het was vrij curieus”, zegt hij nu. „Ik zei: laten wij het goede voorbeeld geven en Arib nam dat meteen over. Ik heb er daarna geen motie over ingediend.”

Tweede Kamervoorzitter Arib was niet bereikbaar voor commentaar.