Politie en burgers zoeken naar Anne Faber, of sporen van haar, in de bossen en de zandverstuiving Soesterduinen bij Soest, oktober 2017.

Goos van der Veen/Hollandse Hoogte

Hoe burgers en politie 13 dagen zochten naar Anne Faber

De zoektocht naar Anne Faber

Na de verdwijning van Anne Faber ging haar familie direct naar haar op zoek. Dat gebeurde zo grondig, dat de politie ervoor koos met hen samen te werken.

Op de eerste dag is bijna alles nog mogelijk. Toch hebben de scenario’s waar de achterblijvers zich aan vastklampen iets onwaarschijnlijks – dat weten ze ook wel.

Voor de buien uit is het nog heel aardig weer op vrijdag 29 september 2017, maar later op de dag wakkert de wind aan en wordt de lucht donkerder. De herfst is begonnen, zegt het weerbericht. Anne Faber is aan het einde van de middag vertrokken uit haar woonplaats Utrecht om te gaan fietsen, niet veel later komt het met bakken uit de hemel. Ze appt die bekende selfie naar haar vriend: blonde haren platgeregend, mond in een ontevreden streep. Met twee vingers maakt ze een vredesteken. Alsof ze wil uitbeelden dat het zwaar is, maar ook weer niet het einde van de wereld.

Misschien is ze de weg kwijtgeraakt omdat ze door de regen geen goed zicht meer had op haar omgeving. Misschien is haar mobiel kapot gegaan, is ze een oude vriendin tegengekomen met wie ze de hort op is. Het klinkt niet als Anne, maar iedereen gedraagt zich wel eens anders dan verwacht. Zou ze zijn gestruikeld? Daar hopen ze die eerste dagen nog het meest op: dat ze vermoeid en met zoiets als een verstuikte enkel op een boomstronk in slaap is gevallen.

Als ook op de vroege zaterdag niemand contact met haar krijgt, worden er in korte tijd tientallen vrijwilligers opgetrommeld. Een paar dagen later zoeken zelfs honderden mensen mee, en proberen duizenden online een bijdrage te leveren door tips te geven of zoeksuggesties te doen. ‘Anne Faber’ wordt de vaakst gegoogelde zoekterm van 2017.

Familieleden, vrienden, kennissen: samen worden ze in de dagen die volgen een meestal geoliede zoekmachine die draait op hoop. Ook volstrekt onbekenden gaan uiteindelijk zoeken. Bij de politie Midden-Nederland hebben ze zoiets nog nooit gezien, zeggen ze nu. Voor hen is deze zoektocht de aanzet tot een nieuwe manier van zoeken naar vermisten. Het besef groeit dat fysiek samenwerken met familie van vermisten en andere burgers misschien meer oplevert dan zo gescheiden mogelijk opereren.

Politie en burgers zoeken gezamenlijk naar de vermiste Anne Faber (of sporen van haar) in de bossen en de zandverstuiving Soesterduinen, ten zuiden van Soest.
De burgers en ME’ers kammen in linie het natuurgebied uit.
Goos van der Veen/Hollandse Hoogte

Dag 1, 30 september

Samen met zijn vrouw, sinds het gymnasium één van de beste vriendinnen van Anne, zit Steven (29) de hele zaterdag achter zijn laptop. „Wist je dat je maar vijftig privéberichten per dag kunt sturen op Facebook?” Zij nemen de taak op zich om álle vrienden van Anne te benaderen. Er wordt die ochtend ook een grote appgroep opgericht. Steeds is de vraag: ‘Weet jij waar ze kan zijn?’

Anne’s vader en moeder doen aangifte van vermissing op bureau Kroonstraat in het centrum van Utrecht. Daar beantwoorden ze vragen over hun dochter. Zou ze zichzelf ooit iets aan kunnen doen? Verdwijnt ze vaker? Ze weten zeker van niet. Zijn er mensen die het op haar gemunt hebben? Ze denken van niet.

Wist je dat je maar vijftig privéberichten per dag kunt sturen op Facebook?

Familie, vrienden en kennissen rijden de hele dag rond in het gebied waar Anne voor het laatst is gezien. De politie doet rechercheonderzoek naar Anne. „Wij moeten dingen uitzoeken voordat we naar buiten scheuren”, zegt woordvoerder Bernhard Jens. „Weet je hoeveel mensen eruit stappen terwijl hun omgeving zegt: die stond middenin het leven?” Het onderzoek richt zich aanvankelijk ook op de vriend van Anne Faber. In het Facebook-bericht waarin hij mensen oproept om naar Anne uit te kijken, plaatst hij ook foto’s van haar rugzak en fiets. „Wie heeft er nou foto’s van de spullen van zijn vriendin, vraagt de politie zich dan af.” Er is een logische verklaring.

De politie besluit dat de verdwijning van Anne Faber ‘urgent’ is. Van de 40.000 mensen die jaarlijks worden opgegeven als vermist, krijgen maar een paar die status. Het betekent dat er meer mensen worden ingezet, en de politie mag onderzoeken waar haar telefoon contact heeft gemaakt met een mast.

Dag 2, 1 oktober

Op zaterdag heeft Hans Faber, Anne’s oom, niet meegezocht omdat zijn auto kapot is. Als Anne op zondag nog niet terecht is, rijdt hij met de auto van een vriend naar een parkeerterrein van Paleis Soestdijk, waar dan geflyerd en gezocht wordt. Op de witte A4-tjes staat een selfie van de dag ervoor – waarop ze nog niet doorweekt is – en een foto van haar felgele rugtas en zwarte omafiets. Het weer is opgeklaard, er zijn veel wandelaars.

Faber, communicatiedeskundige, neemt al snel de rol op zich van woordvoerder van de familie. Hij onderhoudt contact met de politie en met media. Hij doet dat opvallend zakelijk, met een uitgestreken gezicht. „De enige manier om dit te kunnen doen, is door je niet te laten leiden door emoties. Maar het gaat wel om mijn nichtje, om mijn vader en om mijn broer.”

Als Steven diezelfde ochtend aankomt, treft hij een emotionele groep mensen aan. „Iedereen was in afwachting van een plan. Er werd veel gespeculeerd.”

Dag 3, 2 oktober

Kaart met bevindingen van de zoektocht naar Anne Faber, opgesteld door het team van familie en bekenden.

Vrienden en familie verzamelen zich in een zaaltje van het sjieke restaurant Vuur in Baarn. Iemand van de politie komt daar ook naartoe.

De familie vraagt de politie om kaarten van het gebied. Op de telefoon van zijn vrouw deelt Steven de kaarten met rode lijnen op in vakken en nummert hij de gebieden. Per vak gaan twee mensen zoeken, die hebben een app-groep genoemd naar het nummer van het gebied, waar ze eventueel mensen aan kunnen toevoegen.

In de bosrijke omgeving staan veel villa’s. Het is opgevallen dat veel bewoners hun eigendommen met camera’s bewaken. Een groepje vrienden en familie gaat rondrijden om bij omwonenden en bedrijven camerabeelden op te vragen. Een vriend van Hans heeft een ict-bedrijf en komt grote schermen brengen om de beelden op te bekijken. Een andere vriend, die een filmbedrijf runt, levert de juiste programma’s om beelden uit te vergroten en te verscherpen. Zo ontstaat een idee van de plekken waar Anne Faber na haar laatste berichten nog is geweest. Die plekken worden leidend voor de zoektocht.

Bij het opvragen van de beelden loopt het team van de familie van Anne ook tegen de grenzen aan, zegt Hans. „Sommige mensen zeiden: we willen camerabeelden wel afgeven, maar dan moet het verzoek van de politie komen.” De meeste opnames worden na een week overgeschreven; binnenkort zullen ze dus onbruikbaar zijn. Er worden verzoeken doorgegeven aan de coördinator van de politie, maar die laat niet altijd weten of ze de beelden daadwerkelijk opvraagt. Aanvankelijk spoort de politie de familie aan om beelden op te vragen, later vragen ze toch om dit niet te doen. Dat was verwarrend, zegt Hans Faber, al snapt hij die worsteling: het onderzoek moet niet vervuild worden door goedwillende mensen die verkeerde dingen doen.

Maar, zegt hij ook, het zoekteam van de familie werkte zeer gestructureerd en wilde aanvullend zijn op het politiewerk. „We hadden een groep mensen bij elkaar die sterk zijn in organiseren: de vriendin van mijn broer is directeur van een middelbare school, er waren projectmanagers van grote bedrijven, veel van Anne’s vrienden komen van het gymnasium, Steven is helikopterpiloot. Zo waren er meer kundige mensen.” Er ontstaat een taakverdeling: elke dag is er een vrijwilligerscoördinator, er zijn mensen die camerabeelden opvragen en bekijken, er zijn mensen die zoeken.

Dag 4, 3 oktober

Vlak voor het einde van de vierde dag zien twee vrienden van Anne Faber haar donkergroene parka liggen in een parkje naast een boom in Huis ter Heide, een dorp met veel groen en villa’s op ruim tien kilometer afstand van het verzamelpunt. Stevens vrouw had eerder nog plaatjes van de jas opgezocht. Legergroen, stevig, The North Face. Met opgerolde mouwen, zoals Anne ze wel vaker draagt. Zoals afgesproken raken ze de jas niet aan, ze bellen hun vaste contact bij de politie.

Huis ter Heide was eigenlijk een onlogische plek: het ligt ver van de fietsroute die Anne volgens camerabeelden volgde en was daarom de uiterste rand van het geselecteerde zoekgebied. Door de vondst blijkt dat het zoekgebied nog verder moet worden uitgebreid.

Buiten de kring van direct betrokkenen bereikt de aandacht voor de zaak-Anne Faber een hoogtepunt. Op Twitter en Facebook denken mensen mee. Dat gebeurt op veel manieren. Hans Faber vindt in zijn mailbox ook berichten van mensen die denken dat Anne niet echt vermist is, dat sprake is van een uitgekookt plan om de ‘sleepwet’ erdoor te krijgen (die het gemakkelijker zou kunnen maken om mensen op te sporen). „Ze schreven dat het heus niet toevallig is dat ik communicatiedeskundige ben”, zegt hij.

Ze schreven dat het heus niet toevallig is dat ik communicatiedeskundige ben

Bernhard Jens, een lange, zongebruinde man met grijs haar, is al 25 jaar communicatiedeskundige en perswoordvoerder bij de politie. Hij werkte ook aan andere vermissingen die veel aandacht kregen, zoals die van de broertjes Ruben en Julian, die bleken te zijn vermoord door hun vader. Vroeger, zegt hij, waren er bij grote zaken ongeveer 75 journalisten waar hij regelmatig contact mee moest onderhouden. Nu zijn het er wel vijfhonderd. „Iedereen maakt nieuws. Iedereen zet iets op een blogje of op Twitter. De hele wereld belt.”

En dan zijn er nog de tips en adviezen. De afgelopen jaren heeft de politie een ‘webcareteam’ opgetuigd om daarop te reageren. „In het bos was een verroest fietswiel vastgespijkerd aan een boom. Daar kwam een foto van op het internet en de hele wereld zegt: ‘Dat is het fietswiel van Anne Faber’. Nee, hallo: het is een verroest fietswiel uit 1920!”

Het is een dilemma. Enerzijds kan binnenkomende informatie het onderzoek verder helpen, anderzijds is het doorploegen van al die duizenden reacties een „monsterklus”. De politie besluit online een tijdlijn te publiceren en Nederland op de hoogte te houden van iedere stap in het onderzoek.

Dag 5, 4 oktober

Remmert de Wit en Wim Faber, de vader van Anne, doen samen aan karate. De Wit is docent op de politieacademie. Hij appt Wim: „Wat kan ik doen?” De familie werkt inmiddels vanuit de kantine van een metaalbedrijf in de omgeving. De Wit: „Dat was ingericht als een onderzoeksbureau. Jonge mensen achter laptops die dingen aan het uitzoeken waren. Er hingen kaarten aan de muur.”

Wim Faber vraagt hem om alle vrijwilligers te instrueren en aan te sturen. Een aantal dagen later neemt De Wit ook een groep studenten van de Politieacademie mee, die zich drie dagen „maximaal inzetten”. „Het heeft ze diep geraakt. Hiervoor ga je bij de politie, hulp bieden aan hen die dat nodig hebben.”

Hans en Wim Faber rijden samen naar de verschillende GGZ-instellingen in Den Dolder. Ze willen weten of daar iets gezien is en laten zich ook informeren over het type patiënt dat er verblijft. Op de laatste plek die ze aandoen, en waar ze in een kantoor met een medewerker spreken, blijken mensen met een strafrechtelijke titel te verblijven. Dat wekt zorgen op bij de broers. Achteraf blijkt dat ze op dat moment op zo’n honderd meter afstand zijn van de verblijfplaats van Michael P., die een week later zal worden aangehouden op verdenking van de moord en verkrachting van Anne Faber.

Goos van der Veen/Hollandse Hoogte

Dag 6, 5 oktober

Op de voorpagina van De Telegraaf doet de familie een oproep: ‘Laat leger naar onze Anne zoeken’. „De tijd tikt niet in ons voordeel”, zegt Hans Faber in het artikel. De politie wordt door de publicatie verrast. Zij waren al in gesprek met het leger, zegt Jens. „Natuurlijk, als het jouw kind is wil je dat morgen drie bataljons gaan zoeken. Wij zitten daar wat zakelijker in. Wij denken: voegt hun expertise nu iets toe? Bovendien: Er zijn niet ineens honderd man over. Die mensen zijn al ergens anders aan het werk.”

Nieuwe vrijwilligers melden zich aan bij een bureau in de brandweerkazerne in Zeist, van waaruit de familie vanaf dan coördineert. ‘Station 1’, staat op een A4-tje dat daar hangt. Aan nieuwkomers wordt verteld waar ze moeten zoeken, dat ze niet mogen speculeren, dat vertroebelt de blik. Om diezelfde reden houden betrokkenen de emoties zoveel mogelijk buiten het coördinatiecentrum. „Als het iemand te veel werd, ging die naar buiten”, zegt Hans Faber.

Als het jouw kind is wil je dat morgen drie bataljons gaan zoeken

Op dag zes wordt voor het eerst grootschalig gezocht met de Mobiele Eenheid. De agenten in zwart-gele pakken staan schouder aan schouder met burgers in gekleurde regenjassen. Jens kan zich niet herinneren dat dit ooit eerder gezamenlijk is gebeurd. Hans Faber: „Dat schuift door het hele bos heen, ongeacht wat ze tegenkomen. Die ME’ers liepen dwars door bramenstruiken heen. Toen heb ik respect voor die kerels gekregen.”

Steven klapt aan het einde van de dag zijn laptop dicht als de politie komt vertellen dat Anne’s fiets in een vijver in Huis ter Heide is gevonden. „Ik stortte in. Een jas verliezen kan. Bij een fiets in een vijver weet je dat er iemand anders in het spel is.”

De politie besluit de vijver helemaal leeg te pompen. Het wordt live uitgezonden door RTV Utrecht. De vader van Anne kan niet stoppen met kijken. Hans Faber vindt de uitzending kwalijk. „Beseffen mensen wat ze te zien kunnen krijgen?” Bernhard Jens vraagt zich af of hij een hoger hek om de vijver had moeten plaatsen. Er wordt verder niets gevonden.

Dag 7, 6 oktober

Remmert de Wit, de docent aan de politieacademie die met zijn studenten meezoekt, ziet de houding van de politie tegenover de vrijwilligers gaandeweg veranderen. Iedere ochtend is er onder leiding van een ME-commandant een overleg om de taken te verdelen. De politie regelt lunchpakketen voor het burgerzoekteam – bolletjes, snickers en iets te drinken. „Ik heb nog nooit zoveel mensen gezien die zo gedreven, urenlang, samenwerkten met één gemeenschappelijk doel: Anne vinden.” Het zal er het ook op de politieacademie nog lang over gaan, denkt hij.

Dag 8, 7 oktober

De burgemeesters van Utrecht en Zeist (waar het zoekgebied in ligt) worden opgeroepen door de officier van justitie. Op het politiebureau in Utrecht wordt besloten dat er sneller moet worden gezocht, zegt Koos Janssen, burgemeester van Zeist. Hij wilde dat omdat hij op social media de maatschappelijke onrust zag toenemen. „Zijn het de mensen van de Polencamping, is het iemand uit een azc, uit een instelling? Ik maakte me zorgen over het wijzen naar groepen.” Hoe groter de maatschappelijke onrust voor een vermissing, hoe sneller er wordt opgeschaald, zegt hij. „Alles gaat uit de kast.” Die maandag wordt het leger ingezet.

Dag 9, 8 oktober

Er wordt weer gezocht rondom Huis ter Heide, maar er worden geen belangrijke vondsten gedaan. Wel „een shit load aan rotzooi”, zoals iedere dag, zegt Steven.

De kliniek in Den Dolder waar verdachte Michael P. verbleef en die tijdens de zoektocht door de vader en oom van Anne werd bezocht.Foto Robin Utrecht/ANP

Dag 10, 9 oktober

Michael P. wordt gearresteerd. Op de jas is zijn DNA aangetroffen.

Dag 11, 10 oktober

Een groep veteranen verspreidt zich ook vandaag weer als mieren door het bos. Zij kijken naar takjes die verdacht afgebroken zijn, prikken met stokken in de grond. Liggen er berkenbladeren in een naaldbos? Dat klopt niet. De veteranen hebben zich als vrijwilligers van het nieuw opgerichte Veteranen Search Team gemeld bij de politie, die van hun diensten gebruik maakt. Dennis van der Kraats liep al langer met het idee rond. Hij kent veel veteranen en weet dat zij zich nog steeds willen inzetten voor de maatschappij. Sinds Anne hebben ze bijgedragen aan vijf andere zoektochten – de politie riep hen meestal op. Weer geen nieuwe aanwijzingen.

Dag 12, 11 oktober

„Dit moet ik doen”, zegt Kimberley in een video die ze op haar lifestyle-blog plaatst. „Het is gewoon mijn leeftijdgenoot, ze woont zelfs in Utrecht.” Op 11 oktober gaat ze samen met mensen die ze kent uit een Facebookgroep (Hulpdiensten Amersfoort alleen maar nette mensen) naar Soest, waar dan ook gezocht wordt. Er komen acht andere mensen uit die groep, de politie is op de hoogte. Kimberley filmt zichzelf terwijl ze in haar auto onderweg is. „Moet ik dit wel doen? Krijg ik geen nachtmerries?” Ze heeft haar dochter een uur eerder dan normaal naar het kinderdagverblijf gebracht. „Ik houd van recherchedingen zoals Dexter op Netflix. Maar het echt gaan doen maakt het wel een stuk spannender.” Kimberley denkt niet dat Anne nog leeft, zegt ze. „Wij gaan in ieder geval lekker op zoek.”

Moet ik dit wel doen? Krijg ik geen nachtmerries?

In de dertien dagen van de zoektocht zijn ook voor de familie volslagen onbekenden komen zoeken. De politie zag dit verschijnsel eerder bij de vermissing van Ruben en Julian. „Toen werden we erdoor overvallen. Mensen renden zonder begeleiding door bossen. Er kwamen zelfs kinderen mee!”

De familie van Anne is vrijwilligers zeer dankbaar, maar wil totaal onbekenden eigenlijk weren. Omdat ze zelf de regie willen voeren, ze willen voorkomen dat er mensen komen voor wie het vooral een spannend verhaal is. Dat buitenstaanders pijn kunnen veroorzaken wordt duidelijk als Hans Faber en de moeder van Anne meezoeken in een linie van de ME. „Dat meisje gaan ze nooit meer vinden, dat ligt allang diep begraven”, zegt een journalist die achter de linie aan loopt.

Dag 13. 12 oktober

Het lichaam van Anne Faber wordt na aanwijzingen van Michael P. gevonden in Zeewolde, waar hij lang woonde. Ze is begraven in een natuurgebied. „Het publiek leeft mee, wil alles weten”, zegt Jens. „Daarom vroegen we Hans: als je ertoe in staat bent, zeg dan iets. Ook in de hoop dat mensen hen daarna met rust laten.” Om 18:00 uur is er een persconferentie. „Verdriet en pijn overheersen. Maar we zijn dankbaar voor alle steun en hulp die we hebben ontvangen”, zegt Hans Faber.

De officier van justitie spreekt tijdens de eerste zitting in de zaak tegen P., op 10 januari, „grote waardering en dank” uit aan mensen die hebben geholpen. „De vriendengroep van Anne heeft haar jas gevonden, waar een DNA-spoor op is gevonden dat leidde tot de vondst.”

Bij politie Midden Nederland worden methodes ontwikkeld om nauwer met burgers samen te werken. „We moeten wennen aan het delen, daar zijn we niet zo van”, zegt Jens. De politie onderzoekt of zij mensen kunnen inzetten die op onderzoeksgebied de schakel zijn tussen hen en families of meezoekers. Er is geëvalueerd met het zoekteam van de familie. In april heeft Hans Faber samen met de onderzoeksleider een presentatie gehouden voor andere leidinggevenden bij de politie, over samenwerking met burgers

Elke dag hebben er wel honderd mensen meegezocht, zegt Anne’s goede vriend Steven. „Ik ben blij dat we niet hebben meegemaakt dat het aantal mensen afnam. Dat zou pijnlijker zijn geweest.”