‘Publieke omroep krijgt meer geld dan luchtmacht en marine’

Dit schreven Marianne Zwagerman (BNR) en Rob Goossens (De Telegraaf) deze week.

Volgens NPO staat het nog niet vast voor welke tv-programma’s extra betaald moet worden. Foto Koen van Weel/ANP

De aanleiding

Er gaat meer geld naar de publieke omroep dan naar de luchtmacht en de marine, meldt Marianne Zwagerman in haar radiocolumn op BNR. Onder de noemer Free to Air maakte Zwagerman zich op 6 juni boos over de vergoeding die ‘Mediapark dwaallichtjes’ vragen voor de onlinevideodienst NPO Start Plus - 2,95 euro per maand – om onbeperkt programma’s te kunnen terugkijken, in een betere kwaliteit.

Ze citeert daarbij De Telegraaf, waarin redacteur Rob Goossens op 4 juni de door hem bemachtigde plannen van de NPO analyseert en hij zich over de extra kosten voor NPO Start Plus verbaast. In het artikel ‘Oordeel zelf, NPO-plan betaalmuur bestaat echt’ schrijft Goossens: „De publieke omroep krijgt al riant betaald – zelfs in het zuinigste scenario gaat er komend jaar 740 miljoen euro uit Den Haag naar de NPO, meer dan wat de luchtmacht en de marine krijgen.”

Lees ook: Grote schoonmaak op tv-zenders publieke omroep

Nederlandse burgers zouden twee keer moeten betalen: 2,95 euro per maand voor Start Plus, en nog eens via het belastinggeld, stelt Goossens.

Volgens NPO staat het nog niet vast voor welke tv-programma’s extra betaald moet worden. De plannen zijn nog „volop in ontwikkeling” en er zijn „allerlei scenario’s mogelijk”, meldt een woordvoerder. Maar de vraag blijft: krijgt de NPO inderdaad meer geld uit Den Haag dan twee belangrijke legeronderdelen?

Waar is het op gebaseerd?

Het bedrag van 740 miljoen euro is de voorgenomen overheidssteun voor de publieke omroep NPO vanaf 2019 – 60 miljoen euro minder dan in voorgaande jaren wegens tegenvallende reclameinkomsten die de overheid niet meer wil compenseren.

Voor de vergelijking met legeronderdelen baseerde De Telegraaf zich op de rijksbegroting van Defensie van 2018, legt Rob Goossens desgevraagd uit. Daarin staat een infographic van de verdeling van de defensieuitgaven.

En, klopt het?

De infographic vermeldt bij Koninklijke Luchtmacht: 709 miljoen euro en bij de Koninklijke Marine: 731 miljoen euro. Deze bedragen beslaan de zogeheten ‘taakuitvoering’ van de zeestrijdkrachten en de luchtstrijdkrachten, staat verderop in de begroting vermeld.

Een woordvoerder van Defensie legt uit dat het bij taakuitvoering gaat om onder meer personeelskosten, brandstoffen, oefening en training en het onderhoud van materieel. Maar dat dekt niet alle kosten die marine en luchtmacht maken.

In totaal bedraagt de defensiebegroting voor 2018 9,4 miljard euro. De aanschaf van nieuw materieel, zoals reserveringen voor de geplande 37 Joint Strike Fighters (JSF), komen uit een apart potje ‘Investeringen krijgsmacht’ (2 miljard euro in 2017).

Ook zijn er overkoepelende onderdelen als ‘Centraal apparaat’ (1,5 miljard euro), waar de marine en luchtmacht mede gebruik van maken. Andere uitgaven voor gedeelde ondersteuning (Commando Dienstencentra en Defensie Materieel Organisatie) zijn goed voor nog eens 2 miljard euro op jaarbasis.

Qua personeelsaantallen is de publieke omroep de helft kleiner. Er werken circa 3.800 mensen, zegt een woordvoerder. Bij de Koninklijke Marine werken 7.510 militairen en 2.219 burgers, bij de Luchtmacht 6.355 militairen en 871 burgers (de cijfers komen uit het rapport kerngegevens Defensie van maart 2018).

Conclusie

De bedragen voor luchtmacht en marine lijken op het eerste gezicht te kloppen. Maar de vergelijking tussen de kosten van de Nederlandse publieke omroep en de werkelijke kosten van twee krijgsmachtsonderdelen is incompleet als alleen naar de taakuitvoering van marine en luchtmacht gekeken wordt. Daarom noemen we de uitspraak onwaar.

    • Marc Hijink