Naar Lewis’ opvattingen luisterden presidenten

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Oriëntalist Bernard Lewis (1916-2018) was controversieel en invloedrijk: hij was het brein achter de invasie in Irak.

Bernard Lewis, de bekendste Midden Oosten-expert van de Verenigde Staten in Princeton. Foto Marianne Barcellona/The LIFE Images Collection

Na een wetenschappelijke carrière die toen al meer dan zes decennia duurde, kreeg Bernard Lewis in het eerste decennium van deze eeuw ook de politieke erkenning die hij nastreefde. De Brits-Amerikaans-Joodse historicus, in de jaren van president George W. Bush een graag geziene gast op het Witte Huis, wordt beschouwd als het intellectuele brein achter de invasie in Irak. Op 19 mei overleed hij op 101-jarige leeftijd in een woonzorgcentrum in een voorstadje van Philadelphia – in het land waar hij in 1974 naartoe geëmigreerd was.

Behalve eminent was Lewis ook zeer controversieel. Zo betoogde hij, tegen de wetenschappelijke consensus in, dat de Armeense genocide geen doelbewuste poging was van de Turken om een ander volk uit te moorden, maar ‘slechts’ een strijd tussen twee nationalistische bewegingen. Ook na felle kritiek hield hij voet bij stuk.

Typerend is een optreden uit 2002, toen Lewis in de National Press Club in Washington D.C. ondervraagd werd over zijn Armenië-standpunt. Vanonder zijn zware, witte wenkbrauwen keek de toen 85-jarige Lewis de vragensteller aan, totdat hij kans zag om hem te corrigeren toen beweerd werd dat een Franse rechtbank hem wegens het ontkennen van een genocide had veroordeeld tot het betalen van één dollar boete. „Eén franc”, zei Lewis, grijnzend en met opgeheven vinger.

Lees ook: De crisis in de wereld van de islam is volgens Bernard Lewis vooral het gevolg van een achterhaald superioriteitsgevoel. Hoewel moslims volgens hem ook te laat leerden klok kijken.

Het vervolg verried Lewis’ zelfverzekerdheid: in enkele in sappig Brits-Engels uitgesproken volzinnen zei de historicus dat zijn uitlatingen slechts een reactie waren op een redenering waarin het bloedbad van de Armeniërs in het Ottomaanse Rijk gelijkgesteld was aan wat er met de Joden gebeurde in nazi-Duitsland. En dat is, aldus Lewis, „een regelrechte leugen”.

Bernard Lewis werd op 31 mei 1916 geboren in Stoke Newington, een dorpje dat in de loop van de negentiende eeuw bij het immer uitdijende Londen gevoegd was. In deze relatief welvarende buitenwijk, zo’n zes kilometer ten noorden van de City of London, groeide hij op in een Brits-Joods middenklassegezin. Zijn vader Harry Lewis was een zakenman, moeder Jane Lewis-Levy was huisvrouw.

Al in 1938 werd Lewis docent Arabische geschiedenis aan de Universiteit van Londen. Na de Tweede Wereldoorlog, waarin hij in het Britse leger diende, maakte hij aanvankelijk naam als Syrië-expert. Maar na de oprichting van de staat Israël, in 1948, waren Joodse wetenschappers niet meer zo geliefd in Arabische landen. Daarom week hij uit naar de archieven van Istanbul en groeide uit tot een van ’s werelds toonaangevende deskundigen in de geschiedenis van het Ottomaanse Rijk.

Kerim Okten/AFP

Noemenswaardig is zijn langlopende dispuut met de Palestijns-Amerikaanse literatuurwetenschapper Edward Said, die Lewis zag als het prototype van de ‘oriëntalist’: een westerling die er clichématige opvattingen over het Midden-Oosten op nahoudt. Ook Lewis’ voorliefde voor Israël en Turkije werd hem niet altijd in dank afgenomen. Daarvan was hij zich terdege bewust, zei hij in 2012 tegen The Chronicle of Higher Education: „Voor sommigen ben ik een torenhoog genie. Voor anderen ben ik de geïncarneerde duivel.”

In de kern vond Lewis dat de politieke en economische onderontwikkeling van Arabische landen te wijten is aan hun eigen religie en cultuur. Dit stond in sterk contrast met de dominante postkolonialistische visie, die de hedendaagse problemen van het Midden-Oosten beschouwt als een rechtstreeks gevolg van de Europese kolonisatie van het gebied.

Zo verschoof de focus bij Lewis steeds meer van wetenschap naar politiek. Soms had hij een vooruitziende blik, bijvoorbeeld toen hij al in de vroege jaren negentig waarschuwde voor islamistisch extremisme. Ook schreef hij in 1998 dat Osama Bin Laden een gevaar voor het Westen was.

Mettertijd kreeg Lewis de tijdgeest aan zijn zijde. Weliswaar veroorzaakte hij in 2004 nog ophef toen hij tegen Die Welt zei dat Europa aan het eind van de 21ste eeuw tot de Maghreb zal behoren, maar intussen zochten – vooral Amerikaanse – beleidsmakers zijn advies. Zijn steun aan de war on terror vond een gewillig oor bij toenmalig vicepresident Dick Cheney, die Lewis uitnodigde om over het Midden-Oostenbeleid te discussiëren.

In zijn eigen vakgebied werd de nieuwe carrière van de mastodont met lede ogen aangezien. De Libanees-Amerikaanse hoogleraar politicologie As’ad AbuKhalil schreef in een vernietigende bespreking van Lewis’ boek Notes on a Century: Reflections of a Middle East Historian, in 2012 gepubliceerd in de Libanese krant Al Akhbar, dat Lewis „het academische veld over het Midden-Oosten meer heeft vergiftigd dan welke andere oriëntalist ook”.

Tegelijkertijd erkennen vriend en vijand dat Lewis de bekendste Midden Oosten-expert van de Verenigde Staten was, met een belangrijke rol onder Democratische en Republikeinse presidenten, en de macht om zowel Harvard als Princeton te adviseren wie ze moesten aannemen in zijn vakgebied. Elk van zijn essays en elk van zijn boeken – waaronder het in 2002 gepubliceerde What Went Wrong? – werd een bestseller, en zijn studenten werken nog altijd in groten getale als adviseurs van de Amerikaanse overheid. De invloed van Bernard Lewis is nog lang niet ten einde.

Suggesties voor deze rubriek zijn welkom op necrologie@nrc.nl.
    • Derk Walters