Opinie

    • Luuk van Middelaar

Merkel beloont én beproeft Frans geduld

Konrad Adenauer, Merkels voorganger, broedde minder lang op antwoord. Toen de West-Duitse bondskanselier op 8 mei 1950 per geheime boodschapper uit Parijs de vraag kreeg of hij inging op een revolutionair Europees initiatief, zei hij per ommegaande en „van ganser harte” ja. De dag erop lanceerde de Franse minister Schuman de kolen- en staalgemeenschap, voorloper van de EU.

Nee, dan Merkel: 250 dagen liet ze Emmanuel Macron wachten. Op 26 september 2017 hield de popelende Franse president zijn Europa-rede aan de Sorbonne. In Berlijn volgden evenwel zes moeizame maanden coalitiegesprekken, toen twee maanden inwerken en afstemmen. Pas afgelopen zondag jl. liet Merkel van zich horen. Geen vlammende toespraak maar een lang, precies interview met de zondagseditie van de Frankfurter Allgemeine. Elk zijn stijl.

De Franse en Duitse leiders delen de analyse dat – anno Trump, Poetin en Xi – de EU haar burgers bescherming en veiligheid moet bieden, dus moet kunnen handelen. Voor haar is evident dat er meer geld naar de EU moet; aan dit Haagse hete hangijzer maakt ze weinig woorden vuil – ook niet toen de interviewers op het Oostenrijks-Nederlandse verzet tegen hogere betalingen wezen. Niet zeuren, de wereld verandert.

Wordt Macrons geduld beloond? Op de drie hoofdvragen defensie, euro en migratie antwoordt Merkel: nee, een beetje en ja! Haar ‘nee’, tussen de regels te lezen, geldt voor Franse plannen voor een Europese interventiemacht. Frankrijk – na Brexit de enige militaire macht in de EU – is gefrustreerd dat defensie-initiatieven vastlopen. Bijna iedereen wil meedoen, terwijl weinig lidstaten een fatsoenlijk leger hebben. Parijs stelt slagkracht en handelingsvermogen boven EU-inclusiviteit. In Berlijn ligt het omgekeerd. Dus blijven de Fransen, ook onder Macron, militair samenwerken met Britten en Amerikanen. Dat zal niet snel veranderen.

‘Een beetje’ zegt Merkel op Macrons euro-ambities. Geen woord over zijn plan voor een minister van Financiën voor de eurozone, noch over een gezamenlijk depositogarantiestelsel voor spaarders. Wel stemt ze in met een eurozone-geldpot, maar houdt die het liefst binnen de EU-begroting en keldert de omvang wat haar betreft naar 20 à 30 miljard. Tevens bepleit ze de ombouw van het euro-noodfonds tot ‘Europees IMF’, met ruimer mandaat en eigen analysedienst. Dat moet uitgroeien tot ‘tweede pijler’ van een stabiele eurozone, naast de Commissie, wat het Duits vertrouwensverlies in de politieke neutraliteit van Juncker c.s. illustreert. Bij elkaar voorzichtige stapjes. Echte beweging in de eurozone komt pas bij een crisis. Maar met Italië ligt die om de hoek, weet ook de Krisenkanzlerin.

Ronduit ‘ja’ zegt Merkel op Macrons voorstellen voor asiel en grensbewaking. Ze ziet dit als existentiële vraagstukken. Ze wil Afrika sterker steunen, uniforme asielprocedures, met op termijn centrale plaatsing. De Europese grenspolitie, Frontex, zou het recht moeten krijgen zelfstandig op te treden aan onze buitengrenzen, desnoods tegen de zin van de betrokken lidstaat. Vergaande voorstellen op gevoelige thema’s, en tot voor kort ondenkbaar. Merkel trekt de politieke conclusie uit de migrantencrisis: de open binnengrenzen van ‘Schengen’ eisen gezamenlijke zorg om de buitengrenzen. Alleen zo kan de EU haar burgers behalve vrijheid ook bescherming bieden. Maar de bondskanselier zou zichzelf niet zijn als ze dit kortstondige vergezicht niet prompt inkadert en nuanceert; ze zoekt consensus, wil dwarsliggers niet overstemmen, verwacht geen asielakkoord op de EU-top eind juni en neemt liever meer tijd. Allegro ma non troppo. De dag erop toonde het Élysée zich beleefd verheugd over de ‘toenadering’.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht en EU-studies (Leiden, Louvain-la-Neuve).
    • Luuk van Middelaar