Marokkanen en Turken fietsen niet

Dit is de ongemakkelijke waarheid: de fiets heeft geen diversiteitsprobleem; migranten hebben een fietsprobleem, meent Lotfi El Hamidi.

De Marokkaanse sultan Abd al-Aziez leert fietsen. Illustratie van Louis Rémy Sabattier (1904). Getty Images / DeAgostini

De fiets heeft een diversiteitsprobleem. Althans, dat zei de Londense ‘fietserscommissaris’ Will Norman vorige week in The Independent. Fietsen is „te wit, te mannelijk en te middle class”, en grote infrastructuurprojecten in Londen bedienen vooral „mannen van middelbare leeftijd”, aldus Norman. Reden voor de commissaris voor fietszaken om na te denken over speciale projecten en ‘targets’ om zo een meer diverse fietsenpopulatie voor elkaar te krijgen. Slechts vijftien procent van de niet-witte bevolking in de Britse hoofdstad pakt op dit moment de milieuvriendelijke fiets.

Aan de andere kant van de Noordzee, in Rotterdam, blijkt fietsen ook een blanke bezigheid. Voor een fietsland als Nederland wordt in de Maasstad te weinig gefietst en van alle grote steden het minst. Uit onderzoek van de gemeente blijkt dat vooral Rotterdammers met een niet-westerse achtergrond de fiets links laten liggen.

Maar waar ligt dat aan? Sociaal-economische factoren spelen ongetwijfeld een rol, en het natte en koude weer nodigt ook niet echt uit tot trappen. Maar dat is niet alles. De ongemakkelijke waarheid is dat de fiets binnen migrantengroepen, vooral in de grote stad, een imagoprobleem heeft. Gezondheid, milieu, verkeersdrukte, het zal allemaal wel. Fietsen is domweg geen stoere manier van verplaatsen. De fiets heeft geen diversiteitsprobleem; migranten hebben een fietsprobleem.

Status mag dan onder jonge autochtone Nederlanders steeds minder een rol spelen bij een keuze voor een vervoersmiddel, bij Marokkaanse en Turkse Nederlanders blijft de auto (het liefst een Duitse) onverminderd populair. Zodra de minimumleeftijdsgrens om gemotoriseerde voertuigen te besturen bereikt is, wordt de fiets afgedankt.

Opa is niet naar Europa gekomen voor een stalen versie van de ezel.

Wie daarna nog het zadel opklimt heeft kennelijk zijn rijbewijs moeten inleveren vanwege een grove verkeersovertreding. De fiets is namelijk een statussymbool. Een negatief statussymbool welteverstaan; wie fietst heeft blijkbaar geen geld of kan niet eens de schijn ophouden dat hij geld heeft. Opa is niet naar Europa gekomen voor een stalen versie van de ezel.

Is het kleingeestig machismo? Wellicht. Maar ook de dames doen hieraan mee. Een Marokkaans of Turks stelletje op een fiets is bijvoorbeeld taboe. Je vriendin of vrouw op een ijzeren zitje vervoeren wordt door zowel mannen als vrouwen als een belediging beschouwd. Het is hoffelijk om een vrouw op de meest comfortabele manier, in de auto dus, van A naar B te brengen. Een fietsscène zoals in Jan Wolkers’ Turks Fruit zul je daarom nooit voorbij zien komen.

De fiets hoort onlosmakelijk bij de Nederlandse cultuur en dat is misschien deels het probleem. Het beeld van een Balkenende of een Rutte die met de fiets naar het werk trapt is niet de ideale reclame. Alhoewel datzelfde beeld razend populair is in de Arabische wereld, omdat het geassocieerd wordt met integriteit. Het imago van de fiets is dus relatief. Net als integriteit overigens.

    • Lotfi El Hamidi