Niet te missen op de zondagochtend: clubjes mannen op racefietsen

Racefietsers

Veel mannen van middelbare leeftijd fietsen in clubverband. Op zondagochtend over het duinpad met Koers&Koffie.

Bij de Haarlemse wielergroep Koers&Koffie is samen rijden en plezier hebben belangrijker dan tempo. Olivier Middendorp

Ze verzamelen zich op zondagochtend om tien uur bij koffiehuis Cleeff in Haarlem. Meerderen met een houten hoofd, want Frank Boshuizen, een van de vaste leden, werd gisteren vijftig en dat is met bier gevierd.

Koers&Koffie is een club zonder een wielerclub te zijn: er is geen tenue, geen contributie, clubblad of clubhuis. Er wordt gewoon iedere zondagochtend om tien uur verzameld bij Cleeff. Wie wil, mag meerijden. Dat is ooit zo bedacht door Peter de Brock en Jan-Willem Blok. Door mensen mee te vragen, het rond te vertellen en het te melden op een eigen Facebookpagina sloten anderen zich vanzelf aan.

Het is een zogenaamde social ride: het gaat er bij Koers&Koffie niet om zo hard mogelijk te fietsen. Het is vooral de bedoeling om plezier te hebben en onderweg wat te kletsen. Er wordt gewacht als iemand een lekke band heeft of als het een deel te snel gaat. De gezamenlijke zondagochtendtocht is volgens Peter de Brock bedacht als „sociaal alternatief” voor een andere Haarlemse zondagochtendtocht, waar ze „asociaal hard gaan”.

Na Boshuizen komt de rest binnendruppelen. „Ik rijd vandaag achteraan”, zegt Matthijs Wind, die klaagt over nekpijn en schouderpijn. „Volgens mij heb ik vannacht raar gelegen.” De andere vaste leden van de groep, Peter de Brock en Chris Prenen, bespreken de outfit van Matthijs. „Het begon met een oranje helm en een oranje bril. We vroegen ons af wanneer hij oranje schoenen ging dragen. Ik weet niet wat voor hoesjes dat zijn over zijn schoenen, maar ze zijn inderdaad feloranje.” Matthijs Wind doet alsof hij in zijn vuist hoest: „JALOEZIE.”

De Koning van de Polderbaan

De leden van Koers&Koffie horen bij de 849.000 wielersporters die Nederland telt. Dat betekent dat 6,3 procent van de Nederlandse bevolking boven de 18 jaar sportief fietst. De Nederlandse Toerfiets Unie (NTFU) ziet dat aantal ieder jaar wat stijgen; de gemiddelde leeftijd is 46 en driekwart is man.

Wielrennen trekt steeds meer mannen van middelbare leeftijd aan. Vanwege het sociale en sportieve aspect, maar ook mensen die vanwege blessures niet meer kunnen hardlopen maken de overstap naar de fiets. In andere gevallen maken de prestaties van de Nederlandse profrenners mensen enthousiast. Ze zoeken een fiets uit en kopen zo’n lycra pakje. Internationaal hebben de fietsende mannen het acroniem MAMIL toegewezen gekregen: middle aged men in lycra.

Olivier Middendorp

Voor 500 euro kun je met een tweedehands fiets en goedkope kleding de weg op, maar veel mannen gaan na verloop van tijd meer geld uitgeven aan materiaal. Dat kan in extreme gevallen oplopen tot fietsen van 10.000 euro, schoenen van 300 euro en een shirt van 200 euro. Prijzen die de mannen, zo grappen ze graag onder elkaar, liever verborgen houden voor hun vrouwen.

De wielrenners van Koers&Koffie jagen over het Zuiderduinpad. Het is er heel druk, maar vanwege de grauwe lucht rustiger dan normaal, zeggen ze. Het duinpad is het enige stukje in de zondagochtendrit van Koers&Koffie waar ieder zijn eigen tempo mag rijden. Aan het einde van het pad wordt gewacht tot alle deelnemers er zijn.

Ze rijden er met ongeveer 35 kilometer per uur overheen. Via de app Strava (Nederland heeft ongeveer een miljoen gebruikers, waaronder ook hardlopers) kun je achteraf bekijken waar en hoe hard je reed. De meerderheid van de wielrenners gebruikt die app. Zo kun je zien dat de snelste tijd ooit gereden op dat duinpad van oud-schaatser Edward Hagen was, die er op een woensdagavond in 2016 gemiddeld 53 kilometer per uur reed. Chris Prenen, die vandaag ook meerijdt, was erbij. „We hadden wind in de rug en we kwamen niemand tegen.”

Koffie en bier

Enkele Koers&Koffie-leden organiseren ook het wielercafé in Haarlem. Een halfjaarlijkse avond met beroemde oud-renners, met interviews en verhalen over wielrennen. Het pas allemaal bij de populaire wielercultuur waar koffie belangrijk is (er zijn zelfs speciale wielerbonen), speciaalbier (ook daar heb je wielerbier), de juiste kleding en natuurlijk de verhalen uit het profpeloton. Peter de Brock benadrukt graag dat verzamelpunt Cleeff vroeger een apotheek was, toepasselijk voor het dopingverleden van het wielrennen. En bij ieder wielrengroepje hoort een appgroep. Ook iets waar wielrenners in dit soort groepen met plezier over spreken. Je komt met mensen buiten je vaste groep in contact. Zowel de stratenmaker als de hoogleraar zit op de fiets en in een wielerpak verdwijnen alle verschillen. Is het een mannenclubje, dan worden al snel foto’s van schaarsgeklede dames op een racefiets gedeeld. Soms is het een soort Voetbal Inside op de racefiets. Bij Koers&Koffie kenden de leden elkaar voorheen niet – de twee oprichters daargelaten. Nu komen ze op elkaars verjaardag.

Boele van der Linden rijdt vandaag voor de tweede keer mee. Hij ontdekte de groep doordat hij in de straat tegenover het verzamelpunt woont. Voor Göran van Rooijen is het zelfs de eerste keer. Hij is pas in Haarlem komen wonen en organiseerde zulke social rides in zijn vorige woonplaats Rotterdam. Er ontbreken vandaag ook veel mensen; vooral de vrouwen die met een Haarlemse vrouwenclub een trainingsweekend hebben.

Olivier Middendorp

Camper alley

Intussen draaien en keren de fietsers van Koers&Koffie door de bollenstreek. Even inhouden bij de Keukenhof, slalommen om toeristen op oranje fietsen en gas terug op wat ze ‘camper alley’ noemen: een straatje langs de Leidsevaart dat vol campers staat. Vanaf Hillegom gaat het tempo omhoog langs de Ringvaart. Chris Prenen moppert wat achteraan. „Wat nou social ride? Wie rijdt er eigenlijk voorop? O, Matthijs. Die heeft dus toch niet zo’n last van zijn nek.”

Bij Haarlem zwaaien de eerste renners af richting huis. Een vijftal rijdt door naar het centrum. Bij de Jopenkerk worden de fietsen gestald, bier besteld, de gemiddeldes bekeken en besproken waar het hard ging en wie er goed vooraan reed. „Hebben jullie ook een club op Strava”, vraagt Boele van der Linden lachend. „Dan kan ik daar lid van worden. Heb ik eindelijk een club. Of hoe noemen ze dat in de motorwereld? Een chapter!” Ach joh, het heeft ook twee wielen, reageren de anderen.

Er worden anekdotes uitgewisseld over de koude en drijfnatte toerversie van de Amstel Gold Race die de groep vorig jaar heeft gefietst en ook de carrière van Niki Terpstra wordt uitgebreid besproken. Na een half uur staat Peter de Brock op. „Ik ga naar huis, misschien is de Amstel Gold Race al op televisie.”