‘Je wilt geen skyline van stompjes’

Interview Nanne de Ru Er is protest tegen een 150 meter hoge toren aan de Coolsingel. Te hoog, vindt men. Niet hoog genoeg, zegt Nanne de Ru.

Nanne de Ru: „De Rotterdam is ook maar 150 meter hoog. Je had ook tot driehonderd meter kunnen gaan.” Foto Anna Ciolina

Architect en projectontwikkelaar Nanne de Ru (1976) opende afgelopen week de Rotterdamse architectuurmaand met een pleidooi voor hogere torens in de stad en meer gebieden voor hoogbouw. Ook de nieuwe woontoren achter het voormalige postkantoor aan de Coolsingel mag wat hem betreft veel hoger dan de 150 meter die nu gepland is. „We moeten ambitieus zijn. Anders krijg je een discussie over middelmatigheid.”

Rotterdam moet hogere torens bouwen, vind jij. Waarom?

„Vier jaar geleden kon je je een toren van 150 meter in Rotterdam niet voorstellen. De toenmalige grondwaarde rechtvaardigde dat niet. Maar de woningmarkt heeft zich nu zo positief ontwikkeld dat het kan. Toen wij twee jaar geleden begonnen met het ontwerpen van de Baan-toren, waren er nog beleggers die zeiden: ‘Mooie toren, maar we willen er geen huurwoningen kopen.’ Dat waren pensioenfondsen. Nu zeggen ze: ‘Mogen we ze alsjeblieft kopen.’”

Maar 150 meter vind je ook niet hoog genoeg.

„Ik pleit ervoor om op de stukken in centrum die we nog kunnen bebouwen, flink de hoogte in te gaan. Het Postkantoor was een goeie plek geweest om 200 meter de hoogte in te gaan. Maar daarvoor is het nu te laat. De bouwer van die toren heeft er voor gekozen om daar tot 150 meter te gaan. De commissie Welstand van de gemeente is bijna akkoord.”

Maar is dat erg?

„We missen daardoor wel de kans om daar een onverschrokken ontwerp neer te zetten.”

Is De Rotterdam niet onverschrokken dan?

„De Rotterdam is ook maar 150 meter hoog. Je had ook tot driehonderd meter kunnen gaan.”

Driehonderd meter? Is dat niet veel te hoog?

„Nee. Dat kan wel. Rotterdam heeft de naam de hoogbouwstad van Nederland te zijn, omdat we meer hoge torens hebben dan alle andere steden in Nederland. Maar in hoogte onderscheiden we ons niet van hen.”

De Ru pakt er een reeks afbeeldingen bij van torens in de rest van de wereld. „Begin vorige eeuw was het Witte Huis bij de Oude Haven het hoogste kantoorgebouw van Europa, terwijl het maar 30 of 40 meter hoog is. Dat was toen echt een ding. Maar als je Rotterdam nu vergelijkt met torens in Europa en de rest van de wereld, zie je dat die veel hoger zijn. De Shard bijvoorbeeld in Londen is 300 meter hoog. De Abraj Al Bait-toren in Mekka: 600 meter hoog. De Burj Khalifa in Dubai: 750 meter hoog.”

Moeten we zulke hoge torens dan ook in Rotterdam bouwen?

„We moeten ambitieus zijn over hoogbouw. Als we dat niet zijn, krijgen we een discussie over middelmatigheid.”

Maar wie zegt dan dat de hoogbouw in Rotterdam middelmatig wordt?

„Ik. Er komen zeker tien torens in Rotterdam bij komende tijd. Als die allemaal even hoog zijn, wordt de skyline heel suf. Dan krijg je een soort stompjes. Je wilt variatie in hoogte.”

De Ru pakt er een foto bij van Rotterdam in 1945, vlak na de oorlog toen een deel van de stad was weg gebombardeerd, en een foto van de stad zoals hij nu is. „Dit is Rotterdam 70 jaar geleden, en dit is Rotterdam nu. Bijna alles wat tot nu toe gebouwd is, zit rond de 100 meter. De ambitie om de hoogte in te gaan moeten we uitvergroten, anders krijg je een lelijk landschap en geen goed gecultiveerde skyline. Torens zijn de karakters van de stad.”

Lees ook: Verticale bossen gaan ook Eindhoven bevrijden van beton en glas

Zelf ontwikkel je ook een toren, aan de Baan, in het centrum. Wat is je financiële belang daarbij?

„De grond is van de ontwikkelmaatschappij en daar hebben wij een belang in. Hoeveel, dat doet er niet toe. Die was al heel lang in bezit van Martens Aannemingsbedrijf [dat de toren mede bouwt]. Al 20 of 30 jaar. Maar je moet niet denken dat je daar steenrijk van wordt. De bouwkosten zijn heel hoog. We moeten 60 meter diep heien. Op die fundering kan je ook wel 180 meter de hoogte in, maar dat mag niet. Omdat de grens in de hoogbouwvisie van de gemeente op 150 meter ligt. Het wordt een smal, rank torentje, met 190 appartementen. We hebben maar weinig vierkante meters om te verkopen.”

Wat betekent de komst van de Baan Tower voor de verkeersdrukte in die wijk?

„Verkeer is altijd een punt. Er komen twee grote woontorens bij de Baan. Dus je vraagt je altijd af hoe dat zal gaan. In de Baan-toren zijn maar 40 parkeerplaatsen opgenomen. De rest huren we in een parkeergarage om de hoek. Die staat grotendeels leeg. Dus dat is prima. De trend is dat mensen geen eigen auto meer hebben, omdat de stad er geen plek voor heeft. Dat zie je ook in hoogbouwgebieden als Manhattan, Singapore en Hongkong.

Gaat Rotterdam die kant op dan?

„Qua verdichting zijn wij natuurlijk niets vergeleken met Manhattan. Daar wonen zoveel meer mensen dan hier dicht bij elkaar.”

Wat is de oplossing voor Rotterdam?

„Er is actief beleid om mensen uit de auto te krijgen, een breuk met het verleden, want Rotterdam profileerde zich altijd als autostad. En de stad moet meer inzetten op gebruik van OV en de fiets, zodat een auto niet nodig is. Fietsen gaat al heel goed, maar het OV kan beter. Al is het uitbreiden daarvan wel duur.”

Bewoners van wijken waar woontorens komen, klagen altijd over valwinden.

„Je moet een goede windtunneltest doen en het probleem oplossen in de ontwerpfase. In Rotterdam is dat nu de verplichte standaard, vroeger was dat niet zo. Je kan valwinden voorkomen door de toren anders vorm te geven, bijvoorbeeld door het maken van een bredere basis zoals we bij de Amstel Tower in Amsterdam gedaan hebben, of door het plaatsen van balkons op de gevel.”

Op sommige punten in Rotterdam word je van je fiets geblazen bij harde wind door valwinden, zoals bij de hoogbouw aan de Kruiskade. Is daar achteraf nog iets aan te doen?

„Moeilijk. Dat zie je bij de kantoortoren van Deloitte op de Kop van Zuid. Daar hebben ze een luifel op gemaakt om de wind tegen te houden. Maar dat werkt niet echt.”

Lees ook: Hoogbouw voor hoogvliegers

Het liefste wil jij dat de gemeente negen plaatsen aanwijst, verspreid over de stad, waar nieuwe hoogbouwgebieden kunnen ontstaan. Waarom?

„Het centrum is straks redelijk vol qua hoogbouw, dus moet je zoeken naar ambitielocaties eromheen: Zuidplein, Feyenoord City, al is dat al een hoogbouwlocatie, Charlois. Als daar straks een stadsbrug komt, wordt dat fantastisch. Merwe-Vierhavens. Zodra de drie torens op het Marconiplein verbouwd en bewoond zijn, zal je zien dat daar restaurantjes opduiken en het er vanzelf druk wordt. Projectontwikkelaars kopen daar nu al stukjes grond op. Bij de snelweg in Rotterdam-Noord tussen het Vroesenpark en Blijdorp zit een spannend stuk. Het Zomerhof-kwartier bij de Hofbogen. Achter de Hef, aan de Maas. Daar zitten nu fabrieken van Hunter Douglas, daar kunnen prima torens komen. Daar omheen zitten veel lelijke pandjes, veelal sociale huurwoningen van woningcorporaties. Die moet je behouden. Zo blijft de wijk gemengd. Door de bouw van nieuwe torens voorkom je banlieuvorming.”

    • Lucette Mascini