Islam geeft je een stevige identiteit

Religie

Moslims in Nederland worden steeds vromer, signaleert het SCP. Maar wat vinden zij zelf?

Ebru van Schie-Akdağ is belijdend moslima. Haar man Koen vast soms mee tijdens de ramadan. Foto David van Dam

Yunus Sezer bidt vaak en volgt de regels van de islam. „Voor mij is dat niet strikt, maar zoals het hoort.” Hij heeft de mogelijkheid en de tijd om zich in zijn geloof te verdiepen, zegt de Turkse-Nederlander (20). „Dan kun je twee kanten op. Of je omarmt het, of je wijst het af.”

De meeste Nederlandse moslims omarmen hun geloof, bleek deze week uit het rapport De religieuze beleving van moslims in Nederland, van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), dat vooral ging over Nederlandse moslims met een Marokkaanse of Turkse achtergrond. Het aandeel van seculiere moslims, die niets aan hun religie doen, is klein.

Voor Sezer, die in Groningen Industriële Techniek en Management studeert, is het geloof een houvast in een wereld waarin hij geconfronteerd wordt met gevaarlijke zaken die van het geloof niet mogen, zoals drugs of prostitutie. „Je zit nu eenmaal niet in je eentje op een berg.”

Veel Turks- en Marokkaans-Nederlandse jongeren vinden steun in hun religie, zegt SCP-onderzoeker Willem Huijnk. „Gelovig zijn in een seculiere samenleving vergt een actieve houding. Jongere moslims gaan zelf op zoek en nemen niet klakkeloos over wat hun ouders en de imam voorschrijven.”

Ingewikkeld

Het SCP onderscheidt vijf typen moslims – van rekkelijk tot heel strikt. De Turks-Nederlandse Ebru van Schie-Akdağ(30) vindt het moeilijk om te zeggen in welke ‘categorie’ ze past. Seculier, cultureel, selectief, vroom of strikt? „Ik ben ingewikkeld”, besluit ze. Ze draagt een hoofddoek, doet mee aan de ramadan en bidt af en toe. „Ik heb een balans gevonden tussen deze bijzondere identiteit en, laat ik het zo noemen, de mainstream Nederlandse samenleving.”

In de puberteit was dat een uitdaging. „Je komt erachter dat dingen anders werken. Ik zat op een katholieke school, maar bij ons thuis spraken we Turks, zijn we moslim. Dan moet je keuzes durven maken.”

Ze ging uit huis, trouwde – „met een Nederlands-Nederlandse man” – en werkt bij de Rijksoverheid. Nu krijgt ze zelf vaak de vraag om advies te geven. „De jongere generatie vraagt zich af: kan dat zo maar, een hoofddoek dragen op je werk?”

Bouchra Dibi, woordvoerder van Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders, ziet dat veel jonge meiden die vraag met ‘ja’ beantwoorden en bewust zelf voor een hoofddoek kiezen. De reden voor de toegenomen religiositeit, die ook zij om zich heen ziet, is volgens haar simpel: „Als jonge mensen het gevoel hebben dat ze niet geaccepteerd worden zoals ze zijn, dan ga je op zoek naar acceptatie binnen een andere groep. De islam kan je dan een stevige identiteit geven.”

Maar ook daarmee kun je prima meedoen in de samenleving, vindt Ebru van Schie-Akdağ. Online rolmodellen wijzen hen daarbij de weg, denkt ze. „Op social media en op YouTube zie je veel zelfverzekerde vrouwen die laten zien dat je succesvol kunt zijn én je aan de kledingvoorschriften kunt houden. Dat is informatie die er vroeger niet was.”

Moslims beleven hun religie steeds sterker, stelt het SCP. Gevreesd wordt dat dit de afstand tussen moslims en niet-moslims verder vergroot. Lees ook: Vasten, halal eten en vaker bidden

Religieus gedrag, zoals het dragen van een hoofddoek, vasten en bidden, ziet ze dan ook niet als bewijs van de afstand tot niet-moslims waarop het SCP wijst. Iedereen geeft daar zijn eigen invulling aan. „Zo’n hoofddoek bijvoorbeeld, die zit ook vaak wat losser om het hoofd, of er is een plukje haar zichtbaar.”

Vrijdagpreek

Charif Slimani, imam in de Marokkaanse moskee in Roosendaal, vindt de bevinding van het SCP dat vrome en strikt praktiserende moslims zich vooral binnen de eigen groep bewegen vreemd. „Een vrome moslim zou juist contact moeten hebben met niet-moslims. In de overleveringen van de profeet staat dat een gelovige zijn eten moet delen met niet-islamitische buren, zeker als die minder hebben.”

Het is wel prettig als die buren dan óók open staan voor contact, vindt de imam. „Het moet van twee kanten komen. Het zou enorm helpen als politici, of zelfs de minister-president, regelmatig zouden laten merken dat moslims erbij horen. Door ze een mooie ramadan toe te wensen of iets dergelijks.”

Ebru Akdağ heeft die balans gevonden. Haar man vast soms mee tijdens de ramadan, nieuwsgierige collega’s zijn altijd welkom op de iftar. En ze gaat gewoon naar borrels op het werk. „Gelukkig is er tegenwoordig overal alcoholvrij bier.”

Charifi is net de vrijdagpreek aan het voorbereiden. Die gaat over barmhartigheid. De moskee zal, verwacht de imam, vol zitten want het is vrijdag, én het is de maand ramadan.

Het strikt volgen van de regels zit ook in de aard van de islam, zegt Slimani. „De islam kent nu eenmaal veel regels en rituelen. Je moet vijf keer per dag bidden, vasten tijdens ramadan. Als je dat doet, word je beloond. Doe je het niet, word je gestraft. Je kunt best christen zijn zonder dat je er iets aan doet, voor een moslim is dat veel lastiger.”

Vrijdagpreek

Bouchra Dibi van SMN stelt juist op dat punt vraagtekens bij het onderzoek. Moslims zullen niet snel hardop zeggen dat ze bepaalde islamitische regels niet volgen. Uit het SCP-rapport blijkt dat 87 procent van de Marokkaans-Nederlandse moslims alle dagen van ramadan zou vasten. „De meeste moslims zullen zeggen dat ze vasten, lang niet iedereen doet het,” stelt Dibi. „Maar zéggen dat je het niet doet, dat nooit.”

Universitair docent Islam Studies Mohamed Ajouaou aan de Vrije Universiteit in Amsterdam heeft dezelfde twijfel. „De groep seculiere moslims is klein”, staat in het onderzoek. Ajouaou: „Maar voor een moslim betekent het begrip seculier bijna dat je het geloof hebt verlaten. Dat zullen de meesten niet hardop zeggen.”

Hij vindt de vragen over moskeebezoek en vasten te eendimensionaal. „Als je onderzoek doet naar religieuze beleving, moet het ook gaan over ideologie. Je moet niet bang zijn belangrijke thema’s aan te pakken als fundamentalisme, salafisme en radicalisering. Maar daarover rept het onderzoek niet.”

    • Sheila Kamerman
    • Rik Rutten