‘We hadden geaccepteerd dat hij snel dood zou gaan’

Sarah Klerks (31) trouwde op haar 23ste met een terminaal zieke man, die Jehova’s getuige was. Ze stond aanvankelijk sceptisch tegenover religie maar ze verdiepte zich in zijn geloof en is nu toegewijd christen. „Ik dacht: een boekje lezen kan altijd.”

Foto Merlijn Doomernik Merlijn Doomernik

Sarah Klerks (31) werd weduwe toen ze 26 was. „We ontmoetten elkaar tien jaar geleden, op de universiteit. Martijn en ik moesten samen een opdracht doen bij een college Italiaans. Ik vond hem zo bijdehand en slim. Hij was ook enorm getalenteerd, hij schreef gedichten, zong, maakte muziek. Tijdens een avondje stappen in Paradiso werden we verliefd. De volgende dag zei hij dat hij met me wilde trouwen.

„Op zijn vijfde is het syndroom van Marfan bij hem geconstateerd. Dat is een erfelijke afwijking van het bindweefsel, wat in Martijns geval resulteerde in een toenemende verwijding van de aorta. Toen we elkaar leerden kennen, ging het nog relatief goed met hem. Een week of zes nadat we iets kregen, bleek dat hij een scheur in zijn aorta had. Zijn gezondheid was stabiel maar dat hij waarschijnlijk niet oud zou worden, was toen al duidelijk. Een bijkomend probleem was dat Martijn geen bloedtransfusie wilde. Hij was van huis uit Jehova’s getuige. Jehova’s getuigen interpreteren bepaalde Bijbelpassages als een verbod op het eten en het ‘gebruiken’ van bloed. Hij liet zich dus niet opereren, maar slikte medicijnen, bloeddrukverlagers – het was afwachten hoe lang dat goed zou gaan.

„Martijn heeft nooit gevraagd of ik me wilde bekeren, maar ik wilde wel iets meer weten over zijn geloof, dus begon ik in de Bijbel te lezen. Ik had tijdens mijn studie ook vakken over religie gevolgd en ik was altijd al geïnteresseerd in het jodendom. Ik vond de Jehova’s getuigen wel een beetje creepy, zo radicaal en op zichzelf. Ze stemmen bijvoorbeeld uit principe niet. Maar ja, een boekje lezen kan altijd. Jezus vond ik meteen een heel inspirerend figuur, vooral omdat hij voor rechtvaardigheid streed. Maar daar bleef het bij.

Trouwen

„Toen we 23 waren, trouwden we, vlak nadat er opnieuw een scheur in zijn aorta was gekomen. Natuurlijk vond iedereen het raar dat we al zo jong gingen trouwen, maar we hielden van elkaar en we wilden ook graag samenwonen. Het was een kleine bruiloft, de huwelijksreis naar Sicilië ging vanwege Martijns slechte conditie niet door.

„Martijn wilde nog zo veel van zijn muziek en poëzie doorgeven. Als een soort flessenpost, zoals hij ook was geïnspireerd door schrijvers die al dood waren toen hij ze voor het eerst las. Hij wilde de dood met opgeheven hoofd tegemoet treden. Hij won het Nederlands kampioenschap Poetry Slam, nam bij een bekend label in Londen een album op onder de naam The Child of Lov en hij werd internationaal voor optredens geboekt. Maar op den duur werd hij steeds zieker en werd alles gecanceld.

De eerste paar keer dat ik naar een kerkdienst ging, schaamde ik me ervoor. Mensen vonden het gek

Sarah Klerks

„We hadden geaccepteerd dat hij snel dood zou gaan, we leefden echt met het idee dat iedere dag de laatste kon zijn. Dat was heel intens, maar ook vreselijk vermoeiend, zo van: is dit dan de laatste keer dat we naar het park gaan? Of deze keer? Waar we niet over spraken, was wat er met mij zou gebeuren als ik achterbleef. Die gedachte deed hem pijn, denk ik. Daarom ontweek ik het onderwerp ook.

„Martijn werd steeds zwakker en het waren eenzame jaren. Ik maakte nauwelijks deel uit van de maatschappij, m’n studie lag stil. Ik was thuis, zorgde voor een dichter die aan het doodgaan was. „In 2013 begon Martijn te twijfelen aan zijn geloof. Niet aan God of de Bijbel, maar wel aan de interpretaties van de Jehova’s getuigen. Hij was er niet meer van overtuigd dat bloedtransfusie verkeerd was en besloot een operatie te ondergaan waarbij het zieke deel van de aorta zou worden vervangen door een vaatprothese. Het zou enorm zwaar en riskant worden, met een grote kans op complicaties. Maar het alternatief was wachten tot hij doodging.

Overlevingsmodus

„Op 11 november 2013 was de operatie. Ik had echt het idee dat ik mijn man moest ‘inleveren’. Het was misschien de laatste keer dat we elkaar zagen, maar we zeiden het allebei niet hardop. Toen hij werd weggereden, maakte hij nog zo’n gebaar naar me van ‘hou vol’. Tijdens het wachten moest iedereen de hele tijd huilen, maar ik bleef scherp. Ik zat echt in een overlevingsmodus. ’s Avonds werden we gebeld dat alles goed leek te zijn gegaan.

„Maar Martijn kwam niet bij, na twee dagen was hij nog niet wakker. Er werd een hersenscan gemaakt waaruit bleek dat hij meerdere herseninfarcten had gehad. Dat was het moment dat ik instortte. Het was een soort oerpijn, ik kon alleen maar schreeuwen en huilen. ‘We hebben verloren’, dacht ik.

„Dat was het begin van een maand op de intensive care. Er werden testen gedaan en af en toe vertoonde hij tekenen van leven, maar we konden nauwelijks communiceren. Ik wist niet of ik in God geloofde, maar ik probeerde voor de zekerheid te bidden. Ik was zo boos, ik wilde die boosheid aan ‘God’ geven. Ik was over de grens van mijn eigen kunnen, maar door het bidden voelde ik me rustig en gecoacht. Later durfde ik pas toe te geven dat dat naar mijn idee met God te maken had, op dat moment vond ik dat idee nog ‘zweverig’.

„Op een nacht kreeg ik een telefoontje uit het ziekenhuis. Ze waren Martijn aan het reanimeren, zeiden ze. Hij was gestopt met ademen en had nóg meer hersenschade opgelopen. Hij werd nog één keer geopereerd en toen was te zien dat zijn nieren en darmen niet meer functioneerden. Hij was, op zijn 26ste, kapot. De behandeling werd gestaakt.

Na de uitvaart had ik geen idee hoe ik moest doorleven. Moest ik nu ‘gewoon’ gaan ontbijten? Een bróódje smeren?

Sarah Klerks

„Toen ik de ochtend na de uitvaart wakker werd, had ik geen idee hoe ik moest doorleven. Moest ik nu ‘gewoon’ gaan ontbijten? Een bróódje smeren? Want toen begon het pas. De eerste maand heb ik vooral op de bank gelegen, het voelde alsof ik griep had. Ik heb een tijdlang niet op Facebook of Instagram gezeten. Het voelde allemaal zo banaal, zo ordinair. Ik pakte m’n studie Italiaans weer op en huurde een atelier om daar m’n scriptie te schrijven. Ik kon het niet aan om in de universiteitsbibliotheek tussen al die corpsballen te gaan zitten.

Sceptisch

„Ik keek in die tijd veel naar YouTube-filmpjes van dominees zoals de Amerikaan Tim Keller, die sprak me erg aan. Hij richt zich op sceptici en dat was ik toen: niet echt gelovig, maar wel zoekende. Ik las zijn boek Walking with God through pain and suffering. Het voelde toen ook alsof ik dicht bij God was. Ik was bezig met de vraag waarom we doodgaan en wilde naar een dienst van Stroom, een niet-traditionele jonge kerk in Amsterdam. De eerste paar keer dat ik ernaartoe ging, schaamde ik me ervoor. Mensen in m’n omgeving vonden het gek, maar lieten me wel gewoon gaan. Ja, je kan moeilijk tegen een rouwende weduwe zeggen dat ze niet naar de kerk mag.

„In de Bijbel vond ik het antwoord op lijden en dood. Ik geloof dat Jezus echt is gestorven en echt is opgestaan, hoe gek dat ook klinkt, en dat op een dag alle pijn en onrechtvaardigheid wordt goedgemaakt. Bij Stroom voelde ik me prettig omdat ik op m’n intellect werd aangesproken. Er werd op een rationele en onderzoekende manier naar geloof gekeken, een beetje alsof je op een hoorcollege op de universiteit bent. Twee jaar geleden heb ik me daar laten dopen. Hoe meer ik met God bezig ben, hoe meer ik in balans ben. Ik laat me minder beïnvloeden door dingen van buitenaf, zoals m’n carrière. Als ik niet ‘succesvol’ ben, is dat geen ramp.

Lees ook het interview met Yvonne Zonderop (62), ze beschrijft in een boek hoe Nederland het christendom bij het vuil zette: ‘Geloven is zo gek nog niet’

„De derde keer dat ik naar Stroom ging ontmoette ik Marnix. Hij zong hard en lelijk, vol overtuiging. Dat vond ik heel cool. We hadden goede gesprekken over geloof en raakten bevriend, maar het duurde nog een tijd voordat we echt iets kregen.

„Het is wel gek dat Marnix Martijn nooit heeft gezien, het voelt alsof hij hem goed kent. Hij komt geregeld ter sprake. In juni gaan Marnix en ik trouwen. Het wordt een grotemensenhuwelijk, met veel gasten. Hij geeft me levensvreugde.”