Opinie

    • Bas Heijne

Hoop en liefde

Aandoenlijke beelden van Rotterdammers die donderdag protesteerden tegen de door Pegida aangekondigde barbecue bij een moskee – een roze hart van krijt op de stoep, bloemen om de „barbecuelucht” te verdrijven, een fraaie spreuk over „de vlam van de vrede”. Lief! Een medestander: „Ze hebben het recht om te protesteren, maar ik wil bijdragen aan een boodschap van hoop en liefde.” Een Rotterdamse moslima: „Toch hartverwarmend om te zien dat zoveel mensen ons steunen.”

Geconfronteerd met een flinke menigte tegendemonstranten maakte de Pegida-bus schielijk rechtsomkeer. De menigte voor de moskee scandeerde uitgelaten „Rotterdam” – en schold burgemeester Aboutaleb uit voor hoerenzoon. Op het dak werd een Turkse vlag omhooggehouden. Eerder had de onvermijdelijke Turkse minister zich er al tegenaan bemoeid.

Alles als vanouds dus, daar in Rotterdam.

Een sneu akkefietje, stormpje in een glas troebel water. Het beeld van de Pegida-voorman die voor moskee in Gouda op een lullige draagbare barbecue een karbonade stond te grillen als laatste steunbeer van de westerse beschaving, maakte vooral vrolijke hoon los.

Wel jammer dat buiten dat glas water inmiddels een flinke orkaan woedt. Geloof, identiteit, nationale trots en tegenstrijdige waarden jagen de tegenstellingen aan – in heel Europa.

Volgens een Europees onderzoek dat deze week gepubliceerd werd, onderschrijft bijvoorbeeld 43 procent van de Nederlanders de stelling dat de islam fundamenteel onverenigbaar is met „onze cultuur en onze waarden”. In dat lijstje scoorde Finland het hoogst met 62 procent – geen moskee op onze toendra. Portugal scoort het laagst met 31 procent. Over de interpretatie van dat onderzoek zal getwist worden, maar hoe dan ook: „challenging numbers for Europe”, zoals de Britse politicoloog Matthew Goodwin twitterde.

En Europa heeft het al zo moeilijk. „Als Europa dít niet opgelost krijgt, is er geen Europese Unie meer tussen nu en vijf jaar”, stelde de omstreden Belgische staatssecretaris Theo Francken deze week dreigend. Het ging over de patstelling tussen de verschillende lidstaten over de verdeling van asielzoekers. Landen als Griekenland en Italië voelen zich onevenredig belast en doen een beroep op Europese solidariteit. Ze worden gesteund door landen als Duitsland en Nederland en worden keihard tegengewerkt door landen als Polen, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, voor wie iedere vreemdeling er een te veel is, want die vormt een directe bedreiging voor hun „christelijke cultuur”. Een compromisvoorstel van Bulgarije, voorzitter van de EU, waarin opname alleen vrijwillig zou plaatsvinden, aangemoedigd door financiële prikkels, en waar alleen in noodgevallen opname zou kunnen worden afgedwongen, werd honend van tafel geveegd. De Correspondent: „Het kamp-Italië vond het van veel te weinig solidariteit getuigen, het kamp-Hongarije vond het juist veel te ver gaan.” Waardeloos voorstel: als de lidstaten met bonussen tot solidariteit verleid moeten worden, dan heeft Europa als Europa gefaald. Het moet niet over geld gaan, maar over waarden. En juist „waarden” komen in Europa steeds vaker tegenover elkaar te staan.

Deze week bepaalde het Europese Hof van Justitie dat het homohuwelijk in alle Europese landen moet worden erkend – ook in de landen waar men fel tegen het homohuwelijk is gekant. Die landen – ha, Polen - „zullen zich allemaal naar het oordeel van het Hof moeten schikken”, juichte Europarlementariër Sophie in ’t Veld (D66). „Je ziet dat de Europese Unie meer is dan een goed werkende markt. Het is ook een waardengemeenschap.”

Eh. Ik vond het ook mooi van het Hof, ook al omdat ik van de zomer eindelijk eens ga trouwen, maar op die zin van In ’t Veld moest ik kauwen. Want als die waarden, zoals hier, door de rechter moeten worden afgedwongen, wat voor gemeenschap is dat dan? Maar dat in Ierland het homohuwelijk door middel van een referendum werd omhelsd, was dan toch weer hoopvol? Het is ook geen kwestie van optimisme of pessimisme, dingen gaan nooit één kant op. Het is een kwestie van beseffen wat er tegenover elkaar staat.

In de tijd dat de Oost-Europese landen snakten naar vrijheid en welvaart, kon men ze tot goed gedrag dwingen, een beetje duwen, een beetje chanteren. Een gemeenschappelijke markt, flinke subsidies, oké, maar dan wel de doodstraf afgeschaft en, nu we toch bezig zijn, even homoseksualiteit uit het wetboek van strafrecht. Het werkte een tijdje, maar intussen is de backlash in volle gang. Het is juist als een gemeenschap van waarden dat Europa verscheurd wordt. De Hongaarse premier Orban kondigde afgelopen maand opnieuw het eind van de liberale democratie af. Hoe on-Europees wil je het hebben?

Nuchtere stemmen vinden die groeiende nadruk op het herwinnen van zelfbeschikking, nationale cultuur, islamitische orthodoxie, al die beloftes de natie weer groots en soeverein te maken, een beetje zielig. Loos gespartel tegen iets dat allang niet meer tegen te houden is: globalisering. Dat we steeds onze verschillen benadrukken, is alleen omdat we steeds meer op elkaar lijken.

In een nog te verschijnen boek stelt de inmiddels wereldberoemde historicus Yuval Noah Harari dat iedereen met ogen in zijn hoofd kan zien dat eenwording van de wereld onvermijdelijk is – en ook noodzakelijk omdat zoveel problemen inmiddels mondiaal zijn. Daarom, stelt hij moeten we ons niet blindstaren op Brexit, dat houdt de „human unification” uiteindelijk niet tegen. „Brexit zou best het begin kunnen zijn van een gelijktijdig uiteenvallen van zowel de UK als de EU. Maar op de lange termijn is het duidelijk welke kant het met de geschiedenis opgaat.”

Een hele geruststelling – maar de lange termijn, dat is me net iets te vaak een stoplap om een reële crisis te bagatelliseren.

Op de lange termijn, zei John Maynard Keynes, zijn we allemaal dood.

Als Europa uiteenvalt, stelt Harari toch ook, dan betekent dat ook dat het geloof in liberale waarden als vrijheid en tolerantie domweg niet voldoende is om de culturele conflicten in de wereld op te lossen. Dan krijgt Orban kortom gewoon gelijk. Dat is wat er op het spel staat.

Bas Heijne schrijft tot de zomer een column op deze plaats.
    • Bas Heijne