Recensie

Holland Festival gaat van start met ode aan twee schilders

Openingsconcert

Het Holland Festival begon donderdag met twee muziekstukken over schilders: ‘Rothko Chapel’ en 'Richters Patterns’. Die voerden naar een schitterende apotheose.

Richters Patterns Foto Janet Sinica

Het grootste podiumkunstenfestival van Nederland begon in het teken van de schilderkunst. Het openingsconcert van het Holland Festival, donderdagavond in de Gashouder, bood een tweeluik van de componisten Morton Feldman en Marcus Schmickler, geïnspireerd op en vernoemd naar de beeldend kunstenaars Mark Rothko en Gerhard Richter. De opening zou worden bijgewoond door koningin Máxima, maar die kon door familieomstandigheden niet aanwezig zijn. De hele maand juni brengt het Holland Festival internationale theater-, dans- en muziekproducties naar Amsterdam.

Na veelal spectaculaire en grootschalige openingsconcerten bij vorige edities pakte de gewaagde keuze voor Feldman goed uit: muziek van grote verstilling, puur concertant. Alleen al vanwege de ongewone bezetting wordt Rothko Chapel (1971) zelden uitgevoerd. Koor, sopraan, alt, altviool, celesta en slagwerk, die heb je niet dagelijks bij de hand. Feldman componeerde het werk na de dood van Rothko, met wie hij bevriend was, en vernoemde het naar de oecumenische gebedsruimte in Houston waar veertien van diens nagenoeg zwarte doeken hangen.

Hoewel de dynamische bandbreedte van Rothko Chapel voor Feldman-begrippen tamelijk groot is, was het geen geringe opgave om in de zuurstofarme Gashouder de vereiste intimiteit te bereiken. Het lukte Cappella Amsterdam en drie musici van ensemble Musikfabrik, geleid door Daniel Reuss, op bewonderenswaardige wijze. Axel Porath liet zijn altviool op gestremde, poëtische manier zingen. Slagwerker Dirk Rothbrust zorgde voor gefluisterde tromroffels en accentueerde de sereniteit met krekelachtig tempelblokgetjirp. De gradaties van chromatische verzadiging in de koorklank waren adembenemend mooi.

Beschermheer

Het tweede werk, Richters Patterns, bleek in bijna alles een omkering van Rothko Chapel. Om te beginnen kwam het idee niet van de componist: het werk ontstond twee jaar geleden voor het 25-jarig jubileum van Musikfabrik, op initiatief van Gerhard Richter, die beschermheer van het ensemble is. Richter droomde van een geïntegreerd kunstwerk van zijn schilderijen, film en hedendaagse muziek. Daartoe maakte hij zelf foto’s van nieuw werk; regisseuse Corinna Belz, die eerder een bekroonde documentaire over Richter maakte, verwerkte deze foto’s met behulp van een computeralgoritme tot een film van langzame, continue transformatie.

Richters Patterns Foto Lukas Hellermann

Aanvankelijk toonde het grote projectiescherm iets wat veel weg had van een caleidoscoop. De digitale beweging en herhaling hadden het effect Richters gelaagde, expressieve beeldtaal te temmen tot iets van ongemakkelijke voorspelbaarheid – een truc, geen magie. Componist Marcus Schmickler liet Musikfabrik rondom het publiek opgesteld rijke klankwolken voortbrengen, maar eveneens in een nogal voorspelbaar ritme van collectief aanzwellen en afnemen.

Horizontale banen

Een kentering halverwege sneed de teleurstelling echter de pas af. De film transformeerde tot een levende, pulserende variant van Richters streepschilderijen, een stapeling van flinterdunne horizontale banen. Tegelijkertijd sloop er een nervositeit in de muziek die de eerdere saaie stasis van neurotische spanning voorzag. De muzikale details werden sprekender: een verzopen fanfare, verweesde pianoklanken. Het voerde naar een schitterende apotheose, waarbij het quasi-monochrome geel van Richter baadde in een collectief quasi-unisono. Allerhande getetter en getwinkeleer steeg op uit de machtig gelaagde klankwerveling, die wegstierf in een lage, Indiaas aandoende drone. Je kunt erover twisten of Rothko Chapel het juiste voorprogramma is voor Richters Patterns, dat zich leek te moeten ontworstelen aan de sacrale sfeer van Feldman, maar de uiteindelijke loutering was er niet minder om.