Hoe vaak we seks moeten hebben? Dat is niet de goede vraag

Seks Hoe vaak doen we het? En wat is überhaupt normaal? Seksuologen Ellen Laan en Rik van Lunsen schreven er een boek over. „Als we onszelf met andere diersoorten vergelijken, dan zijn wij toch al abnormaal.”

Uit de fotoserie ‘Love is lost’: Patrick & Wouter Foto Marlike Marks

Tien jaar oud was ik, en voor Sinterklaas kreeg ik een boek cadeau. Al tijdens het voorlezen van het gedicht wist ik dat het foute boel was. Er kwam herhaaldelijk het woord ‘seks’ in voor. Mijn neef van dertien en nicht van zestien zaten geïnteresseerd te luisteren hoe ik me fluisterend en blozend door de regels worstelde. Het liefst had ik het cadeau ingepakt gelaten, maar onder aandringen van mijn familie peuterde ik het plakband los. Seks en zo stond er in grote letters op de voorkant. Een stripboek waarin een vogel en een bij samen de menselijke voortplanting bestuderen. Een boek vol met getekende piemels en borsten kortom, en ik wist niet hoe snel ik het in mijn boekenkast moest verstoppen. Ik had de kinderen uit mijn klas al wel moppen horen maken over seks, maar ik koos ervoor om ze niet te begrijpen.

Inmiddels ben ik tweeëndertig. Zestien jaar geleden kreeg ik mijn eerste zoen, en ik ben al bijna de helft van mijn leven seksueel actief. Schuine moppen snap ik tegenwoordig wel. En tóch voel ik me nog opgelaten om openlijk over seks te praten. Om het boek dat ik aan het lezen ben – Seks!, geschreven door seksuologen Ellen Laan en Rik van Lunsen – in de trein tevoorschijn te halen. Om dit artikel te schrijven.

Reden te meer om het te doen dus. Want communiceren over seks is zo belangrijk – om te ontdekken wat onze partner wil, bijvoorbeeld, en wat we zelf eigenlijk willen. Maar ook om te ontdekken dat er niet één seksuele norm is.

‘Kun je een relatie hebben zonder seks?’ Dat was de vraag die ik aanvankelijk wilde beantwoorden in dit artikel. Maar al schrijvende ontdekte ik hoe gek die vraag is. Want hoe definieer je ‘seks’, bijvoorbeeld? En hoe kun je als buitenstaander iets zeggen over de normen waar een relatie al dan niet aan moet voldoen? En stel nu dat een relatie niet zonder seks zou kunnen bestaan, zijn er dan ook normen voor hoe vaak we het al dan niet moeten doen?

Laan en Van Lunsen schrijven in hun boek: „Seks speelt in vrijwel alle relaties een rol. Dat blijkt ook uit het gegeven dat slechts in 3 procent van de relaties minder dan eens in de twee maanden wordt gevreeën. In slechts 0,5 procent van de relaties blijft het vrijen beperkt tot knuffelen, zoenen en strelen. (…) Relaties waarin helemaal nooit wordt gevreeën komen statistisch gezien niet voor.”

Maar wanneer ik Laan, hoogleraar Seksuologie, opzoek bij het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam, benadrukt ook zij dat er heel uiteenlopende interpretaties van het woord ‘seks’ bestaan. „Veel seksuologen pleiten ervoor seks te definiëren als een ervaring in plaats van een handeling. Dus: ‘Word ik hier opgewonden van?’ en niet: ‘Vindt er penetratie plaats?’ Anders zou er bijvoorbeeld ook geen lesbische seks kunnen bestaan, als daar geen vingers of hulpstukken bij komen kijken.”

De normale meerderheid

Mensen hebben de behoefte om bij de ‘normale meerderheid’ te horen, zegt Laan, zeker op het gebied van seks. „De meest gestelde vraag in de spreekkamer is: ben ik wel normaal? Qua voorkeuren, qua frequentie, noem maar op. Mensen willen tabellen en percentages zien – alles om maar te kijken of ze niet afwijken van het gemiddelde. Ze denken dat frequentie te maken heeft met lichamelijke en psychische gezondheid, dat er iets mis met ze is als ze het minder vaak dan eens per twee maanden doen. Het vaak doen lijkt tot norm verheven. Terwijl het bij seks zou moeten gaan om kwaliteit in plaats van kwantiteit.” Los daarvan: wat is überhaupt normaal? „Als we onszelf met andere diersoorten vergelijken, dan zijn wij mensen toch al abnormaal omdat we het het hele jaar door doen. De meeste diersoorten kennen een speciale periode in het jaar waarin gepaard wordt.”

Vroeger gingen psychologen uit van een soort oerdrift bij mannen, terwijl dat tegenwoordig een heel achterhaald model is

Ellen Laan, seksuoloog

Kortom: vragen of een relatie zonder seks bestaat, en hoe vaak we seks ‘horen’ te hebben, is wat kort door de bocht. Dat vinden ze ook op het forum van AVEN (Aseksueel Voorlichtings- en Educatie Netwerk). Zo schrijft forumlid ‘Fricai’: „Als ik aan seksuelen (= ‘normale mensen’) vraag of hun relatie gelijk is aan vriendschap + seks, zeggen ze altijd dat het meer is dan dat. Dat ‘meer’ onderscheidt de relatie dan ook tussen aseksuelen. Bijvoorbeeld de niet-seksuele intimiteit. Twee aseksuelen in een relatie doen meestal wel aan andere intimiteit (knuffelen, kussen, etc…) maar zien dat niet als ‘een seksuele component’. Het heeft geen dergelijke lading, het is geen voorspel. Menig aseksueel wordt wel verliefd maar heeft geen verlangen om seks te hebben met die persoon. Menig aseksueel verlangt wel om een romantische relatie met iemand te hebben, maar heeft geen behoefte aan een seksuele component.”

Esther & Kruin
Uit de fotoserie ‘Love is lost’: Sterre & Eva.
Fotograaf Marlike Marks maakt foto’s over „liefde, zelfbeschouwing en verlies”.De foto’s bij dit artikel komen uit haar serie Love is lost. Daarvoor spreekt ze over de liefde met stellen en alleenstaanden. „Ik kijk mee in hun dagelijks liefdesleven. Hoe geven zij hun relaties vorm en welke keuzes hebben ze gemaakt?” Love is lost is een lopend fotoproject; meer informatie op marlike.nl.
Foto’s Marlike Marks

Hoewel de forumleden open antwoorden, willen ze niet met naam en toenaam in de krant. Buitenstaanders beschouwen aseksualiteit toch vaak als ‘afwijking van de norm’. Zowel praten over seks als praten over geen seks ligt dus gevoelig. Laan: „Ook mensen die niet aseksueel zijn, hebben vaak perioden in hun leven waarin hun hoofd niet naar seks staat. Na een bevalling bijvoorbeeld staan vrouwen vaak nog maanden in de ‘uit-stand’, zeker als ze borstvoeding geven. Terwijl de gynaecoloog na zes weken tegen ze zegt: ‘De baarmoedermond heeft zich voldoende gesloten, dus het mag weer’. Beter zou zijn: ‘In theorie kan het weer, maar als u nog even geen zin heeft is dat heel normaal’. Het lijkt een ongeschreven regel dat seks iets is waar de ander recht op heeft. En daardoor krijgen we vaak een schuldgevoel als we niet ‘leveren’.” En juist schuldgevoel is volgens Laan „de seksuele dood in de pot”.

Oerdrift is achterhaald

Of we wel of geen zin hebben heeft ook te maken met onze voorgeschiedenis. Als je vanuit huis heb meegekregen dat seks slecht is, of taboe, dan kun je schuldgevoel ervaren als je opgewonden raakt. En als je uitgaat van een ‘coïtaal imperatief’, waarbij vaginale penetratie de norm is, kun je je juist schuldig voelen als je even geen zin hebt. Maar ook andere factoren spelen mee. Laan: „Vroeger gingen psychologen uit van een soort oerdrift bij mannen, terwijl dat tegenwoordig een heel achterhaald model is.” Volgens Laan heeft wel of geen zin in seks niet altijd te maken met libido, een woord dat ze liever vermijdt. Het komt eerder door hoe aantrekkelijk bepaalde prikkels voor iemand zijn. „En dat heeft weer alles te maken met in hoeverre je die prikkels associeert met een seksuele beloning. Penetratie bijvoorbeeld is voor mannen vaak belonender dan voor vrouwen, als het op klaarkomen aankomt.”

Om goed met elkaar over seks te communiceren, moet je je bewust zijn van je eigen normen en waarden, zegt Laan. „Ook jezelf kwetsbaar durven opstellen is belangrijk. Vaak geldt: hoe kwetsbaarder, des te beter de seks. Maar om die kwetsbaarheid te tonen moet je stevig in je schoenen staan.” Daarbij spelen hechtingspatronen in de vroege jeugd een rol. Wie als kind niet ‘veilig gehecht’ is - bijvoorbeeld door de afwezigheid of onvoorspelbaarheid van een vader of moeder – kan op latere leeftijd soms moeite hebben met het integreren van seks en liefde. Zodra er een emotionele band met iemand ontstaat, verdwijnt dan de lust.

De seksuele opvoeding in Nederland mag goed zijn, maar ze zit nog vol mythen en misvattingen. Wat je nog niet wist over seks.

Iets anders dat de opwinding kan belemmeren: je afvragen of je wel sexy genoeg bent. Laan: „Als iemand geen zin heeft in seks, dan is de kans groot dat de partner zich persoonlijk afgewezen voelt, en denkt: ben ik niet aantrekkelijk? Concentreer je tijdens de seks op voelen wat er is, niet op nadenken over hoe je eruit ziet.” Naast te veel denken kan ook te veel praten averechts werken. „Elkaars wensen en voorgeschiedenis kennen is goed, maar lust ontstaat door verleiding en niet door overreding.”