Marijn Flipse (spijkerhemd) en Bart Jacobsz Rosier (wit shirt), oprichters van de start-up Bolt Mobility, bouwen in hun hoofdkantoor in Amsterdam een nieuwe elektrische scooter.

Bram Budel

‘Er moet continu genoeg geld zijn, anders moeten we mensen op straat zetten’

Elektrische scooter

Start-up Bolt Mobility wist tussen 2015 en begin 2018 meer dan 7 miljoen euro aan investeringen op te halen. Wat doet zoiets met je? NRC volgde de jonge oprichters.

„Ik loop op mijn tandvlees”, zegt Bart Jacobsz Rosier. Hij draagt een grijze sweater met een koffievlek en heeft wallen onder zijn ogen. Het is halverwege april, de eerste onderdelen van de elektrische scooter zijn net binnengekomen. Compagnon Marijn Flipse is voor het eerst in drie jaar met vakantie.

Tussen de rommelige bureaus staan dozen gevuld met remschijven en accu’s. Kamerplanten zijn verkleurd van groen naar lichtgeel, de pingpongtafel is deze week een vergadertafel.

Twee maanden eerder werd midden in dit bedrijfspand in Amsterdam-West een digitale klok opgehangen, die aftelt naar deze week in april. Bolt Mobility, de start-up van Rosier en Flipse, is nu drie jaar bezig met de ontwikkeling van een elektrische scooter. Dit is de week dat de laatste onderdelen worden getest, daarna kan de productie daadwerkelijk beginnen.

In juli is er een evenement gepland waarop de mannen het definitieve model presenteren aan investeerders en klanten. Die willen zien waar ze al die tijd geld in hebben gestopt, nu komt het erop aan.

De digitale klok hangt centraal in het kantoor van Bolt Mobility.Bram Budel

Bierkratje

Bart Jacobsz Rosier (33) en Marijn Flipse (25) leren elkaar in 2015 kennen op een netwerkborrel. Het is een avond voor ondernemers, om medeoprichters voor een eigen start-up te vinden. Flipse, dan pas 21 jaar oud, loopt al een tijd rond met het idee een elektrische scooter te bouwen. Vastberaden klimt hij op een bierkratje.

„Zijn haar zat warrig en het was niet de beste pitch die ik ooit gehoord had”, zegt Rosier, een van de aanwezigen die avond. Toch stapt hij even later op Flipse af. „Hij had vuur in zijn ogen, dat sprak me aan.”

Het idee om de scootermarkt te bestormen krijgt Flipse al in 2011, vier jaar vóór de bewuste netwerkborrel. „Ik las dat scooters tot wel 2.700 keer vervuilender zijn dan een kleine bestelbus. Toen dacht ik: als ik een positieve impact op de wereld wil hebben, dan moet ik daar iets mee doen.” Elektrische scooters zijn er dan nog nauwelijks, omdat de productie nog relatief duur is.

Het was niet de beste pitch die ik ooit gehoord had

Flipse schrijft een bedrijfsplan en drinkt koffie met de vader van een goede vriend, ook ondernemer. Samen scherpen ze het plan aan, de vader van zijn vriend besluit 30.000 euro te investeren. Van dat geld laat Flipse een eerste prototype bouwen.

Als Flipse op die avond in 2015 van het krat af klimt, wordt hij meteen benaderd door drie geïnteresseerden. Een van hen twijfelt aan de technische haalbaarheid van zijn idee. Rosier neemt het voor zijn toekomstige compagnon op: volgens hem is het idee wél uitvoerbaar. Flipse: „Toen dacht ik natuurlijk: deze jongen heeft verstand van zaken.” Het klikt tussen beiden.

Een grote berg geld

Flipse heeft het idee, Rosier de ervaring. Die deed hij op bij het opzetten van een eerdere start-up, waarmee hij in 2014 de Philips Innovation Award won. Daar leerde hij al hoe belangrijk zo’n „emotionele” klik met een medeoprichter is. „Het is belangrijk rigoureuze koerswijzigingen te kunnen doorvoeren”, vertelt Rosier. „En dan moet je wel gelijk met elkaar kunnen optrekken.”

Bolt Mobility spiegelt zich graag aan het bedrijf van Elon Musk. „Wij maken de Tesla op twee wielen”, zegt Rosier gekscherend. Zo kunnen klanten op de website van Bolt Mobility al vanaf halverwege 2015 de scooter vooruitbestellen, naar het voorbeeld van de autofabrikant. Via die weg worden er al vrij snel 75 scooters besteld en naar aanleiding daarvan meldt zich eind 2015 een handjevol investeerders.

Op de begane grond is het kantoor van Bolt Mobility. In de kelder van het gebouw wordt gewerkt aan de eerste tien scooters. Bram Budel

Bij een eerste échte investeringsronde haalt Bolt Mobility met behulp van start-upfabriek YES!Delft, dat jonge techbedrijven op weg helpt, nog eens iets meer dan een miljoen euro op. „Die eerste investeringen waren supercool,” zegt Rosier. Maar voor Flipse, die met zijn dan tweeëntwintig jaar nog nauwelijks bedrijfservaring heeft, brengt de plotselinge verantwoordelijkheid ook veel stress met zich mee . „Alsof ik ineens een paar procent van mijn hersencapaciteit minder kon gebruiken.” Rosier: „Het was allemaal ook erg overweldigend. Maar tegelijkertijd wisten we ook: nu gaat het écht beginnen. Ik kreeg daar een enorme kick van.”

Tussen 2015 en begin 2018 weten Flipse en Rosier uiteindelijk meer dan 7 miljoen euro aan investeringen op te halen. Volgens een recente schatting is de start-up inmiddels tussen de 30 en 50 miljoen euro waard, hoewel ze nog geen omzet draaien. Tussen januari en mei van dit jaar groeit het personeelsbestand van zeven naar veertig werknemers.

Alsof ik ineens een paar procent van mijn hersencapaciteit minder kon gebruiken

Om enigszins grip te houden op de explosieve groei grijpen Rosier en Flipse in februari dit jaar naar een klassieke management-theorie: de Rockefeller Habits. Rosier leest erover in een boek van de Amerikaanse ‘groeigoeroe’ Verne Harnish: Scaling Up. De Rockefeller Habits moeten ervoor zorgen dat alle veertig werknemers een kwartaal lang in zelfsturende teams aan hetzelfde doel werken. En hoewel Rosier en Flipse het lastig blijven vinden verantwoordelijkheden uit handen te geven, lijkt die benadering te werken. Zij kunnen zich zo beter concentreren op de koers van het bedrijf, in plaats van „dagelijkse brandjes te blussen”.

Al blijft het verantwoordelijkheidsgevoel onverminderd groot. „Er moet continu genoeg geld zijn”, vertelt Flipse. „Anders moeten we mensen op straat zetten.” Rosier: „Dat zou niet relaxed zijn.” Dat het bedrijf zoveel waard is, is bovendien slechts een belofte voor de toekomst, zegt Rosier. „Maar als ik nu afscheid zou nemen, voelt het toch alsof ik wegloop bij een grote berg geld.”

Een kast met gereedschap in de werkplaats. Bram Budel

Filosofie

Zowel Flipse als Rosier zeggen ten minste zestig uur per week te werken. Bolt Mobility gaat vóór vrienden, familie en relaties. Zo zou Flipse vorig jaar met zijn ouders een maand naar Amerika afreizen ter gelegenheid van hun 25-jarig huwelijk. „Alles was al geboekt.” Maar een paar dagen voor vertrek moet hij afzeggen. „We zaten toen middenin onze tweede investeringsronde. Dan staat het heel onprofessioneel als je ineens op vakantie gaat.”

Hetzelfde gebeurt in het najaar van 2017, als Flipse met zijn vriendin een weekendje weg wil en wederom een dag voor vertrek afzegt. En op verjaardagen is hij er al helemaal nooit. Zijn vriendin laat hem werken als hij dat nodig vindt, „maar natuurlijk verwacht ze wel van me dat ik er soms ben, ook als ik eigenlijk moet werken.” En ja, dat levert soms spanning op. „Daar moet je relatie wel tegen kunnen. Maar tot nu toe gaat het goed. Ze staat er ontspannen in.”

Flipse woont nog samen met huisgenoten in Amsterdam, vlakbij Bolt Mobility. Al zit een studentenleven er niet echt meer in. Hij vertelt hoe zijn huisgenoten weleens laat thuiskwamen uit de kroeg. „Dan schreeuwden ze het huis bij elkaar, terwijl ik de volgende dag een afspraak met een investeerder had.”

Marijn Flipse (spijkerhemd) en Bart Jacobsz Rosier (wit shirt) in het kantoor van Bolt Mobility.Bram Budel

Hoe houden ze eigenlijk hun balans met een werkweek van zestig uur? Door wat Rosier meemaakte als tiener, kan hij nu goed relativeren. Als Rosier daarover vertelt, praat hij bijna fluisterend. „Dertien jaar geleden raakte mijn moeder in een psychose”, steekt hij van wal. „Daar had ze mijn hele jeugd al last van, maar plots werd het erger.” Op een dag verdwijnt ze, zonder de medicatie die ze voor haar psychose slikt mee te nemen. Twee weken later belt ze haar zoon middenin de nacht, vanuit Nepal – een warrig telefoongesprek. „Ze vertelde over de medicatie, die ze zonder medeweten van een arts had afgebouwd. Het gesprek verliep chaotisch, dat was de laatste keer dat ik haar heb gesproken.”

In de jaren erna verdiept Rosier zich in verschillende filosofische stromingen. „Dat had ik nodig om de vraag te kunnen beantwoorden: waarom nam mijn moeder de beslissing weg te gaan? Ik wilde het haar vergeven, maar dan moest ik haar wel eerst begrijpen.” Als er nu iets niet precies gaat zoals hij bedacht had, dan kan hij dat beter relativeren. „Ik heb erdoor geleerd buiten mijn eigen comfortzone te stappen en kritisch naar de wereld te durven kijken. Er ontploft nooit niets, morgen is er een nieuwe dag.”

Rosier vindt zijn rust daarnaast in meditatie, twee keer per dag. „Het helpt me beter te focussen tijdens mijn werk. Ik kan het iedereen aanraden.” Flipse probeerde het ook een paar keer, maar voor mij hem „werkt het totaal niet.” Zijn wekker gaat iedere dag om zes uur, waarna hij bijna altijd een half uur sport. Rond half acht loopt hij het kantoor binnen. „Ik vind het vooral heerlijk er te zijn voordat de rest binnenkomt.”

In het kantoor hangt een klok die aftelt naar de lancering van de scooter. Bram Budel

Een nieuwe naam

Als Flipse terugkomt van zijn vakantie, zijn nog steeds niet alle onderdelen binnen. Het is inmiddels begin mei en Rosier is zichtbaar vermoeid. „Normaal gesproken houd ik mijn gezondheid goed in de gaten, zowel fysiek als mentaal. Maar dat is er de afgelopen weken niet altijd van gekomen”, zucht hij. Hij is blij dat Flipse terug is.

Aan het einde van de middag volgt een appje: „We hebben de klok van de muur gehaald en opnieuw ingesteld.” Over 74 dagen is een nieuwe deadline. Dan zullen ze hun scooters aan investeerders presenteren.

Al zal Bolt Mobility dan geen Bolt Mobility meer heten. „In 2015 deden we een controle of onze merknaam wel geschikt was. We waren ons er niet van bewust dat namen die hetzelfde klínken ook een probleem kunnen zijn”, lacht Rosier. Na een tweede controle blijkt dat Bolt Mobility in te veel landen inderdaad verwant is aan andere bedrijfsnamen.

Er is al een nieuwe naam gekozen, maar welke dat wordt wil Flipse nog niet zeggen. „Onze adviseur moet eerst onderzoeken of deze merknaam wél in ieder land mag worden vastgelegd.”

    • Pepijn Keppel