Het tuinhuis is weer zoals het was

Jan Wolkers

Bijna was het er niet meer geweest: het tuinhuisje van Jan en Karina Wolkers op Amstelglorie. Nu zijn huisje en tuin weer zoals toen.

Het tuinhuis van Jan en Karina Foto Collectie Wolkers

Ze noemden hun verblijf altijd ‘op de tuin’. In de jaren zeventig kregen Jan en Karina Wolkers de beschikking over tuinhuisje nummer 294 op het volkstuinencomplex Amstelglorie, langs de Amstel aan de voet van de Utrechtsebrug. Destijds woonde en werkte schrijver en beeldhouwer Wolkers in een atelierwoning aan de Zomerdijkstraat in de Rivierenbuurt, niet ver van Amstelglorie. In 1972 betrokken ze het, in 1981 gingen ze er weg wegens de verhuizing naar Texel. Op het moment dat Wolkers de sleutel in bezit kreeg, noteerde hij in zijn dagboek: „Hoera!”

Lange tijd was het in bezit van andere eigenaren en raakte het enigszins in verval, hoewel nog betrekkelijk in originele staat. Nu is het als herboren, een stralend wit sprookjeshuisje op een kavel van 300 vierkante meter. Enkele bewoners van Amstelglorie besloten anderhalf jaar geleden het tuinhuis tot een schrijvershuis om te dopen. Initiatiefnemers Florence Tonk en Maria Vlaar, beiden auteur, schrijven hun boeken op Amstelglorie. Dankzij financiële steun van Lira Fonds, Prins Bernhard Cultuurfonds Noord-Holland, Amstelglorie zelf en de aanpak door tal van vrijwilligers is het tuinhuis zoveel mogelijk in oude luister hersteld. De kosten bedroegen 25.000 euro. ‘De Wolkerstuin op Amstelglorie’, zoals het nu officieel heet, is bestemd voor schrijvers die zich tegen een bijdrage in de kosten kunnen terugtrekken. Wolkers-biograaf Onno Blom is de eerste auteur, daarna volgen onder meer Jean-Marc van Tol (van Fokke & Sukke) en Anne Vegter.

In oktober interviewde Coen Verbraak Karina Wolkers: ‘Alles wat hij deed was scheppen’

Groen paradijs

Bij de feestelijke opening zondag, in aanwezigheid van Karina Wolkers en Onno Blom, hield Florence Tonk een gloedvolle toespraak, waarin ze zei dat de Wolkerstuin „symbool staat voor het verzet tegen het grote geld en de aantasting van het groen in Amsterdam”. Ze maakte de vergelijking met het bedreigde maar onoverwinnelijke Gallische dorpje van Asterix en Obelix: het was immers bijna zover geweest of het complex was tegen de vlakte gegaan voor woningbouw – en een groen paradijs vernietigd. Dat maakte de betrokkenen strijdlustig. Jan Wolkers is vanaf dit moment „beschermheer van Amstelglorie”. Tonk: „Amstelglorie is een stuk levende geschiedenis, landschapsgeschiedenis, erfgoed.”

Eenmaal in het tuinhuis voelt het als een tijdreis naar de jaren zeventig. Wolkers zelf schilderde de vloer vergeet-mij-nietjes-blauw; het kwam tevoorschijn onder tapijttegels. Tonk en Vlaar, in samenwerking met Blom, hebben uitvoerig met Karina Wolkers door het huis en vooral de tuin gelopen. Karina wees hen erop dat het interieur „bloesemwit” geschilderd moest worden en ze bracht alle planten op naam. Ook is op haar verzoek de buitenzijde wit geverfd, iets wat Jan en Karina destijds zelf ook van plan waren geweest. Tonk: „In de slaapkamer annex werkkamer schreef Wolkers aan een doorgezaagde tafeltennistafel. Van daaruit had hij een vrij uitzicht op tuin.” Hier schreef hij onder meer aan romans als De walgvogel, De kus en De doodshoofdvlinder.

De eerste naam van het huis was ‘Smolny’, naar een luxueuze kostschool in St. Petersburg voor adellijke meisjes, dat later brandpunt werd van de Russische Revolutie – destijds bevolkten veel arbeiders Amstelglorie en Wolkers had uitgesproken linkse sympathieën. Daarna heette het ‘Manderley’, naar het landgoed uit de roman Rebecca van Daphne du Maurier. Wolkers was graag gezien op het complex. Hij hield zich aan de taak 18 uur per jaar tuinarbeid te doen – zo hielp Wolkers mee in een stuk verwilderd bos een pad aan te leggen.

Jan voor de spiegel
Foto Collectie Wolkers
Het tuinhuisje nu
Foto Saskia van Loenen
Een nieuw smeedijzeren hekje
Foto Saskia van Loenen
Het tuinhuisje nu
Foto Saskia van Loenen

Every Day’s a Holiday

Het interieur is, zoals Vlaar het noemt, „bij elkaar gekringloopt en gemarktplaatst” met meubilair, tafels, stoelen en servies uit die tijd. De kachel is nog van toen; de douche is wel nieuw, want die was er niet. Het smeedijzeren hek in de tuin is ook nieuw gemaakt en staat nu bij de entree. Karina memoreerde dat ze destijds „tien jaar dag en nacht” aan het huisje hebben gewerkt. „Een affiche van de film Every Day’s a Holiday met Mae West prijkte in de woonkamer. Want zo was het daar ook.”

Tuinman Wim Hemker heeft de Wolkerstuin in vroegere stijl hersteld. In het dagboek heet hij de man met het „aardige Balkanzigeunergezicht”. Hij herinnert zich dat Jan en Karina in 1981 vertrokken; Karina hoogzwanger van de tweeling Bob en Tom. Bij vertrek nam Wolkers zo’n beetje de gehele tuin mee en plantte die opnieuw op Texel. Scheuten van de planten van toen zijn nu vanaf het Waddeneiland weer teruggekeerd naar Amstelglorie.

Interessant detail is de grote spiegelwand in de woonkamer. Op de vraag waarom die daar is aangebracht antwoordt Karina „dat Jan altijd werkte met glas, spiegels, transparantie en dat de tuin zich als het ware voortzette in het huisje”. Biograaf Blom ziet het toch anders: „Als Karina dan bloot in de tuin liep, had hij twee Karina’s.” Als geschenk voor het gerenoveerde huisje overhandigde Karina bij de opening een wit designtafeltje uit de jaren zeventig.

Biograaf Blom gaat in het tuinhuis de laatste hand leggen aan een bloemlezing van alle dagboekpassages die betrekking hebben op bijna een decennium tuinhuis. Het boek, Amstelglorie. De volkstuin van Jan Wolkers, verschijnt eind augustus en bevat nooit eerder gepubliceerd proza, waaronder dit uit 7 augustus 1973 over hun Hof van Eden: „We werken in de tuin, ik schrijf, Karina kijkt mijn werk na en studeert wat, ’s avonds drinken we een whisky met een stukje ijs. Zo is het leven hier in de vrije natuur, die al met lijsterbessen en mistige ochtenden vol parelende spinnenwebben en bedauwde planten naar de herfst gaat.”

    • Kester Freriks