Recensie

Hannibal dacht ‘out of the box’

Hannibal (247-183 v.C.)

Een biografie over deze iconische generaal gaat uiteraard over de ultieme strijd die hij voerde tegen de Romeinen. En over zijn getraumatiseerde gestel.

Hannibal, rond 220 v.C. Foto Hulton Archive/Getty Images

‘Dit is de man voor wie Afrika te klein werd. Hij heeft Spanje al aan zijn bezittingen toegevoegd, maar springt over de Pyreneeën. De natuur werpt de Alpen op zijn pad en veel sneeuw, hij splijt de rotsen en haalt de berghellingen neer met azijn. Nu heeft hij Italië in zijn greep maar hij gaat door. ‘Niets is volbracht’, roept hij, ‘totdat mijn Punische soldaten de poorten van Rome neerhalen en ik mijn vaandel midden in de stad heb geplant.” Met deze versregels van de Romeinse dichter Juvenalis begint het boek De dure eed van Hannibal van de Amerikaanse classicus John Prevas.

Prevas had deze zinnen ook aan het einde van zijn boek kunnen zetten. Ze vormen namelijk een perfecte samenvatting ervan. Want hoewel hij een ‘biografie’ van deze iconische generaal (247-183 v.C.) had willen schrijven, is het toch vooral het verslag geworden van de waanzinnige en meedogenloze strijd tussen Hannibal en de Romeinen. Een strijd van een bezeten en getraumatiseerde man, zo blijkt. Een trauma dat Hannibal volgens Prevas had geërfd van zijn vader Hamilcar (ca. 285-229 v.C.). Diens haat tegen de Romeinen, die in zijn ogen Carthago groot onrecht hadden aangedaan, wordt Hannibal met de paplepel ingegoten. Prevas vergelijkt het met de haat die Alexander de Grote koesterde tegen de Perzen. ‘Zoals Alexander de Grote het product was van zijn vader Philippus van Macedonië, zo was Hannibal het product van zijn vader Hamilcar Barkas. Zoals Phillipus Alexander had opgevoed om oorlog te voeren tegen Perzië, zo voedde Hamilcar zijn zoon op om een meedogenloze strijd te voeren tegen de Romeinen.’

Een verslag van de bijna twintig jaar durende tweede Punische oorlog (218-201 v.C.) had kunnen ontaarden in een langdradige opsomming. Maar Prevas’ kennis van de geschiedenis is dusdanig groot dat hij vrijwel elke veldslag, belegering, moordpartij of diplomatieke manoeuvre weet te voorzien van interessante, soms zelfs verrassende details.

Zo wijdt hij drie volle pagina’s aan de olifanten die onderdeel uitmaakten van het enorme leger waarmee Hannibal Italië binnentrok. Hij maakt duidelijk om wat voor olifanten het ging, niet de Indische, en ook niet de enorme zuidelijke Afrikaanse olifant maar een, nu uitgestorven, ondersoort van de Afrikaanse olifant, de loxodonta africana pharaonensis, ook wel de Carthaagse olifant genaamd. Zevenendertig van deze dieren nam Hannibal mee op zijn legendarische tocht over de Alpen. Ze hebben het volgens Prevas allemaal overleefd. De romantische plaatjes en verhalen van trompetterende olifanten die in het ravijn storten verwijst hij naar de prullenbak.

Hannibals ‘helletocht’ over de Alpen krijgt net als in vrijwel alle andere beschrijvingen van zijn leven, een belangrijke plek in dit boek. Terecht want het is deze vermetele daad die hem de meeste roem zou brengen. Zijn gewaagde onderneming had ook nog eens plaats aan het begin van de winter, waarin de legers zich gereed maakten voor de overwintering.

Prevas verklaart Hannibals onlogische en gewaagde daad aan diens kwaliteit om ‘out of the box’ te denken, onverwachte oplossingen te kiezen en daardoor tegenstanders te verrassen. Een eigenschap die hem volgens Prevas ook de overwinningen in de slag bij Cannae (216 v.C.) en die aan het Trasimeense Meer in Umbrië (217 v.Chr.) opleverde.

Het was uiteindelijk ook een onorthodox optreden, maar dan van de kant van zijn tegenstanders, de Romeinen. Tegen ieders verwachting bleken zij niet bereid zich over te geven. ‘Er was daardoor geen enkel uitzicht op een compromis en dit bracht de Carthaagse generaal, die zelf een leider was die nooit een compromis aanvaardde als het om oorlog ging, ernstig in verwarring’, aldus Prevas.

Even gedetailleerd als zijn beschrijving van de Alpenpassage – waarin hij overtuigend aantoont dat de Col de Traversette de plek is waar Hannibal de Alpen overstak – beschrijft Prevas in het laatste hoofdstuk de langzame ondergang van Hannibal, tot en met zijn zelfgekozen einde in een door Romeinen omsingeld kasteel in een afgelegen deel van West-Azië.

Ook daar zouden de woorden van Juvenalis van toepassing kunnen zijn: ‘Hoe kwam hij aan zijn einde. Een verslagen man, halsoverkop gevlucht in ballingschap als een smekeling aan het hof van de koning van Bithynië.’

    • Joost Vermeulen