Opinie

Het Westen mag zich door Trump niet laten verdelen

De G6+1 is hij al genoemd, de topontmoeting van dit weekeinde in Canada, tussen de staatshoofden en regeringsleiders van de gevestigde machten binnen de wereldeconomie. Al vorige week, bij een ontmoeting van de ministers van Financiën van de zeven, bleek van een gemeenschappelijk front al geen sprake meer, en vriendschappelijk was het toen ook al niet. De term G6+1 werd toen al gebezigd door de Franse minister van Financiën Bruno le Maire.

Vermoedelijk was de verdeeldheid in deze groep, die bestaat uit de Verenigde Staten, Japan, Canada, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Italië, nooit zo groot als nu.

De belangrijkste steen des aanstoots zijn de invoertarieven die de VS gaan heffen op staal en aluminium, met verwijzing naar de nationale veiligheid. Een week geleden werd er sterk op aangedrongen dat de VS deze zouden intrekken voordat de G7 van staatshoofden dit weekeinde zou plaatsvinden. Het tegendeel is het geval: het Witte Huis voert de druk alleen maar verder op door ook heffingen op auto en auto-onderdelen te overwegen. Een handelsoorlog kan het gevolg zijn. President Trump maakte donderdag en vrijdag openlijk ruzie met de Franse president Macron en de Canadese premier Trudeau. Dat is ongehoord.

Trump is laat aanwezig op de G7 en gaat vroeg weer weg. Het agandapunt ‘klimaat’ doet het zonder Amerikaanse aanwezigheid. De VS trokken zich eerder al terug uit het Klimaatverdrag. En op de valreep liet Trump zich, misschien als pesterij, ontvallen dat Rusland weer aanwezig zou moeten zijn bij de G7. Dat land werd geweerd nadat het de Krim inlijfde.

Zo lijkt tegenover de VS nu een groep van zes vastberaden broeders te staan. Maar dat is schijn. Het Verenigd Koninkrijk verlaat de EU in wat steeds meer een vechtscheiding belooft te worden. Italië kent een nieuwe regering van Lega en de Vijfsterrenbeweging, die de bestaande arrangementen rond de euro wil veranderen.

Bovendien rijst de vraag: wat is de G7 nog? De opkomst van China schudt de internationale verhoudingen op. Met enige fantasie had de G7 een ‘Westers´ bastion kunnen zijn tegen de nieuwe zwaargewicht die, niet alleen in de eigen regio, zijn macht en invloed steeds meer doet gelden. Een front dat waarden als economische en politieke vrijheid verdedigt en bestendigt in een wereld die soms de andere kant op lijkt te gaan. Maar dat front wordt door de Amerikaanse Alleingang gebroken. Het Westen dreigt in onderling conflict uit elkaar te vallen.

Toch lijkt, vergeleken met de kolossale dreiging van politiek conflict en handelsoorlog tussen Westerse landen, de urgentie gering. Op de financiële markten heerst een een sfeer van besluiteloosheid. De wereldeconomie groeit nog steeds voorspoedig, de werkloosheid daalt vrijwel overal. Maar wachten tot de huidige tijd onder Trump vanzelf weer voorbij gaat is roekeloos. Als een nieuw protectionisme al optreedt in de huidige lange periode van economische voorspoed, dan moet gevreesd worden wat er gebeurt als, onvermijdelijk, een nieuwe recessie komt.

Het is uitermate lastig een antwoord te vinden op wat steeds meer gaat lijken op agressie van Trumps Witte Huis. Toch zal zo antwoord nodig zijn. Assertief, maar met zelfbeheersing. Niet escalerend, maar ook niet onderdanig. En vooral in gezamenlijkheid. Dat laatste is, gezien de breuklijnen die ook buiten de VS om door het Westen lopen, moeilijk. Maar het zal moeten.

Zonder gesloten front worden Amerika’s partners uit elkaar gespeeld. Als daar, zoals de Franse president Macron al stelde, desnoods een slotverklaring voor nodig is van slechts zes landen zonder de VS, dan is dat hoogst symbolisch. Maar onvermijdelijk, en terecht.

De Verenigde Staten beschouwden zichzelf altijd als The Shining City on the Hill: het baken van beschaving, weloverwogenheid en vrijheid dat de hele wereld tot voorbeeld wilde zijn. Amerika was de hoeder van de naoorlogse wereldorde waarin voornamelijk vrede en welvaart heerste, het bespoedigde dekolonisatie, en zelfbeschikking, vrijhandelen het internationale recht.

Eén presidentstermijn van Trump hoeft daar nog geen einde aan te maken. Twee misschien ook niet. Maar Europa zal, met gelijkgezinde partners, bereid moeten zijn deze fakkel voortaan alleen te dragen.