En toen waren er nog maar zeven

Smartphone-stop

Op 1 mei leverden acht mensen vrijwillig hun smartphone voor zes maanden in bij Hanneke Hendrix en kregen er een dumbphone voor terug. Na een maand is één deelnemer afgehaakt.

Helen Basten (eigenaar van een festivalproductiebureau) is na 29 dagen nog positief over het project: „Ik had echt niet zien aankomen dat het zo’n groot gevolg zou hebben op hoe ik mijzelf tot de buitenwereld verhoud”, vertelt ze. „Tijdens de telefoonruil hebben we als deelnemers meerdere malen tegen elkaar gezegd dat we steeds aan het bedenken waren hoe we een foto van dit alles op Facebook of Instagram zouden kunnen zetten. Na vier weken kom ik er achter dat daarover nadenken alleen al impact heeft op je gevoel. Bij het overwegen van het maken van een foto ben je al bezig met bijvoorbeeld grappig zijn omdat je hoopt dat mensen jou leuk vinden. Nu ben ik meer in het moment.”

En het levert meer dan dat op: „Ik durf ineens keuzes te maken die ik voorheen helemaal niet durfde. Gewoon ergens níét heengaan. Vroeger kwam er de hele dag getoeter uit die telefoon: ‘kijk, wat ik voor gaafs doe, kijk wat hier aan de gang is, moet je hier niet bij zijn, en wat vind je ervan?’ Ineens heb ik tijd om gewoon na te denken.”

Ook Ad, de verloofde van Helen merkt een verandering. „Ze heeft meer focus, ze leest veel meer en sport ook meer. Ze heeft duidelijk tijd over.”

Maar het is niet alleen maar een jubelverhaal, zegt hij. „Ze voelt zich soms ook eenzaam. Out of the loop. Eerst zat ze vaak hele avonden met vrienden te appen. Dat contact is nu weg en ze zegt dat ze dat mist.”

Ze kan niet meer in een appgroep om wielrenafspraken te maken, ze kan geen groepsuitjes meer organiseren. Voorheen had ze meermaals dagelijks contact via Whatsapp met haar moeder. Nu is dat vervangen door bezoekjes en telefoontjes. Helen ervaart het als een dieper en beter contact, maar haar moeder is het daar niet helemaal mee eens: „Ik mis vooral de foto’s van de kleinkinderen, die kwamen soms meerdere keren per dag”, zegt Hennie. „We spreken elkaar nu wel ineens zomaar een half uur aan de telefoon en ze komt vaker langs. Dat is fijn. Maar liever heb ik dat ze haar smartphone weer gewoon terugneemt.”

Ook op haar werk wordt de druk opgevoerd. „Laatst ging een collega kijken naar een monument dat was geplaatst op het terrein van een groot festival dat we organiseren”, vertelt Helen. „Dat monument staat nu midden op de plek waar we de hoofddansvloer hadden bedacht. Normaal zou hij dan foto’s met begeleidende tekst sturen.” Nu ontving ze alleen één sms.

Geen smartphone hebben blijkt in de festivalwereld onwerkbaar. „We zijn allemaal gewend elkaar elk moment van de dag te kunnen appen, messengeren en slacken”, zegt collega Peter. „Er is een noodzaak om direct antwoord te krijgen. De smartphone heeft de werkwijze van nu voor een groot gedeelte bepaald. Dat kun je leuk vinden of niet, maar het is nu eenmaal zo.”

Op 31 mei stuurt Helen Basten een e-mail :

This is it. Zo weinig nummers bij me hebben, niet kunnen appen tijdens shows (dan kun je vanwege het geluid niet bellen) en last minute dingen regelen, het gaat niet.

Ze stapt uit het project.

Is onze wereld intussen zo ingericht dat je zonder smartphone niet meer kunt werken of contact onderhouden met vrienden en familie?

Filosoof Hans Schnitzler verwijst in antwoord op die vraag naar een stuk uit zijn boek Kleine filosofie van de digitale onthouding, waarin hij in gesprek gaat met millennials die een digitale detox van een week hebben ondergaan. „Sommige studenten vertelden dat ze bijna vijandig werden benaderd toen ze over hun detox vertelden en dat ze het verwijt kregen dat het ‘asociaal’ was,” vertelt hij. „Nu waren ze immers niet bereikbaar en moest de ander zich aanpassen.”

Wie digitopische sferen verlaat, wist zichzelf min of meer uit. Adem [een deelnemer, red.] gebruikte hiervoor een woord dat de lading dekt: ‘Ik heb vandaag niet ingecheckt’, realiseerde hij zich meermaals, niet lang na het ontwaken. Dat zette hem op het spoor van een behoorlijk existentiële vraag: ‘Ben ik nog wel onderdeel van de samenleving?’

Nu ze haar privé- en werksmartphones weer terug heeft, overweegt Helen om te gaan stoppen met sociale media, maar ze weet niet of WhatsApp daar ook onder valt. Ze heeft die app op haar privételefoon nog niet geïnstalleerd. Ze twijfelt of ze dat nog gaat doen of niet.

Hoe gaat het met de andere deelnemers?

Gemma Venhuizen (32), Wetenschapsjournalist, werkzaam bij NRC

„Ik vaar twee weken mee met een Nederlands onderzoeksschip in de Golf van Biskaje. Iedereen loopt hier steeds te appen, ik kan dat niet en vind dat eigenlijk wel lekker rustig. Sleep wel mijn laptop steeds mee van de ene ruimte naar de andere in de hoop een wifi-signaal op te pikken. Van een paar vrienden een mailtje gehad, dat vond ik wel heel leuk. Het fijne is natuurlijk dat je op zo’n schip toch continu aanspraak hebt, dus de aandachtsbehoefte wordt vanzelf wel vervuld.”

Kim van Beem (35), Community& contentmanager bij Babboe bakfietsen

„Ik ben af van de continue flitsjes door mijn hoofd die zeggen dat ik even op mijn telefoon moet kijken. Ik ben vrij! Ik voel me rustiger, er komt meer uit mijn handen als ik even een uurtje over heb, ik bereid alvast het eten voor of ruim ik op. Zelfs mijn verkering valt het op dat ik meer doe in huis. Ik ben wel in een soort strijd om de iPad verzeild geraakt met mijn kinderen. Nu ik geen telefoon heb, heb ik mijn iPad nodig om mijn mail en socials te bekijken. Stond ik op een middag dus te trekken aan de iPad met Max van anderhalf aan de andere kant. Ik won, hij lag boos op de grond te huilen. Ik voelde me meteen een verslaafde.”

Sandro van der Leeuw (27), Schrijver, student beeldende kunst

„De eerste week voelde echt even alsof de grond onder mijn voeten was weggezakt. Met een smartphone kon ik me gemakkelijk voegen naar snel, sneller, snelst. Maar ik ben altijd al een diesel geweest. Ik word gelukkiger van her en der een afspraak met iemand die me echt dierbaar is, dan het met zoveel mogelijk mensen tegelijk in contact te staan. In die zin is het leven met een Nokia een hereniging met het kind dat ik vroeger was. ”

Emina Cerimovic (30), Wetenschappelijk medewerker WRR, ministerie van Algemene Zaken

„Ik kwam een kennis tegen die ik in tijden niet had gezien. Zijvertelde dat ze vaak zomaar blijft scrollen op haar smartphone, zelfs wanneer haar kind om aandacht vraagt. Het was duidelijk dat ze er iets aan wilde doen, dus heb ik haar geadviseerd om de komende maand WhatsApp van haar telefoon te verwijderen. Aangezien ze ook meedeed aan de Ramadan, heb ik haar aangemoedigd het experiment te zien tegen de achtergrond van deze heilige maand van onthouding en bezinning.”

Koen Caris (29), Schrijver

„Ik ging in mijn eentje naar een toneelstuk. Ineens voelde ik me heel kaal zonder smartphone. Ik ben naar de wc gegaan en daar extra lang blijven zitten. Anderzijds: Mijn zus is een paar weken geleden aan haar knie geopereerd, en dus chauffeur ik haar een paar keer per week naar fysio en andere plekken. Met op de heenweg (zus aanwezig in auto) wel Google Maps, maar op de terugweg (zus afgezet op plek) niet. In een paar weken leer ik Amsterdam beter kennen dan in de drie jaar hiervoor.”

Peter Castrop (55), Bedrijfsjurist bij ProRail

„Laatst ging ik een fietstocht rijden. De start was in Ede en vooraf had ik op Google Maps uitgezocht hoe ik moest rijden. Omdat ik alleen in de auto zat moest ik de route uit mijn hoofd leren. In Ede kreeg ik argwaan toen veel auto’s met racefietsen achterop mij tegemoet reden, in plaats van dezelfde kant op te gaan. Ik ben toen maar gedraaid en achter de anderen aangereden, wat mij gelukkig net op tijd op de startlocatie bracht.

„Tijdens een lunch met drie collega’s greep mijn gezelschap na het eten min of meer tegelijk naar hun smartphone. Dan zit je er als afkicker wel een beetje verloren bij.”

Inge Seuren (43), Officemanager van Academie voor Gedragskennis

„Ik begin het Whatsappen privé steeds minder te missen. Als er dan toch iets leuks gedeeld mag worden, kan dat ook via de e-mail. Zakelijk vind ik het lastiger en begrijp ik waarom de smartphone een ‘smart’ apparaatje kan zijn. Mét kan ik zakelijk efficiënter met mijn tijd omgaan. Waar ik voorheen overdag zakelijke aangelegenheden tussendoor kon regelen, zit ik nu vaker ’s avonds het één en ander af te handelen.”