Een schip uit IJmuiden in de haven van Cleveland, Ohio.

Foto's Reuters, Frank Kuin

Wat denken de Amerikaanse staalwerkers van Trumps importheffingen?

Reportage Rust belt Met importheffingen op staal komt president Trump een belofte na aan ontevreden kiezers in industriestaten. Zijn zij tevreden met het beleid van Trump? Een bezoek aan de rust belt van de VS.

Langzaam hijst een kraan in de haven van Cleveland grote rollen staal uit het laadruim van het vrachtschip Mamry. Een voor een worden de cilindervormige gevaartes naar de kade getakeld van de haven aan Lake Erie, een van de Noord-Amerikaanse Grote Meren. Een heftruck voert ze af naar de opslagloods in het zicht van de skyline van de industriestad in Ohio.

Het schip komt uit IJmuiden, thuisbasis van Tata Steel, met een lading van duizenden tonnen staal. Zo’n 7.000 ton aan rollen plaatstaal wordt gelost in Cleveland, voor afnemers in het industriële hart van de Verenigde Staten. Staalverwerkers snijden het materiaal op maat en leveren het aan bedrijven die er onder meer auto-onderdelen en buizen van maken.

Staal uit IJmuiden en andere Europese havens komt echter niet meer zomaar de VS binnen. Sinds begin deze maand rekent de Amerikaanse douane een importheffing van 25 procent op staal uit de EU en andere handelspartners van de VS. De omstreden heffing op buitenlands staal (naast een heffing van 10 procent op aluminium) is ingesteld door de regering van president Donald Trump om de binnenlandse staalindustrie te beschermen tegen wat hij ziet als oneerlijke concurrentie uit het buitenland. Uitzonderingen voor de EU, Canada en Mexico op de in maart aangekondigde heffingen liepen op 1 juni af.

Lees meer over de reacties van Amerika’s bondgenoten op de importheffingen: De verbijstering verbijten of terugslaan?

De handelsbarrière, die fel wordt bestreden door de EU en andere handelspartners – onder meer dit weekeinde tijdens de G7-top van rijke industrielanden in Quebec – baart ook in de haven van Cleveland zorgen. Jaarlijks wordt er ongeveer een half miljoen ton aan internationale vracht overgeslagen, en „90 tot 95 procent daarvan is geïmporteerd staal uit de EU”, zegt David Gutheil, hoofd van de commerciële afdeling van de Port of Cleveland. „Als de importtarieven blijvend zijn en sommige kopers van staal besluiten om het niet meer af te nemen, dan schaadt dat onze handel.”

De kwestie van de importtarieven is van groot belang voor Cleveland, een stad in het hart van de Amerikaanse rust belt, de industriële regio die zich uitstrekt van New York en Pennsylvania in het oosten tot staten in het Midden-Westen als Michigan, Indiana en Illinois. Staal zit in de genen van deze industriestad, waar Trump bij de Republikeinse Conventie van 2016 werd gekozen tot presidentskandidaat.

Zwartgeblakerd

Ongeveer 5 kilometer ten zuiden van de haven en het stadscentrum met oude hefbruggen liggen enkele enorme staalfabrieken. Met name het reusachtige complex van de multinational ArcelorMittal, de grootste staalproducent ter wereld met 197.000 werknemers en een jaaromzet van 61 miljard euro, domineert: een zwartgeblakerd en rokend gevaarte van bijna 400 hectare met twee hoogovens, omgeven door spoorbanen. De meer dan 100 jaar oude fabriek kwam begin jaren 2000 na een faillissement in handen van investeerder Wilbur Ross, nu minister van Handel in de regering-Trump en een belangrijke voorvechter van de heffingen (hij verkocht zijn staalbelangen in 2005).

Dan Boone werkt al 46 jaar bij de staalfabriek, die op volle toeren draait. Hij juicht de importheffingen toe. „Ik geloof beslist dat de heffingen een goed idee zijn”, aldus Boone, leider van de vakbond bij de vestiging met zo’n 1.900 werknemers. „Alle Amerikaanse staalfabrieken zullen er op den duur van profiteren. Ik denk niet dat je ergens een staalarbeider kunt vinden die tegen de heffingen is, want elke werknemer is getroffen door oneerlijk gedumpt staal dat in veel gevallen van slechte kwaliteit is.”

Boone onderschrijft de argumenten van de regering-Trump voor de heffingen: dat buitenlandse producenten oneerlijk worden gesubsidieerd, en dat China, ’s werelds grootste producent die vorig jaar goed was voor bijna de helft van de wereldwijde staalproductie van ruim 1.600 miljoen ton, goedkoop staal dumpt op de internationale markt. Bovendien voert de Amerikaanse regering nationale veiligheid aan als reden voor de protectionistische stap; de VS zouden zich moeten verzekeren van een betrouwbare binnenlandse staalvoorziening op de lange termijn, als basis voor een gezonde economie en als leverancier voor de defensie-industrie. „Als het oorlog wordt, willen we niet afhankelijk zijn van andere landen voor ons militaire staal”, aldus Boone.

Lees ook: Opkomst van China is vooral nadelig voor Trump-stemmers
Meer dan 100 jaar oude staalfabriek van ArcelorMittal, ook in Cleveland.Foto Reuters

Uit economisch oogpunt hebben velen niettemin bedenkingen bij de importheffingen, zelfs in de rust belt. Niet in de laatste plaats omdat de Amerikaanse staalindustrie, na een periode van neergang, juist lijkt te zijn gestabiliseerd. „Van de recessie tot 2016 is de industrie door een moeilijke periode gegaan”, zegt Philip Gibbs, analist bij KeyBank in Cleveland. „Maar de afgelopen anderhalf jaar gaat het veel beter.” En omdat staalprijzen nu worden opgestuwd door de importheffingen „zullen de komende paar kwartalen ook sterk zijn”, voorspelt hij.

Bij de fabriek heerst dan ook geen doemstemming. „We hebben goed werk”, zegt Mike Lester, een elektricien in een blauwe overall en een helm met een koplampje, tijdens een pauze. „Ze namen vóór de heffingen alweer nieuwe mensen aan.” Lester vertrouwt de motieven van Trump niet: „Vakbondsleden mogen hem niet, want hij is anti-vakbond.” Zijn collega Joe Jones, ook in overall, vindt het vreemd dat Trump bondgenoten van de VS aanpakt met de heffingen. „Er moet iets mis mee zijn, als Trump erachter zit”, zegt hij. Onder deze staalwerkers heeft Trump met zijn maatregel geen vrienden gemaakt.

De president komt met de importheffingen een belofte na aan ontevreden kiezers, om noodlijdende plaatsen in de rust belt te hulp te komen na de gestage neergang van de Amerikaanse industrie. Werkgelegenheid in de staalsector, traditioneel de basis van de economie van de rust belt, is al decennia tanende: van een piek van 650.000 werknemers in 1953 is het aantal banen in de sector gedaald tot 143.000 begin dit jaar. Trump boekte een onverwachte zege in deze regio bij de presidentsverkiezingen met zijn toezegging het verval te stoppen.

Verwoesting

De langdurige neergang heeft sporen van verwoesting achtergelaten in de staalregio, waar jarenlang weinig aan is gedaan. Zoals in Gary, Indiana, een voorstad van Chicago aan Lake Michigan. Het verwaarloosde stadje, de geboorteplaats van Michael Jackson, is gebouwd rond de Gary Works, een gigantische staalfabriek van meer dan een eeuw oud die lange tijd de grootste ter wereld was. De fabriek van de Amerikaanse staalproducent US Steel, een donkere kolos aan het water, is met zijn vier hoogovens nog steeds een productiefaciliteit van betekenis. Het staalbedrijf vormt het middelpunt van een reeks fabrieken aan de zuidoever van Lake Michigan, die van dit deel van Indiana de leidende staalregio van het land maken.

Verlaten huizen in staalstad Gary, Indiana.

De hoogtijdagen van Gary als levendig centrum van staalactiviteit zijn echter al lang achter de rug. Broadway, de lange hoofdstraat van Gary die recht op de ingang van de fabriek afloopt, is een spookstraat van vervallen gebouwen met dichtgetimmerde ramen. Ruiten zijn er kapot, daken ingezakt. In de omringende straten zijn de meeste huizen verlaten en overwoekerd door onkruid.

Eind jaren zestig bood Gary Works werk aan zo’n 30.000 mensen en was Broadway een swingende winkelstraat met bioscopen en theaters, vertelt Donald Tribby, een gepensioneerde staalwerker die werd geboren in Gary en 48 jaar bij de fabriek werkte. „Het was er altijd druk, net als in Chicago.” Nu werken er nog zo’n 5.000 mensen bij de Gary Works, na een gestage daling die in de jaren zeventig werd ingezet. Dat komt voor een groot deel door automatisering, erkent Tribby. Het werk dat vroeger door tien mensen werd verricht, wordt nu door één persoon gedaan. „Vroeger waren er werkers die de hete staalplaten met de hand omdraaiden”, geeft hij als voorbeeld. „Dat gebeurt al lang niet meer.” Maar het banenverlies is volgens Tribby ook te wijten aan buitenlandse concurrentie. „Als wij onze markt op een behoorlijke manier zouden beschermen, dan vonden we wel een andere baan voor ze. Maar dat hebben we niet gedaan.”

Evenals Trump wijt Tribby de problemen voor een belangrijk deel aan handelsverdragen waarbij de VS in zijn ogen aan het kortste eind trekken. „Daardoor hebben we importen van buitenlandse producten waarmee wij niet kunnen concurreren, omdat zij worden gesubsidieerd door andere landen. Vroeger maakten we allerlei producten in Gary, van rails en stalen balken tot platen voor schepen. Die worden nu in het buitenland gemaakt.”

Auto-industrie

Amerikaanse importen van staal zijn sinds de jaren negentig inderdaad toegenomen. Tegenwoordig voorzien de VS in 75 procent van hun eigen staalbehoefte; 25 procent wordt geïmporteerd. In 2017 importeerden de VS bijna 35 miljoen ton staal.

Het is echter de vraag of de importheffingen daar verandering in zullen brengen. Volgens analist Philip Gibbs draaien de huidige fabrieken in de VS „tegen hun volle capaciteit”. Zelfs als gebruikers van staal zouden willen overstappen op Amerikaanse producenten, is dat niet direct mogelijk. Er is simpelweg behoefte aan staal uit het buitenland, zoals de rollen plaatstaal die binnenkomen via de haven van Cleveland. „De productieketen is afhankelijk van importen, en zal dat voorlopig blijven.”

Gary, Indiana

Daar komt bij dat het ene staal het andere niet is. Afnemers kiezen hun staal niet alleen op basis van prijs, ook de kwaliteit speelt een rol. Sommige afnemers in onder meer de auto-industrie en de olie- en gassector hebben voor bepaalde producten behoefte aan soorten staal die niet in de VS worden geproduceerd, maar wel in Europa. Zij kunnen niet zomaar overstappen op binnenlandse leveranciers.

Industriële afnemers van staal in een wijde omtrek van Cleveland lopen dan ook te hoop tegen de importheffingen. De ‘Grote Drie’ Amerikaanse autoproducenten, die met hun assemblagefabrieken uitwaaieren in de omgeving van de Grote Meren vanuit Detroit, zijn tegen de maatregel. General Motors, Ford en Fiat Chrysler waarschuwden eerder dit jaar in een gezamenlijke verklaring voor „onbedoelde gevolgen”: hogere prijzen voor staal en aluminium in de VS. „Dit plaatst de Amerikaanse auto-industrie, waarmee meer dan 7 miljoen banen zijn gemoeid, in een nadelige situatie”, aldus de verklaring.

Ook talloze kleinere bedrijven slaan alarm, waaronder Stripmatic Products in Cleveland, een producent van stalen onderdelen voor de auto-industrie met een jaaromzet van zo’n 10 miljoen dollar. „Dit is geen goede oplossing”, zegt directeur Bill Adler, een ondernemer met tientallen jaren ervaring in de sector. „Dit zorgt er alleen maar voor dat prijzen stijgen. Als deze heffingen gehandhaafd blijven, zullen bedrijven en de economie eronder lijden.”

Gedreven toont Adler de fabriekshal van zijn bedrijf: een reeks stempelautomaten verwerkt stalen stroken van enkele centimeters breed en maakt er in hoog tempo ringen van. Die worden dichtgelast en er worden gaatjes in geperforeerd. Stripmatic levert de ringen aan toeleveranciers van de auto-industrie, die ze gebruiken voor onderdelen om voertuigen trillingsvrij te maken. Dozen vol van de ringen, precies op maat gemaakt volgens specificaties, staan klaar om te worden verscheept.

Adler maakt zich zorgen over oplopende staalprijzen. De kosten van zijn grondstof zijn sinds januari 25 tot 50 procent gestegen, zegt hij, afhankelijk van het type staal. Dat betekent dat zijn winstmarge onder druk komt te staan als hij zijn verkoopprijzen niet verhoogt. Klanten in Mexico haken wellicht af, vreest hij. „Bij hogere staalprijzen verslechtert mijn internationale concurrentiepositie. Dat gaat onze winst op de korte termijn beïnvloeden.”

Transport van vloeibaar staal in Cleveland, Ohio.Foto Luke Sharrett / Bloomberg

Banenverlies

Adler verwijst naar de vorige episode met staalheffingen: in 2002 kondigde toenmalig president George W. Bush heffingen af. Die werden eind 2003 opgeheven, wegens de nadelige gevolgen voor de Amerikaanse economie. „We hebben deze weg eerder bewandeld”, zegt Adler. „Het loopt niet goed af; het zal leiden tot banenverlies bij bedrijven die staal gebruiken en investeringen ontmoedigen. Hoe eerder ze kunnen worden geschrapt, hoe beter voor de VS en voor de wereldeconomie.”

Opmerkelijke factor bij de importheffingen van Trump is dat het aantal banen bij afnemers van staal vele malen hoger is dan het aantal banen in de Amerikaanse staalindustrie – volgens sommige schattingen 60 maal zo hoog. De potentiële nadelen voor de VS zijn daarom veel groter dan de voordelen, meent Ned Hill, professor aan Ohio State University in Columbus, Ohio. „Het is heel moeilijk om een economisch sluitende motivering te geven voor deze stap, ingegeven door een wens om de Amerikaanse economie terug te brengen naar 1968”, zegt hij.

Amerikaanse staalproducenten hebben wél enthousiast gereageerd op de heffingen. US Steel, de grootste Amerikaanse producent met een omzet van ruim 12 miljard dollar in 2017, kondigde aan een fabriek in Illinois te zullen heropenen. Dat levert ongeveer 500 banen op – dankzij de heffingen, aldus US Steel in een verklaring. Die aankondiging zal de regering-Trump in staat stellen om de maatregel uit te roepen tot een succes, zegt Hill. Maar verder ziet hij weinig banengroei van betekenis.

„Als Trump echt iets voor de staalindustrie wilde doen, zou een infrastructuurplan beter werken”, oppert hij. „Want 47 procent van het staalgebruik zit in de bouw. Ook zou het verstandiger zijn om multilaterale verdragen te versterken om dumping te bestrijden, in plaats van verdragen te verscheuren.” Het symbolische beleid van heffingen op buitenlands staal doet het volgens Hill echter „beter op TV”,

In Gary zit staalwerker Mark Lash, voorzitter van de plaatselijke afdeling van de Steel Workers Union, in het kantoor van de vakbond. „Onze positie is dat de tarieven nodig zijn om de binnenlandse staalindustrie te behouden”, zegt hij. „Want de staalindustrie is de ruggengraat van de economie van deze regio. Maar de heffingen moeten wel op de juiste manier worden geïmplementeerd, tegen landen die onze bedrijven schaden, zoals China.”

Lash, die sinds 1994 bij de Gary Works werkt, is realistisch over de vooruitzichten op herstel. „Ik denk niet dat iemand gelooft dat de heffingen ervoor zullen zorgen dat de staalindustrie terugkeert naar de hoogtijdagen van de jaren zeventig, toen we hier 30.000 werknemers hadden”, zegt hij. „Waar het om gaat is te voorkomen dat de fabriek helemaal verdwijnt. Want ik geloof echt dat we op een eerlijk speelveld kunnen concurreren met buitenlandse producenten van staal.”

In maart maakte Trump-adviseur Gary Cohn bekend dat hij uit het Witte Huis zou vertrekken. Hij was een fervent verdediger van de vrije handel en was de laatste dam tegen Trumps handelsoorlog
    • Frank Kuin