Opinie

Algoritmes, de redding van onze democratie

Algoritmes

Er is te veel democratie, schrijft . Algoritmes kunnen helpen. Zij begrijpen ons beter dan wij onszelf begrijpen.

Illustratie Cyprian Koscielniak

Ooit navigeerden we op het prille internet via de indexpagina van Yahoo, een soort Gouden Gids voor cyberspace. Dat kostte veel tijd, en je vond zelden wat je zocht. Dat veranderde in een klap met Google. Ineens kon je wel vinden wat je zocht. En het kost niets, het gaat in een oogwenk, en een paar trefwoorden zijn genoeg. Wauw! Het geheim van Google? Zijn algoritme. Het internet is zo complex geworden dat ‘gewone’ computerkracht, hoe fenomenaal ook, tekortschiet om klassiek systematisch alle informatie te doorzoeken en te ordenen. Zoeken moet ‘slim’ gebeuren, en geen zoekgereedschap is slimmer dan het algoritme.

Wat het algoritme bovenal goed kan, is het gat dichten tussen de objectieve logica van de computerwereld en de subjectieve logica van de menselijke wereld. Het algoritme van Google is zo goed omdat het precies lijkt te begrijpen wat je zoekt. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Microsoft, dat geen idee lijkt te hebben. Meer of minder slim, algoritmes zijn op alle fronten actief. TomTom, Netflix en Tesla gebruiken ze ook, net als banken, verzekeringsmaatschappijen, gemeenten en onze smartphones. We kunnen nauwelijks nog zonder hun bemiddeling. Ze zijn onze onmisbare, onzichtbare en altijd parate gids, coach en wegwijzer in het moderne leven dat steeds inniger is vervlochten met internet en ict.

Algoritmes beïnvloeden ons dagelijks leven en de keuzes die wij, schijnbaar vrijwillig en autonoom, maken op een even onmiskenbare als ondoorzichtige wijze. Dit roept terecht allerlei vragen op. Hoe doen die algoritmes dat precies? Hoe komen ze aan de kennis waarmee ze mij zo goed lijken te begrijpen? Kunnen we algoritmes wel vertrouwen? Aan wie zijn ze eigenlijk loyaal?

Van de profielen van ons surfgedrag die iedere milliseconde op internet worden samengesteld en bij opbod geveild merken we normaal gesproken niets; we klikken onbezorgd voort. Bij uitzondering horen we over hoe algoritmes worden gebruikt om ons te manipuleren. Zo publiceerde deze krant op 27 maart een interview met klokkenluider Christopher Wylie, voormalig directeur onderzoek bij Cambridge Analytica, die een boekje opendoet over hoe dit bedrijf niet alleen in de Verenigde Staten maar ook in ontwikkelingslanden verkiezingen manipuleert. Wylie constateert dat bedrijven en instellingen die met big data en algoritmes werken, vooral reuzen als Google en Facebook, eigenlijk een soort nieuwe nutsbedrijven zijn. Hij pleit daarom voor meer regulering om de publieke functie van zulke bedrijven te waarborgen.

Bekijk deze video van NRC: Wat is een algoritme eigenlijk?

Dat is een goed inzicht, maar ik denk dat er een gedachte achter dit punt schuilt die we nog verder kunnen en moeten doorgronden, namelijk waar het gaat om mogelijke positieve bijdragen van algoritmes aan de democratie. De logica van het algoritme is daar al verder in doorgedrongen dan we ons realiseren. Er bestaat een structurele overeenkomst tussen hoe algoritmes ons leven beïnvloeden en de wijze waarop de democratie zich recent ontwikkelt. Algoritmische principes leveren ons een antwoord – of ons dat nu bevalt of niet – op een lastige en mijns inziens onontkoombare vraag die de ontwikkeling van de democratie ons stelt.

Eerst die vraag. Democratie heeft de afgelopen decennia een ongekende vlucht genomen. Na de roerige jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw is democratisering getransformeerd van radicale kritiek tot gangbare praktijk. Er is nauwelijks nog een institutie, instelling of praktijk te vinden die niet is gedemocratiseerd. In de politiek bestaat er geen hoger goed dan democratie. Boosheid, onvrede of kritiek wordt steeds vaker verwoord als aantijging dat een procedure of besluit onvoldoende democratisch is genomen: er is niet geluisterd naar de burger, er is onvoldoende met diens kritiek gedaan, de informatie kwam te laat, de inspraak was fake.

Soms is er niet eens een probleem nodig om meer democratie te eisen, zoals bij de gekozen burgemeester. Zijn er eigenlijk wel problemen die speciaal samenhangen met het feit dat burgemeesters worden benoemd? De vraag wordt niet eens meer gesteld; burgemeesters moeten gewoon worden gekozen, want dat is democratisch!

Genoeg democratie

Voor de duidelijkheid: ik ben een voorstander van democratie. Fijn dat allerlei organen zijn gedemocratiseerd en dat autoritaire structuren zijn verdwenen. Maar het probleem is dat we van democratie letterlijk geen genoeg lijken te kunnen krijgen. Wat het probleem ook is, de eis van ‘meer democratie’ belooft de oplossing. Er is geen maatstaf voor wanneer er genoeg democratie is. En misschien belangrijker nog, aan zo’n maatstaf lijkt ook geen behoefte te bestaan. We realiseren ons echter niet dat we hiermee niet alleen de instituties die we bekritiseren, maar ook en vooral onszelf een steeds hogere last opleggen.

We kunnen dit inzien aan de hand van een klassieke formulering van de Duitse filosoof Jürgen Habermas, een verdediger van de moderne democratie bij uitstek, die betoogt dat alleen die normen legitiem zijn „waarmee alle mogelijk betrokken personen zouden kunnen instemmen, als deelnemer aan rationele discussies”.

Maar over hoeveel normen, in het publieke maar ook in het private leven, moeten we ons dan wel niet afvragen of we er bij betrokken zijn en of we er mee zouden kunnen instemmen, in een discussie met alle andere betrokkenen? Het antwoord is: buitensporig veel. Al hoeven we niet altijd daadwerkelijk in discussie, we dragen als moderne, geëmancipeerde en democratische burger en privépersoon continu de mede-verantwoordelijkheid voor de normen die ons leven bepalen. Dat is de prijs van emancipatie en democratie. We mogen nu meedenken en meebeslissen met de machten die over ons leven beschikken, maar de prijs is: dat moeten we nu ook – anders zouden we onszelf, en de samenleving, tekort doen. Jij wil toch ook meer democratie?

Lees ook: menselijke maat moet bepalend blijven bij beleid en bestuur

Mijn stelling is dat we hierdoor gaan lijden aan ‘democratische metaalmoeheid’. De last die de democratie ons oplegt is te zwaar geworden. We halen tegenwoordig graag alles uit onszelf wat erin zit, ook in democratisch opzicht, maar in feite is dit een soort roofbouw. We roepen wel om meer democratie, maar in feite wordt die ons letterlijk en figuurlijk te veel van het goede. Burgers en democratie raken overspannen.

Het antwoord op dit probleem is de algoritmische democratie. De Habermasiaanse last kan van onze schouders worden genomen door een systeem dat namens ons argumenteert, afweegt en concludeert. Zoiets als een parlement, maar dan zonder representatie, dus op basis van onze daadwerkelijke voorkeuren en verlangens. Dat is mogelijk doordat we die voorkeuren en verlangens inmiddels al zo veel en zo vaak via allerlei interactieve mechanismen hebben kenbaar gemaakt, en nog steeds kenbaar maken, dat het bestuur inmiddels in staat is om die voor ons ‘waar te nemen’. In principe hetzelfde als wat algoritmen doen. Sterker nog, dit zou ook daadwerkelijk algoritmisch kunnen worden gerealiseerd. Google en Amazon doen dat nu al in de commerciële sfeer: Google weet al wat ik ga intypen en Amazon weet al wat ik ga bestellen. Dat komt doordat ze in zekere zin heel goed naar ons luisteren (systemen als Siri en Echo doen dat zelfs zo letterlijk dat ze ons eigenlijk afluisteren).

Op een wat simpeler maar vergelijkbaar niveau vertrouwen veel kiezers tegenwoordig al op instrumenten als de stemwijzer. Misschien weten wij niet meer welke partij nog bij ons past, maar de stemwijzer weet het namens ons. Deze is ‘wijzer’ dan wijzelf. Toch legt zij ons niets op; zij komt op basis van een peiling van onze voorkeuren en standputen tot een interpretatie van onze politieke overtuiging.

Ook de overheid is tegenwoordig al bereid en in staat ons ‘waar te nemen’. Nogal wat boze burgers eisen dat de overheid eindelijk ‘gaat luisteren naar de burger’, maar in werkelijkheid doet onze democratische overheid al vele jaren haar uiterste best om zo responsief mogelijk te zijn en zo precies mogelijk uit te vinden wat ons beweegt en waar onze voorkeuren naar uit gaan.

Daarbij heeft ook de overheid beschikking over big data en algoritmes. Ook zij kan die inzetten voor zo’n algoritmische democratie, die ons nog beter begrijpt dan wij onszelf begrijpen. Niet in de ouderwetse, autoritaire zin, maar juist in een heel democratische zin, in overeenstemming met het verlangen van de hedendaagse overheid om juist namens en met ons te denken en te handelen. Zo beschouwd zijn algoritmes allerminst een bedreiging voor de democratie.

Heilige graal

Evenmin zijn algoritmes een heilige graal. Ze werken niet ‘neutraal’ en ze zijn per definitie niet transparant. We begrijpen niet altijd hoe ze tot hun conclusies komen. Maar dat geldt voor de bestaande democratische praktijk ook; denk aan het eeuwige geklaag over de achterkamertjes. Verder zou het weinig zin hebben om te eisen dat het algoritme democratisch in elkaar wordt gezet. Dat zou de democratische overbelasting die ik nu al zie optreden juist nog verder opschroeven, in plaats van verminderen.

Niettemin zijn natuurlijk ‘checks and balances’ nodig op de inzichten die de algoritmische democratie namens ons produceert. En die vinden we in de uitkomsten van de gangbare democratische deliberatie, waar we gewoon mee doorgaan, zij het liefst wat in een gematigder en minder overspannen vorm dan thans.

Die democratische praktijk is een onvervreemdbaar onderdeel van onze moderne geëmancipeerde levensstijl; het algoritme kan die niet vervangen. We krijgen dan dus een ‘tweesporenbeleid’. Geen van beide sporen levert ons juiste of volledig bevredigende democratische inzichten – en geen enkel systeem zou ons die kunnen leveren – maar tezamen genomen kunnen zij, in hun onderlinge confrontatie, daar een redelijke benadering van vormen. We krijgen zo een extra democratische ‘check’, terwijl we hopelijk tegelijkertijd de democratie wat meer kunnen ontspannen.

Dit is vooralsnog een filosofische gedachte.Maar zij adresseert een heel reëel probleem, dat van de overspannenheid van de democratie. We hebben hulp nodig om onze democratische overbelasting terug te brengen naar draagbare proporties. De algoritmische democratie zou ons die dienst kunnen verlenen.