Recensie

Het eerste echte Tesla-alternatief (als je genoeg geld hebt)

De elektrische Jaguar I-Pace is een heus stroomwapen, vindt Bas van Putten. Het is bijna een supercar.

De Jaguar I-Pace bij Jaguar Nederland Foto Merlijn Doomernik

De elektrische Jaguar I-Pace is het eerste Tesla-alternatief voor uitverkorenen met een budget van boven de 80.000 euro. Hij wint het vergelijk op afwerking, design en rijgedrag verrassend moeiteloos. Verborgen gebreken voorbehouden is het een onthutsend knappe auto voor een fabrikant die zoiets nooit gemaakt heeft. Bovendien is hij er sneller dan de langverwachte Duitse Tesla-concurrenten in zijn klasse.

De bliksemcoup is een verkapte sportwagen. Twee elektromotoren (een op de vooras, een op de achteras) leveren samen 400 pk en 700 newtonmeter koppel, die via aandrijving op alle wielen op de weg worden gebracht met de zoetgevooisde oerkracht waar geen turbodiesel aan kan tippen. Het accupakket van 90 kWh zorgt voor een actieradius van 480 kilometer, volgens de nieuwe WLTP-test. Bij normaal woon-werkverkeer komt hij ongetwijfeld in de buurt. Met het rijgedrag waartoe hij uitlokt is dat uitgesloten, al is hij volgens Jaguar dankzij een 100 kW-snellader weer snel op krachten. De zware batterijen brengen het gewicht op 2.200 kilo, maar hun plaatsing onder de vloer waarborgt het lage zwaartepunt dat de rijstabiliteit naar een verbluffend plan tilt.

Veel meer dan de twee zuster-suv’s, de E- en F-Pace, is het een echte Jaguar gebleven. De I-Pace blijft strak bij snelheden die je zelfs in een 911 eerst in beraad zou nemen. Hem in een drift jagen is zo goed als onmogelijk. Hoewel de op 200 kilometer per uur begrensde topsnelheid voor het predicaat supercar 100 kilometer hoger moet liggen, zou je hem haast in die divisie plaatsen. De Porsche-suv’s Cayenne en Macan lijken fossielen naast dit stroomwapen. Nooit eerder reed ik een bochtenrijk traject zo hard met een auto die er op het oog niet voor bedoeld leek. Porsche- en Ferrari-rijders zullen op B-wegen de handen vol aan hem krijgen.

Glorious bastard

Paarlen voor de zwijnen. Voor zijn slagingskansen zijn gymnastische vaardigheden niet vereist. Op de Nederlandse markt hoeft de I-Pace niets te kunnen, behalve crossover zijn van een cool merk. De klant heeft maar één wens; dat zijn Jag dit belastingjaar wordt afgeleverd. Dan valt hij nog net onder de 4 procent-bijtellingsregeling die in 2019 op de schop gaat. Het bewijs is daar: ze stromen binnen, de bestellingen van kopers die geen meter met het ding hebben gereden.

Geld uitgeven was nooit een probleem in Nederland. Als de staat maar compenseert met fiscale voordelen die Golf-petjes, modale occasionrijders en brave dieselaars opbrengen met de straftarieven voor hun vuile armoe. De I-Pace kan er niets aan doen, ik weet het. Maar de koper mag uit dankbaarheid een foto van een hardwerkende burger in zo’n Denk Aan Mij-lijst op zijn leren dashboard plakken. Dan is tenminste de morele schuld vereffend.

Intrigerend wel, dat uitgerekend Jaguar de handschoen opneemt tegen de met Autopilot-crashes en productiesores worstelende club van Elon Musk. Het merk werd groot met grommende benzinemotoren die hun dreigende bedoelingen akoestisch niet onder stoelen of banken staken. Geluid was daar opium van het volk. Hoe zou een Jag op stroom die bad vibes moeten opwekken? Heeft de fabriek iets op bedacht: een elektronische soundtrack, instelbaar in de drie standen: zacht, middel en hard. Hij klinkt als een verre storm achter de dikke muren van een landhuis. Het is een mistige ruis die weinig toevoegt aan de sensatie van zijn bliksemsnelle demarrages. De typische Jaguar-grille is overigens gehandhaafd, alsof er een gewone motor achter zit. Het oog wil ook wat.

Interessant aan de I-Pace is zijn architectonische logica. De ‘platformarchitectuur’ van een elektrische suv geeft hem een forse ruimtelijke voorsprong op soortgenoten met verbrandingsmotor. Hij kan zijn volumes beter benutten. Een voor zijn lengte uitzonderlijke wielbasis van bijna drie meter en de compactheid van de benedendeks verstopte aandrijfcomponenten vergroten de leefruimte. Die is opmerkelijk voor een betrekkelijk compacte auto. Ook de achterpassagiers hebben been- en hoofdruimte te over. De koffer van 656 liter, 638 met luchtvering, is op het niveau van de Jaguar F-Pace.

Zo wordt dit een van de zeldzame sports utility vehicles die hun naam waarmaken. Hij is competitief, royaal én multifunctioneel; zelfs op onverhard terrein presteert hij alleraardigst. Ik vrees dat weinig nieuwe auto’s deze Jag dit jaar nog overtreffen. Glorious bastard.

    • Bas van Putten