‘Ik heb tegen de buuf gezegd: je móét mee naar het ontmoetingscentrum’

Dementie Dementerende ouderen die thuis wonen, hebben baat bij samenkomsten in een buurtcentrum. En hun partners hebben even rust.

Dementerende ouderen bij dagbesteding. Foto David van Dam

In de hoek van het lokaal staan drie rollators geparkeerd. Aan een tafel zitten zeven ouderen en drie begeleiders. De sfeer is gemoedelijk – ze lachen om elkaars grappen. „Ik leer hier altijd van alles hoor!”, zegt Sien (93). Louis (75): „Mijn vrouw zegt altijd: hoepel maar op naar het ontmoetingscentrum.”

Hier zit een doorsnee van de (oudere) bevolking van Hoofddorp: Hans (78) werkte 23 jaar bij Sorbo. Hij bracht spullen bij winkels in de hele regio. Henk (83) was offsetdrukker. Frieda (76) deed de administratie bij Het Parool. Jopie (84) werkte bij De Gruyter en was 30 jaar werkster. Sien was eerst coupeuse en later huisvrouw, haar man gaf les. Louis had een eigen beddenzaak. Chris (78) was 32 jaar vliegtuigmonteur op Schiphol.

Nu komen ze drie keer per week naar een voormalige kerk die Ontmoetingscentrum de Vriendschap heet. Met een vrijwilliger, begeleider Yvonne van der Flier en stagiaire Dunya.

Deze donderdag presenteert het VUmc onderzoek naar deze centra voor thuiswonende ouderen met dementie. Daaruit blijkt dat de kwaliteit van leven van mensen die er komen significant toeneemt. Ze hebben meer „positieve emoties en minder negatieve” en meer „zelfwaardering”. Bovendien voelen hun partners en kinderen zich minder belast. En het kost heel weinig: een zaaltje in de buurt huren, voor drie of vier dagen per week. Eén begeleider betalen en vrijwilligers vinden. Meestal doet de gemeente dat, maar er komen ook giften.

Sinds de eerste in 1993 werd geopend, zijn er 145 centra bijgekomen. Sinds kort zijn er ook zestien in Italië, Polen en Engeland, en een paar in Aruba, Suriname en Australië. Nieuwe centra worden geopend in Spanje.

In 2016 volgde NRC een alzheimerpatiënt. Lees het dossier hier terug.

De formule is eenvoudig: om de andere dag komen deelnemers bijeen in een zaaltje in de wijk. Zo hebben ze iets te doen, maken ze nieuwe vrienden en is het thuis voor hun partners even rustig. Kinderen en partners kunnen er ook advies krijgen.

David van Dam

Steeds meer mensen zullen ermee te maken krijgen: 180.000 ouderen in Nederland lijden nu aan dementie. In 2050 zijn dat er dubbel zoveel: 360.000.

Het programma is altijd ongeveer hetzelfde. De ochtend begint met koffie. Ze praten bij, rond een grote tafel. Als je vraagt wat hun beroep was, moeten de deelnemers lang nadenken. Maar dat is goed, zegt Yvonne, dat traint het geheugen. Ze wonen nog thuis, waar ze vroeger misschien al in een verzorgingshuis hadden gewoond. Ze kunnen bijvoorbeeld niet meer alleen boodschappen doen. Autorijden mag niet meer.

Jopie en Sien zijn weduwen en krijgen tussen de middag warm te eten, zodat ze ’s avonds niet alleen voor zichzelf hoeven te koken. Sien, opgewekt: „Ik praat nog vaak tegen mijn man als ik me eenzaam voel. Hij geeft alleen geen antwoord.” De rest eet nu brood en ’s avonds thuis warm. Zij hebben nog een partner.

Om 11.00 uur neemt de groep het nieuws door. Dat doen ze elke keer. Vaak, vertelt Yvonne, vergelijken ze het nieuws met vroeger. Wat is de datum vandaag?, vraagt ze. „1 juni!”, roept Jopie. Louis: „Ja Jopie, dat staat op het bord.”

Louis
Foto David van Dam
Lida
Foto David van Dam
Foto David van Dam
Henk
Foto David van Dam
Jopie
Foto David van Dam

Er is een bericht dat er een nieuw transportmuseum is geopend, met een oude DC-2 van KLM, hier vlakbij in Nieuw-Vennep. Pas gebeurd?, vraagt Chris, de vliegtuigmonteur. Ja, zegt Yvonne. „Zullen we daar binnenkort met z’n allen heen gaan?”

Er is een brief van het Oranjefonds gekomen over 150.000 Nederlandse ouderen die eenzaam zijn en of men die een kaartje wil sturen. Jopie: „O ja, dat geloof ik wel.” Henk: „Mijn dochter en kleinkinderen bellen me regelmatig.” Sien: „Ik praat met mijn man maar hij zegt niks.” Henk: „Ik kom sinds een paar maanden hier.” Yvonne: „Die mensen kunnen dus een kaartje krijgen.” Frieda: „Hebben ze een computer dan om die te ontvangen?” Yvonne: „Nee dat hoeft niet, de kaart komt per post.” Jopie: „Ik heb geen computer.”

Yvonne: „Een ander bericht stelt dat Nederlanders niet echt naar elkaar luisteren.” Sien: „Als ik vraag of ze me willen brengen, doen ze het altijd.” Frieda: „Eenzaamheid ligt aan jezelf.” Jopie: „Ik heb tegen de buuf gezegd: ‘Wil, je móét mee naar het Ontmoetingscentrum’, ze is altijd alleen. Maar ze wil niet.” Frieda: „Als ze het niet erg vindt om alleen te zijn.” De mannen zwijgen.

En dan dit bericht: een Russische journalist heeft zijn eigen dood in scène gezet. ‘O nou!’, zeggen de mannen. Weet iemand nog iets van de Koude Oorlog? Stilte. Jopie: „In de oorlog moest je vroeg binnen zijn. Ik was 7 toen het begon.” Yvonne: „De vrije pers is belangrijk, hè, dat zie je aan hoe ze in Rusland met journalisten omgaan.” Jopie: „Toen de Duitsers kwamen, mochten we ’s avonds niet naar buiten.”

Lees ook: Er is ook dementie zonder vergeetachtigheid

Yvonne werpt nog wat op: Wat komt er vanavond op de televisie? Sien: „Ik woon tegenover een kippenrestaurant. Dus ik kijk altijd wie er allemaal heen gaan. Mijn vader slachtte kippen. Hij sloeg ze keihard op de kop en de kip liep door! Dus ik kan geen kip eten.” Hans: „Dat deed mijn vader ook!”

Om 11.20 uur is het tijd voor gym. Ze gaan in een kring zitten. De stagiaire heeft grote gaten in haar spijkerbroek, op de knieën. Iedereen kijkt licht verbaasd. Sien: „Ach. Elke gek heeft z’n gebrek.”

Yvonne doet de bewegingen voor en iedereen doet mee. Draaien, buigen, strekken. Overgooien met een grote ballon. „Dit is een geliefd onderdeel”, zegt Yvonne. Zitten, staan, zitten, staan. Iedereen gaat steeds sneller, zelfs Jopie doet mee – tot ieders verbazing, want meestal blijft ze in haar stoel zitten.

Om 12.00 uur zetten ze een cd met evergreens op. Ze dekken tafel, voor brood en salade, en maken soep. Gaan jullie nog uit dit weekend?, vraagt Yvonne. „Geen idee”, zegt Chris. „Dat is voor mij altijd een verrassing.” Om 13.00 uur is de lunch voorbij. Ze gaan wandelen door de buurt.

David van Dam

    • Frederiek Weeda