Voor bekeerlingen kan de ramadan een eenzame maand zijn

Ramadan Veel moslims verbreken de vasten met familie of vrienden. Maar voor bekeerlingen is dat soms lastiger. „Het kostte me moeite, maar dat mag ook wel.”

In Centrum De Middenweg in Rotterdam is een iftar voor bekeerlingen. Foto David van Dam

Vijftig minuten voordat de vasten wordt verbroken, druppelen de mensen binnen. Om de haverklap klinkt ‘salaam aleikoum’ – ‘vrede zij met u’ – in het gebouw van Centrum de Middenweg, een Rotterdamse stichting en moskee die activiteiten voor moslims organiseert. De tafels in de hal zijn gedekt met plastic servies. Er staan flesjes water klaar om de dorst te lessen van de veertig tot zestig mensen die hier elke avond hun vasten komen verbreken. Een aantal van hen is bekeerling.

De ramadan draait voor een groot deel om samenzijn met familie. Voor veel moslims is dat een vanzelfsprekendheid, vooral in de weekenden staan vaak bezoekjes aan familie en vrienden gepland. Maar voor ‘nieuwe’ moslims is dat vaak anders, voor hen kan het juist een eenzame maand zijn.

Voorzitter Stefanie Danopoulos (36) van Centrum de Middenweg, organiseert een dagelijkse iftar voor iedereen die tijdens de vastenmaand alleen is – dat kunnen bekeerlingen zijn, maar ook vluchtelingen. De voertaal is Nederlands, het publiek zeer divers. Mannen en vrouwen zitten tijdens het eten niet strikt gescheiden van elkaar. Dat viel niet bij iedereen in goede aarde, bij de meeste bijeenkomsten in moskeeën is dat namelijk wel het geval. „Sommige bezoekers werden boos, klaagden of gingen weg”, zegt ze. „Maar wij vinden het belangrijk. Het is zo gezelliger, er hangt een leuke sfeer.”

Danopoulos, half Grieks, half Nederlands bekeerde zich negentien jaar geleden tot de islam, een jaar nadat haar partner Jacob Blom (40) dat deed. Hij was er zo serieus mee bezig, dat zij zich er ook meer in ging verdiepen. Hun eerste ramadan maakten ze samen mee. „We hadden toen een snackbar. De ramadan viel in de winter en de zon ging een stuk vroeger onder dan nu, rond half vijf al. In de buurt was bekend dat we bekeerd waren. Jongens in de straat kwamen ons geregeld een pannetje soep of ander eten brengen om het vasten mee te verbreken.” Waar andere moslims de ramadan met familieleden konden vieren, waren zij op elkaar aangewezen. Maar eenzaam waren ze niet, zegt ze: „We hadden elkaar. Later kregen we vier kinderen. Nu vieren we het als gezin.”

Precieze cijfers over het aantal bekeerlingen zijn er niet, maar volgens Stichting Bekeerling zijn het er in Nederland zo’n zeventienduizend. Danopoulos weet dat er gemiddeld elke week wel een persoon de shahadah, de islamitische geloofsbelijdenis, komt uitspreken in Centrum de Middenweg.

Weinig discipline

De half Nederlandse, half Surinaamse Julian Hoepel (24) was daar vijf jaar geleden een van, vertelt hij vlak voordat de zon ondergaat. „Ik wilde de mensen uit mijn klas die religieus waren, begrijpen. Waarom zou je je willen onderwerpen aan een God?” In zijn zoektocht raakte hij steeds meer overtuigd van de islamitische leer. Zijn bekering vond een maand voor de ramadan in de moskee plaats. „Ik had in die tijd weinig discipline. Mijn familie verwachtte niet dat ik het vasten zou volhouden.” Hoepel at vaak alleen, die eerste ramadan. Was dat eenzaam? „Je weet niet wat je mist als je niet anders kent. Ik was gericht op de spirituele kant van de maand, daar lag mijn focus.” Soms nodigden klasgenoten hem uit voor de iftar.

Mijn moeder gedoogt het, laat ik het daarop houden

Uiteindelijk bekeerden in korte tijd ook zijn moeder, zijn twee zusjes, een nichtje en zijn oma zich tot de islam. Hij bracht ze er mee in aanraking. „Van een eenzame ramadan is dus geen sprake meer.” En zijn vader? Die is agnost. „Maar hij accepteerde het wel. Ik weet nog dat hij me tijdens mijn eerste Suikerfeest om zeven uur ’s ochtends naar de moskee reed voor het gebed.”

Marrit Hoomoedt (41) is sinds zeven maanden moslim en houdt de iftar vanavond thuis, in Leeuwarden. Ze verdiepte zich al langer in verschillende religies, vertelt ze, maar voelt zich het meest thuis bij de islam. „Ik geloof ook niet dat Jezus echt de zoon van God was, maar een profeet, zoals in de islam. Vorig jaar deed ze al voor het eerst mee aan de ramadan. Hoomoedt, een alleenstaande moeder van twee niet-islamitische dochters van elf en achttien, vond het „best pittig”. Ze kende nog weinig andere moslims in de buurt om samen mee te vasten en ze zorgde toch gewoon voor het eten van haar kinderen. „Het kostte me moeite, maar dat mag ook wel. Juist die uitdaging maakt je sterker.” Als ze met gelijkgestemden wil eten, kan Hoomoedt terecht bij ‘haar’ moskee, de Marokkaanse Masjied Assalaam in Leeuwarden. Daar wordt iedere vrijdag een iftar georganiseerd.

Foto David van Dam

Een van de belangrijkste inzichten die Hoomoedt opdeed tijdens haar eerste ramadan was het gemak waarmee we in Nederland consumeren. „Omdat je niet zomaar wat drinken uit de koelkast kan pakken als je dorst hebt, waardeer je het meer. Je beseft dat er mensen zijn die het niet goed hebben en niet altijd iets kunnen drinken als ze willen. Dat relativeert je eigen problemen enorm.”

Gezondheid

Om gezondheidsredenen kan ze dit jaar niet meevasten; ze heeft een auto-immuunziekte die nu weer de kop op steekt. „Als je een chronische ziekte hebt of zwanger bent, hoef je niet te vasten”, zegt Hoomoedt. „In de islam is gezondheid heel belangrijk.” Maar dat betekent niet dat ze dit jaar niet aan de ramadan meedoet. „Om te compenseren, kun je eten aan arme mensen geven of een bedrag doneren. Ik probeer iedere dag iemand ergens mee te helpen. Op sociale media gebruik ik de hashtag #kanikuergensmeehelpen en ik heb al zo veel leuke dingen meegemaakt. Van de week heb ik voor iemand een haakpatroon van zeven pagina’s van het Engels naar het Nederlands vertaald.”

Om negen voor tien klinkt de adhaan, de oproep tot gebed, in Centrum de Middenweg. Dit is het teken dat er gegeten en gedronken mag worden – voor de gebedsruimte liggen dadels en flesjes water. Twee vrouwen met hoofddoek maken daar dankbaar gebruik van. Met hun naam in de krant willen ze niet, met een foto al helemaal niet. Een van hen is zeer recentelijk bekeerd, haar familie weet er nog niet van. De ander werd negentien jaar geleden moslim. Ze heeft nog wel contact met haar familie, maar van harte gaat het niet. „Mijn moeder gedoogt het, laat ik het daarop houden.”

Sherifa Zaiyat vluchtte vier jaar geleden uit Syrië, en moest de ramadan in haar eentje vieren: ‘Ik at soep met tranen!’

Na het gebed staat er een rij voor de buffettafel. Er is linzensoep, rijst, vlees, salade en door horeca gedoneerde zoetigheid en pizza. Er wordt druk gekletst. De 78-jarige Rafiq Fris schuift aan voor de maaltijd. Hij is wat later, want het openbaar vervoer staakte. Fris – muts op, witte baard – ontvluchtte in de jaren 60 de dienstplicht in Nederland door naar Zuid-Afrika te reizen. „Ik was gereformeerd opgegroeid en zag de rol van mijn geloofsgenoten in de apartheid.” Hij viel van zijn geloof en bekeerde zich in 1969 tot de islam. Zijn eerste ramadan was in november 1970, hij woonde toen in Marokko. „Ik weet nog goed dat ik op de weg van Ceuta naar Tetouan reed. Een redelijk gevaarlijk weggetje in die tijd, dat ook gebruikt werd door drugssmokkelaars. Toen de zon onderging, zette ik de auto aan de kant van de weg om de vasten te verbreken. Ik werd gezien door mensen die er in de buurt woonden. Ze nodigden me meteen uit.”

Eind jaren zeventig was hij voor het eerst in bijna twintig jaar weer in Nederland. Zijn ouders hadden er vrede mee dat hij zich had bekeerd. „Ze zagen dat mijn toestand verbeterd was. Ik was van een zwervende hippie veranderd in een rustig persoon.”

Omdat hij zijn eerste jaren als bekeerling veelal in islamitische landen doorbracht, had hij weinig last van eenzaamheid. Hoe is dat voor nieuwe moslims in Nederland? Fris: „De meeste bekeerlingen die ik ken, worden opgevangen door hun islamitische omgeving.”

Om tien voor half twaalf klinkt de oproep voor het laatste avondgebed. De eetzaal loopt langzaam leeg. Alleen in de keuken klinkt nog wat gerommel van de laatste vrijwilligers die aan het opruimen zijn. De volgende dag begint alles weer opnieuw.

    • Lamyae Aharouay
    • Anna Krijger