Opinie

    • Christiaan Weijts

Veermannen in staking

Vanuit de stuurhut van De Amalia wijst hij naar het water. „Zie je dat?” Eh, niet echt… „Stroming.” Rien Koopman (63) pendelt al 41 jaar op dit stukje Maas tussen het Gelderse Alem en het Brabantse Maren-Kessel, en hij leest de rimpelpatronen zoals anderen e-mails of beurskoersen lezen: als tekens die hem exact vertellen wat hij moet doen om de boot secuur te manoeuvreren. „Vandaag is het stroming, morgen wind, overmorgen mist.” Nee, het is niet zomaar de hendel heen en weer trekken. Dit leer je pas als je echt vergroeid bent met het landschap. „Als ik met pensioen ga, komen er tijdelijke invallers voor terug. En de dorpelingen missen dan hun vertrouwde figuur.”

Ook de kleine wereld van de schipper-mag-ik-overvaren verandert onder invloed van de grotere. Flexibele arbeidsmarkt, lonen die al tien jaar niet stegen („terwijl je hoort dat het economisch zo goed gaat overal, en thuis de rekeningen en premies wel stijgen”), toegenomen werkdruk. „Sinds er meer files zijn, ontdekken ze ons als sluiproute. Om tien voor zes staan ze er al. Tot ’s avonds negen.”

„Kijk eens, wat een kolossale tanker. Die had je tien jaar terug echt niet. Er zit ook veel meer pk’s in.” Hij volgt het schip op de radar, en wijst de gegevens aan op het gps-systeem. Naast de marifoon ligt een verrekijker. Muntgeld ligt gesorteerd in plastic bakjes, naast een koffiekan.

De leraren staken, het streekvervoer, de waterbedrijven dreigen ermee, en Koopman en zijn collega’s van de vijf Maasveren hebben de afgelopen weken ook een paar keer gestaakt of acties gevoerd. Vrijdag zijn de overtochten weer gratis. En nu de onderhandelingen tussen vakbonden en Stichting de Maasveren zijn stukgelopen, volgen komende week 48-uurs-stakingen. Al blijven ze de scholieren wel gewoon overvaren.

Buiten op het dek vertelt een passagier in zwarte bestelwagen dat hij honderd procent achter de schippers staat. „Die paar procent die ze bieden, da’s amper genoeg voor de inflatie, daar kun je geen ei van kopen. Terwijl jij alle dagen werkt, zon- en feest, alles.”

„Ach, we sterven niet van de honger,” reageert Koopman. „En het aardige van deze acties is dat je je naaste collega-schippers weer wat vaker ziet. Er komt vast wel wat uit.”

Vóór hij, in 1977, op deze pont kwam varen, werkte hij een half jaar in een fabriek. „Verschrikkelijk. Hier ben je tenminste buiten.”

De bestelwagen trekt op. Opgestoken hand uit het raampje. „Dag Rien.” „Dag Hans.”

Ja, hij ontmoet veel mensen. „En de gesprekken duren nooit lang, dus het kan nooit vervelen.”

Christiaan Weijts schrijft op deze plek iedere vrijdag een column.
    • Christiaan Weijts