Vasten, halal eten en vaker bidden

SCP-Rapport religieuze beleving

Moslims beleven hun religie steeds sterker, stelt het SCP. Gevreesd wordt dat dit de afstand tussen moslims en niet-moslims verder vergroot.

De Mevlana Moskee in Rotterdam. Foto Robin Utrecht/ANP

Turks- en Marokkaans-Nederlandse moslims worden steeds strenger in de leer. Het meest vrome en strikt praktiserende deel groeide sinds 2006 onder zowel de Turkse (van 37 naar 45 procent) als Marokkaanse groep (van 77 naar 84 procent). Het deel seculiere moslims, dat niets aan hun religie doet, bleef gelijk, maar is zeer klein.

Dit blijkt uit het rapport De religieuze beleving van moslims in Nederland, van het Sociaal en Cultureel Planbureau dat volgende week dinsdag zou verschijnen, maar dat deze week per ongeluk al op de site belandde waarna het alsnog werd gepubliceerd. De cijfers zijn uit 2015. De onderzoeker wijst op een negatief effect van de toegenomen religiositeit: de grotere sociaal-culturele afstand tussen moslims en niet-moslims. Het lijkt „de leefwerelden van moslims en niet-moslims alleen maar sterker van elkaar te scheiden”.

Het rapport gaat vooral over de twee grootste moslimgroepen in Nederland, de Turks- en Marokkaans-Nederlandse moslims. Daarnaast keek onderzoeker Willem Huijnk naar de religieuze beleving van een aantal kleinere moslimgroepen: Afghaanse, Iraanse, Iraakse, Somalische en Surinaamse Nederlanders. Somalische Nederlanders lijken in religieus opzicht op Marokkaanse Nederlanders. Surinaams-Nederlandse moslims zijn het rekkelijkst. Het rapport gaat niet over extremisme of streng-orthodoxe moslims. Daarover zijn te weinig gegevens, stelt Huijnk.

Ongeveer 6 procent van de Nederlandse volwassenen is moslim, van wie het grootste deel een niet-westerse achtergrond heeft. Ongeveer tweederde is van Turkse of Marokkaanse herkomst. 94 procent van de Marokkaanse Nederlanders beschouwt zichzelf als moslim. Dat is tussen 2006 en 2015 niet afgenomen. Vijf procent is niet gelovig. Van de Turkse Nederlanders beschouwt 86 procent zich als moslim, tegen 93 procent in 2006. Tien procent is ongelovig. Voor de overgrote meerderheid van beide groepen is het moslim-zijn heel belangrijk. Dat is sinds 2005 niet toe of afgenomen.

Lees ook: Moslims in Nederland ervaren discriminatie meer dan elders in EU

Het leven in een niet-islamitisch, westers land leidt dus niet tot secularisering. Dat kan komen, stelt Huijnk, door de negatieve sfeer rond moslims en de islam. Het versterkt het gemeenschapsgevoel onder moslims en versterkt de neiging zich te wenden tot de islam. Daarnaast kan een sterkere religiositeit een reactie zijn op het leven in een seculiere en liberale omgeving, schrijft de onderzoeker. Gelovigen zijn in de minderheid en een religieuze levensstijl is niet vanzelfsprekend. Daardoor worden gelovigen ertoe gedwongen zelf actief het geloof te onderhouden, om te voorkomen dat het verslapt.

Dat zou kunnen verklaren waarom Marokkaans-Nederlandse vrouwen en meisjes vaker een hoofddoek zijn gaan dragen: van tweederde in 2006 tot ruim driekwart in 2015. Dit geldt ook voor de tweede generatie, jongeren en hoogopgeleiden. Ongeveer de helft van de Turks-Nederlandse moslima’s draagt een hoofddoek – ouderen vaker dan jongeren. Dat percentage is hetzelfde als in 2006.

Marokkaans- en Turks-Nederlandse moslims zijn vaker gaan bidden: van de eerste groep bidt ruim driekwart vijfmaal per dag, bij de tweede groep is dit een derde. Halal eten is voor vrijwel alle moslims belangrijk. Velen vasten tijdens de ramadan: 87 procent van de Marokkaans-Nederlandse moslims vast alle dagen; bij de Turkse-Nederlandse moslims is dit 55 procent. Bij beide groepen is dat iets afgenomen.

Vijf typen moslims

Om verschillen bínnen groepen te laten zien, onderscheidt het SCP vijf typen moslims. Seculiere moslims doen niets aan hun religie. Culturele moslims vinden het geloof wel belangrijk, maar dóen er niet veel mee: ze bidden niet en gaan niet naar de moskee. Selectieve moslims doen dat wel, maar niet frequent. Vrome moslims vinden hun geloof zeer belangrijk, en doen er veel aan: zij bidden veel en volgen de voedselvoorschriften nauwgezet. Zij belijden de islam voornamelijk thuis.

Lees ook het interview met de Belgische journalist Jan Leyers:„Het ware conflict speelt zich af binnen de islam zelf. Tussen de islam van de wet en de islam van het hart.”

Bij de strikt praktiserenden speelt de islam in het dagelijkse leven de grootste rol. Ze zijn religieus zeer actief, bidden vaak, bezoeken de moskee, eten halal, vasten in de maand ramadan. Zij vinden dat ook andere moslims moeten leven volgens de regels van de islam. Strikt is overigens niet hetzelfde als streng-orthodox of salafist (aanhanger van de fundamentalistische islam). Dat betreft een kleine groep, exacte cijfers ontbreken.

Nederlandse moslims werden strikter. Bij zowel de Turks-Nederlandse als de Marokkaans-Nederlandse groep is het percentage culturele moslims sinds 2006 afgenomen. Het aandeel seculiere moslims bleef gelijk. Een langer verblijf in Nederland en het toenemen van het opleidingsniveau hebben nauwelijks geleid tot secularisering, vooral niet bij de Marokkaanse Nederlanders, constateert de onderzoeker.

Die mate van religiositeit heeft effect op de levenshouding van de moslims: seculiere moslims voelen zich het meest verbonden met Nederland, zijn het meest progressief in hun opvattingen, hebben het vaakst betaald werk en relatief veel sociale contacten buiten de herkomstgroep. Op veel punten zijn de strikt praktiserende en de vrome moslims de tegenhanger van de seculiere moslims. Hun band met Nederland is veel minder sterk, ze bewegen zich vooral bínnen de eigen groep en wijzen gemengde vriendschappen of relaties af.

Er is onder alle moslimgroepen weinig begrip voor mensen die geweld gebruiken voor hun geloof of steun voor het idee dat geweld soms de enige manier is om een ideaal te bereiken.

Correctie (8 juni 2018): in een eerdere versie van dit stuk was in de tabel bij het item ‘ziet zichzelf als moslim’ de verkeerde kolom gemarkeerd. 95 procent van de Somalische Nederlanders ziet zichzelf als moslim, tegenover 94 procent van de Marokkaanse. Het eerste percentage had als hoogste moeten worden gemarkeerd; de percentages zelf waren juist.

    • Sheila Kamerman