Toezichthouder

NVWA: bedrijfsleven moet beter letten op voedselfraude en vaker melden

Demonstratie van de Rijks Inspectie Terminal in Rotterdam. Foto ANP

Het bedrijfsleven moet voedselfraude vaker melden aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Dat schrijft de toezichthouder in een rapport, dat deze donderdag aan de Tweede Kamer wordt aangeboden. Het is de eerste keer dat de NVWA deze rapportage, die de jaren 2015 en 2016 beslaat, opstelt.

De ‘waakzaamheid en meldingsbereidheid’ van bedrijven bij voedselfraude (of vermoedens daarvan) moet omhoog, schrijft de NVWA. Signaleren en melden gebeurt nu nog ‘onvoldoende’.

Daarnaast concludeert de NVWA dat mogelijkheden voor en winstgevendheid van voedselfraude toenemen, bijvoorbeeld door langere voedselketens en de stijgende vraag naar biologisch eten. Ook de circulaire economie zorgt voor nieuwe risico’s, meldt de NVWA. Bijvoorbeeld doordat bij recycling van verpakkingen schadelijke stoffen in voedsel terecht kunnen komen.

Desalniettemin concludeert de NVWA dat voedsel in Nederland „over het algemeen veilig is”.

De fipronilcrisis van vorig jaar, toen de verboden stof fipronil werd aangetroffen bij eenvijfde van de legkipbedrijven, werd in het rapport niet behandeld. Daarover verschijnt voor het zomerreces een rapportage van de commissie-Sorgdrager.