Rechtsherstel voor huiseigenaren die in jappenkamp zaten

Tweede Wereldoorlog Na de oorlog werd bij Joodse huiseigenaren achterstallige belasting gevorderd. Zij krijgen ‘moreel rechtsherstel’. De gemeente Den Haag roept nu ook Indische Nederlanders die in jappenkampen zaten op zich te melden.

Vrouwen en kinderen tijdens de Tweede Wereldoorlog in een jappenkamp. Foto Spaarnestad

Om hoeveel Indische Nederlanders het gaat, weet Silfraire Delhaye, voorzitter van de commissie Indisch Moreel Rechtsherstel, niet. „Geen honderdtallen”, vermoedt hij. „Maar we weten het niet.”

Wat wel bekend is, is dat Nederlanders die in de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië waren geïnterneerd in zogenoemde jappenkampen bij aankomst in Nederland „een kille en koele ontvangst” kregen. En daar zou best onder kunnen vallen dat de gemeente Den Haag de huiseigenaren onder hen achterstallige erfpachtcanon liet betalen voor die oorlogsjaren en straatbelasting.

Voor Joodse huiseigenaren geldt sinds vorig jaar dat zij ‘moreel rechtsherstel’ kunnen krijgen. Het gaat niet om een wettelijk recht, omdat de heffingen destijds rechtmatig waren, maar om erkenning dat Den Haag in die naoorlogse jaren „zonder begrip voor leed” heeft gehandeld. Voor Joden zette Den Haag 2,6 miljoen euro voor opzij. Enkele tientallen mensen hebben inmiddels informatie opgevraagd.

Je zult maar geïnterneerd zijn geweest en dan aangeslagen worden voor achterstallige belastingen

Silfraire Delhaye voorzitter commissie Rechtsherstel

Toen die regeling werd goedgekeurd door de Haagse gemeenteraad, kwam de vraag op of de compensatie ook zou gelden voor Indische Nederlanders die in jappenkampen zaten, en de zogenoemde Buitenkampers. Ook zij zouden immers in Den Haag onroerend goed gehad kunnen hebben. De stad is van oudsher de plek waar veel Indische Nederlanders wonen. In 1930 telde Den Haag zo’n 12.000 mensen die in Nederlands-Indië waren geboren.

Het NIOD, instituut voor oorlogsdocumentatie, deed op verzoek van de gemeente onderzoek. Het kwam tot de conclusie dat er geen aanwijzingen zijn dat sprake is geweest van naheffingen voor geïnterneerden uit Nederlands-Indië. Máár zegt het instituut voor oorlogsstudies ook „nadrukkelijk”: „Gezien de beperkte beschikbare bronnen uit die tijd, is niet uit te sluiten dat het in een enkel geval is voorgekomen.”

Het antwoord van Den Haag is daarom ‘ja’. Ook Indische Nederlanders hebben recht op moreel rechtsherstel. Sinds vorige week kunnen zij – of hun erfgenamen – zich melden bij de commissie Indisch Moreel Rechtsherstel.

Delhaye, voorzitter van het Indisch Platform en ook voorzitter van deze commissie, is „bijzonder positief” verrast door de opstelling van Den Haag, vertelt hij telefonisch. Uit de Indische achterban was geen specifiek verzoek gekomen voor moreel rechtsherstel in het kader van deze regeling, zegt hij.

Hij vergelijkt het met Het Gebaar, de financiële tegemoetkoming aan de Indische gemeenschap die haar in 2000 werd geboden bood voor „het formalisme, de bureaucratie en de kilte” waarmee de overheid haar na de Tweede Wereldoorlog had bejegend. „Eigenlijk kan dit daaronder geschaard worden: je zult daar maar geïnterneerd zijn geweest en dan aangeslagen worden voor achterstallige belastingen”, zegt Delhaye.

Lees ook over Het Gebaar: ‘Indisch Gebaar smaakt naar meer’

Hij zegt: „Het is heel goed voor te stellen dat ambtenaren die voor een paar jaar werden uitgezonden, hun huis in Den Haag verhuurden. En het ging ook om werknemers van grote ondernemingen als Shell en Billiton.” Er bestaan alleen geen lijsten van Indische Nederlanders die onroerend goed hadden in Den Haag en archieven zijn grotendeels vernietigd.

De kans dat oorspronkelijke eigenaren, die het rechtstreeks aangaat, zich melden, acht Delhaye zeer klein. „Misschien wel nihil. Het is afwachten of er reacties komen. Wellicht worden de nazaten wakker geschud en bedenken die dat opa of oma ooit in Den Haag een huis heeft gehad.”

De gemeente heeft alvast 150.000 euro opzijgezet. Betrokkenen hebben een jaar om te reageren.

    • Titia Ketelaar