Opinie

Nieuw tv-beleid trekt zich te weinig aan van het doel van de NPO

Juist op de dag dat in volle omvang duidelijk wordt wat de gevolgen zijn van de nieuwe tv-plannen van de publieke omroep, komt koepelorganisatie Nederlandse Publieke Omroep (NPO) met een zeventig voorbeelden tellend overzicht dat de maatschappelijke waarde van zijn programma’s moet illustreren. Het EK voetbal voor vrouwen, noemt de NPO bijvoorbeeld, en het publieke debat over pleegzorg na een VPRO-documentaire. Het document heet Rapportage Maatschappelijke Waarde.

Tv-programma’s, radio-uitzendingen en internetproducties van grote publieke waarde – die zouden de kern moeten vormen van alles wat de publieke omroep doet. Van iedereen en voor iedereen, zoals de NPO dat graag noemt. Zo is de subsidie van bijna 900 miljoen euro die jaarlijks wordt verstrekt het best besteed. En zo onderscheidt de publieke omroep zich maximaal van de commerciële zenders RTL en SBS.

Lees ook: Publieke omroep gaat de strijd aan met Netflix

Wie de uitgelekte conceptplannen bestudeert, kan zich echter afvragen of het nieuwe tv-beleid van de publieke omroep die maatschappelijke waarde het best garandeert. De NPO voert een grote schoonmaak door, maar is het de juiste grote schoonmaak?

De NPO maakt veilige keuzes – ook al wil het af van de gewoonte om overal BN’ers in te zetten als allemansvrienden en kijkcijferkanonnen. Experimenteren wordt niet echt meer aangemoedigd. Zenders en programmering worden samengesteld om commerciëler „uit te nutten”: strakkere leeftijdsprofielen per zender (voor de adverteerders), meer programma’s die mensen willen bingen (en kopen via NPO Start Plus).

Gaat hiermee de maatschappelijke waarde van de publieke omroep omhoog? Niet per se. En de plannen komen ook niet ten goede aan een pluriform nieuwsaanbod als actualiteitenrubrieken die minder kijkers trekken, zoals Brandpunt+, De Monitor en Zembla, moeten vrezen voor hun voortbestaan. Ondertussen speelt de NPO nog steeds geen rol van betekenis in de regionale nieuwsvoorziening. Samenwerking met regionale omroepen die hun meer bekendheid moeten geven, gaat moeizaam.

Is er straks nog ruimte voor ‘moeilijker’ drama over complexe maatschappelijke thema’s of politieke geschiedenis (De Zaak Menten, Het Land van Lubbers) als alle series van het verdiepende NPO 2 naar het populaire NPO 1 verhuizen? Dergelijk drama is duur, veel duurder dan commerciële zenders als RTL en SBS willen betalen. Maar drama over een gemeenschappelijk verleden verbindt Nederlanders misschien toch meer dan een eenvoudige detective.

En dwingt de NPO filmmakers in een keurslijf als zij vooral een bepaald type documentaires moeten maken? Die moeten bij voorkeur meerdere afleveringen hebben en ‘personality-driven’ zijn, net als bij Netflix.

„Netflixje spelen” wordt het plan van de NPO schertsend genoemd om meer publieke programma’s online tegen betaling aan te bieden. Dat past in een trend in de media: meer en meer zorgt de abonnee voor de inkomsten van krant en tv-zender, en niet langer de adverteerder. Bij de NPO gaat dat toch niet helemaal op: we hebben al betaald, via de belastingen.

Grote fans willen misschien twee keer betalen voor hun favoriete serie. Maar de meeste kijkers vinden één keer genoeg. Sterker, als je zou vragen of de omroepbijdrage weer moet worden ingevoerd – omdat de consument tegenwoordig alleen wil betalen voor wat hij afneemt – zeggen veel Nederlanders vermoedelijk ‘nee, bedankt’. Ook al trekken sommige NPO-programma’s nog steeds miljoenen kijkers.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.