Waar liet Moreau zijn naakte modellen poseren?

Kunst op reis Waar leefden kunstenaars? Op reis naar de plekken waar zij hun stempel drukten. Deze week het tochtige atelier van Gustave Moreau in Parijs.

Foto’s Erik van Zuylen

Er staan twee kachels in het atelier waar Gustave Moreau (1826-1898) zijn vreemde, onheilspellende schilderijen schilderde. Die kachels zijn fiks, er kon veel hout in, maar voor deze ruimte lijkt het weinig. Bovendien staan ze tegen de wand, niet in het midden. Langs de planken vloeren zal het gewaaid hebben, en de hoge ramen waren vast niet tochtvrij.

Die ramen zien uit over de daken van Montmartre met de kenmerkende Parijse schoorstenen. We zitten hier onder het dak, dit is de zolderetage. Romantisch – maar je zal hier in de herfst of de winter naakt model staan voor de schilder die je betaalt met de grijpstuiver waardoor je niet hoeft te tippelen. Of liet Moreau de vrouwen in de gloed van de kachels poseren? Daar vertrouw ik maar op, ik heb geen zin in sombere gedachten. Want ik ben hier zo graag, voor een duik in de Belle Époque.

Hier, dat is midden in Parijs, chez Moreau in de rue de la Rochefoucauld, een wijde straat in het negende arrondissement. Moreaus ouders kochten dit pand in 1852 voor hun 26-jarige zoon en namen er samen met hem hun intrek. Gustave is er altijd blijven wonen, werkend in het atelier op de zolder. Hij was een eeuwige vrijgezel, al gaan er geruchten over een romance met Alexandrine Dureux, de „meilleure et unique amie” die tot haar dood dagelijks op visite kwam, vijfentwintig jaar lang.

Alle wanden hangen vol

Wie Moreaus huis bezoekt, passeert op de eerste etage zes krappe kamers vol meubelen en snuisterijen. De kleine salon van zijn moeder liet hij na haar dood intact. Het bed in de slaapkamer is het bed waarin hij zelf stierf, onder het dubbele fotoportret van hem en zijn moeder, hun gezichten naar elkaar gedraaid, niet als moeder en zoon maar als een echtpaar.

Zijn legion d’honneur ligt in een vitrine in de gang. Alle wanden hangen van boven tot onder vol met kleine kunstwerkjes, soms van Moreau zelf, meestal van anderen. Er is, bijna onzichtbaar achter spiegelend glas, een gravure van Rembrandt: een portret van zilversmid Jan Lutma. Heb je je door die kamers gewrongen, dan mag je naar boven.

Daar is, sinds Moreau in 1895, drie jaar voor zijn dood, zijn huis liet omturnen tot Musée Moreau, het grote atelier waar het mooiste daglicht over zijn schilderijen en aquarellen wordt uitgestort. Achter fluwelen gordijntjes zijn duizenden tekeningen opgeborgen. Die zijn te ontsluiten via ambachtelijke hendeltjes.

Het is hier dat ik kom proeven van Moreaus obsessie met Salomé. Vele malen, telkens hetzelfde en telkens anders, schilderde en tekende hij de bijbelse prinses terwijl ze op het punt staat te gaan dansen voor wellusteling Herodes, in ruil voor het hoofd van Johannes de Doper. De symbolist Moreau beeldt af hoe haar lichaam de troonzaal verlicht, en hoe de gloed van haar ziel Herodes verbleekt tot een schim op een troon. Het verveelt me nooit.

In dit atelier slingert zich een art-deco-wenteltrap omhoog, ontworpen door Albert Lafon. Hij is een wonder, het is of hij hier gegroeid is en hij splijt de toegang open naar Moreaus oorspronkelijke atelier op de derde etage.

Hier zijn ook schetsen in glazen kastjes achter groenfluwelen gordijnen, wanden vol schilderijen en aquarellen (zoek Salomé) en krakende vloeren, glad en glanzend van tientallen lagen lak. Hier en daar is een plank vervangen – waardoor ik denk: maar dan is de rest misschien wel echt van toen.

In dat geval bewaren die planken de herinnering aan de schoenzolen van Gustave Moreau. En konden ze praten dan hadden ze het vast over de blote voeten van de vrouw die poseerde als Salomé.

Musée Moreau is op de meeste dagen te bezoeken van 10-17.15 uur. Dinsdags gesloten. Maandag, woensdag en donderdag dicht tussen 12.45-14 uur. Rue de la Rochefoucauld 14, Parijs, Entree 6 euro. Metrolijn 12, halte Trinité, Saint- Georges of Pigalle. musee-moreau.fr
    • Joyce Roodnat