Het boek voor onzekere ouders heeft een nieuwe versie

Opvoeding Ondanks twijfel aan de wetenschappelijke basis ervan zochten talloze onzekere ouders houvast in het boek Oei ik groei!. Onlangs verscheen van de bestseller een nieuwe editie.

Foto Istock, bewerking NRC

Huilen, hangerig, humeurig. Baby’s hebben dagen waarop ze hun ouders soms tot wanhoop drijven. Hun kind is niet tevreden, maar waarom? De baby kan in een ‘sprongetje’ zitten, zeggen veel mensen.

Het sprongetje is een mentale groeispurt, en daar heeft het kind last van. Die verklaring gaven gedragswetenschapper Frans X. Plooij en zijn vrouw Hetty van de Rijt 26 jaar geleden in hun razendpopulaire boek Oei, ik groei! Onlangs is een nieuwe editie uitgebracht. „Er zijn nog twee sprongen op 15 en 17 maanden toegevoegd”, zegt Xaviera Plas-Plooij, dochter van de schrijvers. Ze is mede-auteur en onderdeel van het bedrijf achter Oei, ik groei!, dat ook verschillende andere boeken (Weetjes & Mijlpalen, Het negen maanden dagboek) en apps uitbrengt.

Oei, ik groei! is bedoeld om ouders de ontwikkeling van hun baby en dreumes te laten begrijpen. Wereldwijd zijn er 2,5 miljoen exemplaren verkocht, schat Plas-Plooij. Van de nieuwe druk zijn er inmiddels 10.000 exemplaren verkocht.

Ouders kunnen erin opzoeken wat hun baby of kind rond een bepaalde leeftijd zou moeten kunnen. Een baby van bijvoorbeeld vijf weken oud kan wat meer om zich heen gaan kijken en meer reageren op zijn omgeving. En hij kan, zoals dat vaak bij de sprongen gaat, huilen, of hangerig of humeurig zijn. Een enorme geruststelling voor bezorgde ouders die niet weten waarom hun baby maar huilt.

In de nieuwe editie zijn nog meer elementen toegevoegd, zegt Plas-Plooij. Het taalgebruik is minder oubollig, de aandacht voor de rol van de vader is prominenter. En we laten de bandbreedte zien op welke leeftijd een kind iets zou moeten kunnen, zegt Plas-Plooij. Dat is niet voor niets. Ouders vonden het boek niet fijn omdat erin stond met welke leeftijd een kind bepaalde vaardigheden (zoals lopen of draaien) onder de knie moest hebben, terwijl ouders die ontwikkelingen helemaal niet zagen bij hun baby van zeg 5 maanden.

Ouders twijfelen voortdurend of ze hun kinderen te veel verwennen. „Voed op als een filosoof en maak twijfel constructief”, raden Stine Jensen en Frank Meester aan.

„Er stond nooit zo letterlijk in het boek wat kinderen op een bepaalde leeftijd moesten kunnen”, zegt Plas-Plooij. „Maar dat lazen mensen er wel in. We noemden eerder de vroegst mogelijke leeftijd waarop een kind iets kon, nu de hele periode. We willen ouders niet zenuwachtig maken, maar geruststellen.”

Onzekerheid

Ouders die geruststelling zoeken vormen een gretige doelgroep. Ze kopen boeken, zoeken online. Ze zijn vaak onzeker, willen de opvoeding zo goed mogelijk doen.

Waar komt die onzekerheid vandaan? Filosoof Frank Meester, die met Stine Jensen het boek De opvoeders schreef, vertelt dat ouders nu heel bewust kinderen krijgen. „Ze willen het dan ook goed doen.” Bovendien zijn veel tradities verdwenen. „De moeder zorgde, de vader ging werken, de pastoor was er voor advies. Je moet nu zelf bedenken wat het beste is, maar we weten helemaal niet wat het beste is.”

Dus zoeken ouders hun heil vaak in boeken. Maar die spreken elkaar ook nog wel eens tegen, zegt Marlies Rijnders, onderzoeker en verloskundige van TNO Child Health, de afdeling van TNO gericht op preventieve zorg voor kinderen. En dan geven jeugdverpleegkundigen op consultatiebureaus soms ook nog ander advies. Het zorgt voor een hoop onduidelijkheid en dus onzekerheid bij nieuwe ouders.

In de wetenschap wordt de theorie over de sprongen nog wel eens betwist en eind jaren negentig leidde dat zelfs tot een academische rel

Om dat op te vangen organiseert Rijnders ‘centering’, waarbij ouders in groepsverband onder leiding van een jeugdverpleegkundige bij elkaar komen. „Er wordt over verschillende zaken gepraat, mensen wisselen tips uit en we stimuleren ouders ook om zelf over dingen na te denken. Dat gaat van eten en slapen tot waar je traphekjes koopt. En dat werkt.”

Terug naar het boek. In de wetenschap wordt de theorie over de sprongen nog wel eens betwist en eind jaren negentig leidde dat zelfs tot een academische rel. Carolina de Weerth, destijds promovenda, weerlegde de theorie van haar promotor Frans X. Plooij. De Weerth vond bij de geselecteerde kinderen uit haar promotie-onderzoek dat de theorie van Plooij moest bewijzen, niet alle sprongen. En ook niet in de voorspelde periodes. Andere wetenschappers schaarden zich achter haar. En met haar wetenschappelijke artikel over de theorie van Plooij won ze een prijs van het Institute for Study of Education and Human Development.

De Weerth vond overigens (met andere wetenschappers) wel bewijs voor sprongen, alleen niet zo universeel als beschreven in Oei, ik groei! Soms ontwikkelen baby’s zich snel, dan staan ze weer even stil. Dat is allemaal zeer individueel.

Xaviera Plas-Plooij reageert fel als de academische twijfels over het onderzoek van haar ouders ter sprake komt. „Dit onderzoek is internationaal talloze keren gerepliceerd. Op universiteiten in Oxford, Girona en Göteborg. Als je daar vraagtekens bij zet, heb je de literatuur gewoon niet goed gevolgd. Dit is geen wetenschappelijke discussie maar een persoonlijke vete.”

Veel verschillende redenen

De promovenda van toen, Carolina de Weerth, is inmiddels hoogleraar psychobiologie van de vroege ontwikkeling aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. „Er zijn heel veel verschillende redenen waarom een baby hangerig of huilerig is”, zegt ze. „Dat kan ook met krampjes te maken hebben, honger, behoefte aan aandacht of zo’n versnelde ontwikkeling.” Ze zegt ook na 1997 geen bewijs te hebben gezien dat de theorie van Plooij wel zou kloppen.

Heeft u vragen over opvoeding? NRC legt ze voor aan deskundigen

De Weerth is naar eigen zeggen heel voorzichtig om op basis van onderzoek ouders advies te geven. „Ieder kind is anders, iedere ouder ook.” De Weerth hecht meer waarde aan de juiste ondersteuning en informatie voor ouders dan aan de opvoedboeken. „Uit professioneel begeleide gesprekken in een groep leren ouders het meeste.” Omdat ze dan steun van elkaar krijgen, hun twijfels op tafel kunnen leggen en informatie van de professional krijgen die voortkomt uit breed onderzoek, zegt ze. „Ze moeten vooral beseffen dat perfecte baby’s niet bestaan. Perfecte ouders trouwens ook niet.”

Hetty van de Rijt, Frans X. Plooij, Xaviera Plas-Plooij: Oei, ik groei! (71se druk). 512 blz, 29,99 euro, Fontaine Uitgevers

    • Alex van der Hulst