De hoop op verandering is vervlogen in Jordanië

Demonstraties

Jordaniërs brachten de regering ten val, nadat hogere belastingen en corruptie een brede beweging op de been hadden gebracht. Na een week verliezen de demonstranten langzaam hoop en focus.

Demonstranten woensdag in Amman. Foto Amel Pain/EPA

Mannen en vrouwen met petjes en Jordaanse vlaggen, sommigen in beroepskleding zoals doktersjas of toga, kijken verwachtingsvol naar de man op het podium bij de vakbondenfederatie in Amman. Camera’s van internationale tv-ploegen draaien. „We moeten de nieuwe regering een kans geven …” begint vakbondsleider Ali al-Abous. Dan wordt hij overstemd door oorverdovend boegeroep.

Precies een week geleden begonnen de protesten voor de deur van ditzelfde gebouw. Een wetsvoorstel voor nieuwe inkomstenbelastingen leidde tot een algemene staking onder verschillende beroepsgroepen. Toen daar de dag erna ook nog prijsstijgingen bij kwamen, gingen mensen in verschillende steden van Jordanië de straat op. Ze slaagden erin de regering ten val te brengen, maar stuiten nu op de grenzen van hun mogelijkheden.

De protesten zijn in de eerste plaats economisch. „Eerst de belastingwet van tafel, dan pas kunnen we praten”, zegt ingenieur Ahmad Qadi. Met de aangekondigde belastingwijzigingen wordt de drempel voor inkomstenbelastingen verlaagd, waardoor een grotere groep belastingen moet betalen. Dat wetsvoorstel is voor Qadi de druppel.

„Alles wordt duurder, overal wordt belasting op geheven, de regering kan niets anders verzinnen om de economische problemen op te lossen dan het geld bij de bevolking te halen.”

Lees ook: Premier treedt af, protest gaat door

Corruptie

Toch maken de demonstranten in Amman, veelal afkomstig uit de middenklasse, zich niet alleen zorgen om hun eigen portemonnee. Het gaat ook om het gebrek aan transparantie en de corruptie, zegt apotheker Mohammed Khalil. „We leven van leningen en de staatsschuld neemt alleen maar toe. Waar gaat al dat geld heen?” Het gevoel heerst dat de regering niets teruggeeft voor wat van de bevolking wordt gevraagd. „Ik wil best belasting betalen, als ik werk heb en gezondheidszorg en goed onderwijs”, zegt Ehab Azzam, een andere demonstrant. De werkloosheid in Jordanië is opgelopen tot 18 procent. „Ik zie al tien jaar dezelfde gezichten in de regering, die onze miljoenen besteden aan dure auto’s en baantjes geven aan hun familieleden.” Volgens een recent rapport van de Wereldbank was juist die combinatie van verslechterende leefomstandigheden voor de middenklasse en onvrede over corruptie een belangrijke aanleiding voor de Arabische Lente, de opstanden in andere Arabische landen in 2011.

We leven van leningen en de schulden nemen toe. Waar gaat al dat geld heen?

Mohammed Khalil, apotheker

De Jordaanse economie is grotendeels afhankelijk van hulpgelden. Die liepen in de afgelopen jaren terug – volgens sommige analisten doordat grote donors als de Verenigde Staten en Saoedi-Arabië zich om politieke redenen terugtrokken. Daarnaast drukte de komst van zo’n 660.000 Syrische vluchtelingen op de economie. „Maar de economische problemen waren er al lang voor de Syriërs”, zegt econoom Hussam Ayesh. De belastinghervorming hoort bij de vereisten van het Internationaal Monetair Fonds, dat in 2016 een miljardenlening verstrekte.

„Maar er zijn ook andere manieren om het begrotingstekort terug te dringen”, zegt Ayesh. „Deze demonstraties hebben de elite doen realiseren dat er veranderingen nodig zijn. De nieuwe regering moet een samenhangend economisch beleid ontwikkelen en het vertrouwen van het volk herwinnen. Anders kan de volgende golf protesten weleens slechter aflopen.”

Volksbeweging

Het verschil met vorige demonstraties is volgens apotheker Khalil dat het „nu echt een volksbeweging is”. Er staan geen doorgewinterde activisten of politici aan het hoofd van de protesten. Doordat de eisen minder expliciet politiek zijn, doen ook bredere lagen van de bevolking mee. Bovendien waren er deze keer niet alleen in Amman, maar ook in veel andere steden demonstraties.

„Het verschil met 2011 is dat we ons lang hebben laten bang maken met het idee dat we niet als Tunesië of Egypte wilden worden”, zegt Issa Mahasneh, een werkeloze gids, „en we vragen hier ook nog steeds niet om een revolutie. Maar we willen wel echte verandering.”

Het lijkt erop dat koning Abdullah II het nu wel genoeg vindt met die demonstraties

Opvallende afwezigen zijn de islamistische partijen. „De Moslimbroederschap heeft zelf gezegd niet mee te doen”, zegt ingenieur Qadi. „Ze zouden ten eerste het volkskarakter van het protest meteen teniet doen omdat de regering daar harder op reageert, en ten tweede zouden ze alle credits opeisen.”

De Jordaanse koning Abdullah II, die zichzelf graag als hoeder van de eenheid profileert, heeft omstandig getoond dat hij zijn onderdanen serieus neemt. Niet alleen verving hij de premier door een voormalig minister van onderwijs die bekendstaat als een liberale econoom, hij liet zich daarbij ook in ongewoon harde bewoordingen uit over de aftredende regering, die volgens hem had zitten „slapen”. Woensdag voegde hij daaraan toe dat het belastingsysteem volledig herzien moeten worden. Maar hij sprak zich niet ondubbelzinnig uit tegen de nieuwe belastingwet, die nog door het parlement moet worden aangenomen.

Het lijkt erop dat de koning het nu wel mooi geweest vindt met de protesten. ’s Avonds worden de demonstranten steeds een stukje verder weggehouden van de centrale „4de rotonde” waar de residentie van de premier aan grenst en die de afgelopen dagen de centrale plek was van de protesten.

Veiligheidsdiensten

De veiligheidsdiensten zijn in groten getale aanwezig, maar laten de demonstranten grotendeels hun gang gaan. Maar vergis je niet, zegt Mahasneh. „De veiligheidsmensen zijn overal aanwezig. Het kan die jongen met de microfoon zijn, die de menigte overziet. Achteraf arresteren ze bepaalde leidende figuren.” De regering probeert de protesten ook op andere manieren klein te houden. Het telefoonsignaal in de buurt van het plein wordt kort voor de aanvang van de protesten zwakker. De website van de jongeren die het initiatief namen, werd door onbekenden gehackt. De nationale televisie bericht alleen over de regeringswissel. Khalil en zijn collega’s hadden hun hoop gevestigd op de vakbonden, die zich opwierpen als een neutrale speler in een voornamelijk economische zaak. „Maar sinds hij heeft gezegd ‘de regering een kans geven’ ben ik ook daarin het vertrouwen kwijt. De afgelopen dagen gaven ze al steeds tegenstrijdige boodschappen, over wel staking, geen staking, toch wel staking. Ook niet alle bonden doen mee. Dat ontmoedigt mensen.” Nadat ze werden uitgejouwd, zijn de vakbondsleiders verdwenen ,,voor overleg”.

Foto Amel Pain
Foto Ahmad Gharabli/AFP

Geen leiding

Daarnaast blijkt na een week protesteren dat het gebrek aan een duidelijke leiding voor- en nadelen heeft: het gebrek aan eenheid begint zich te wreken. Terwijl een deel van de demonstranten thuis blijft sinds maandag de komst van de nieuwe regering werd aangekondigd, vinden anderen dat hun eisenpakket bij lange na niet is ingewilligd. Het intrekken van de belastingen en verandering van het economische beleid blijft de eerste eis, maar daarnaast schieten de doelen alle kanten uit. De een wil het aftreden van de parlementsleden, de ander meer vrijheden en een derde eist dat de regering niet langer kritische sites blokkeert.

Ruim een uur later komen de vakbondsmannen naar buiten met de mededeling dat ze toch vasthouden aan hun eisen en doorgaan met de protesten. Een groot deel van de demonstranten heeft dan de verzengende zon van het plein al ingeruild voor een koelere bestemming. „Of de vakbonden het nou onderling oneens zijn of onder druk staan om te stoppen, hun wisselende standpunt is een veeg teken”, zegt Mohammed Khalil. „Ik begon deze week met hoop op echte verandering, maar nu is daar weinig van over.”

    • Jannie Schipper