Recensie

Dittrich maakt anti-reclame voor het spannende boek (●)

Boris O. Dittrich

Het geschenkboekje voor de Spannende Boeken Weken is een prestigieuze schrijfopdracht. Het resultaat van Boris O. Dittrich is fantasieloos, staat bol van de dorre taal en heeft een zeer voorspelbare clou.

Een rechercheur die een verdachte onder druk zet met de woorden: ‘Voor de draad ermee.’ Is dat thrillerschrijven anno 2018?

Het geschenkboekje voor de Spannende Boeken Weken is een prestigieuze schrijfopdracht. Zelfs internationale bestsellerauteurs als Nicci French en Stephen King hebben op uitnodiging van de Stichting CPNB een handzame thriller geschreven. Met vaak geslaagde resultaten als het geschenk van de Zuid-Afrikaanse auteur Deon Meyer in 2017 en van Marion Pauw in 2015.

Dat kan niet gezegd worden van Barst, het geschenk van Boris O. Dittrich (1955), het voormalig Tweede-Kamerlid Boris Dittrich. Dit boekje, dat in juni in een oplage van 338.000 exemplaren wordt uitgedeeld, is anti-reclame voor het spannende boek. Het is fantasieloos, staat bol van de dorre taal en heeft een zeer voorspelbare clou. In het Vondelpark in Amsterdam ligt een jongeman met een ingeslagen schedel. Twee rechercheurs nemen het moordonderzoek op zich. Daar doorheen speelt het verhaal van een kandidate aan een talentenjacht op televisie die door een onbekende wordt gechanteerd.

Gebrek aan humor

Dittrich publiceerde eerder drie welwillend ontvangen thrillers. Al is hem als schrijver ook wijdlopigheid en gemakzucht verweten. Barst lijkt wel op de automatische piloot geschreven. Een appeltje schillen, de lakens uitdelen, eieren voor zijn geld kiezen – wat sleetse beeldspraak betreft is het in dit geschenk ‘alle hens aan dek’. En leeft de schrijver zich eens uit, dan resulteert dat in vondsten als: ‘De woorden vliegen haar naar de keel, zoals een roofdier zich op zijn prooi stort.’ Of: ‘Nare herinneringen sijpelen naar buiten en knagen aan haar herwonnen zelfvertrouwen.’

Het lijkt er ook op dat Dittrich zijn verleden als parlementariër en rechter nog niet helemaal heeft afgeschud. Niet alleen spreken zijn personages vaak in rapportentaal en gebruikt hij ambtenarenjargon als ‘in beginsel’ en ‘normaliter’, ook verliest hij zich dikwijls in zinloze details. Hoe dun Barst ook is, het had probleemloos dunner gekund.

Maar de meeste ergernis wekt het gebrek aan humor. Dittrichs rechercheurs zeggen nooit eens iets verrassends. Het lijk van de jongen met de ingeslagen schedel is de bosjes ingesleept. En wat concludeert de leidinggevende rechercheur: ‘Dat wijst niet op een impulsieve hit-and-run. Nee, hier is iets anders aan de hand.’

Gelukkig vindt deze inspecteur Arglistig even later de verdachte die de lezer allang op het oog had. Die verdachte wordt daarna uiteraard ‘stevig aan de tand gevoeld’.

    • Arjen Ribbens