Een inspecteur van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleert bij een Utrechts vleesverwerkend bedrijf

Erik van 't Woud/ANP

‘Als je dag in dag uit kritiek over je heen krijgt, is dat hard’

Rob van Lint inspecteur-generaal NVWA

Na jaren van voedselfraude en -besmetting regent het kritiek op de toezichthouder, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Daarom wil inspecteur-generaal Rob van Lint nu graag benadrukken dat „ons voedsel in het algemeen veilig is”.

Een club waar iedereen een mening over heeft. Zo heeft Rob van Lint de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) leren kennen. Bijna een jaar is hij nu inspecteur-generaal van de toezichthouder. Hiervoor was hij de baas van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Ook al zo’n organisatie „waar mensen iets van vinden”.

Er waren dan ook ernstige incidenten: in 2012 enkele doden door salmonella in zalm en fraude met paardenvlees.

Kritiek klonk er ook vorig jaar, toen de NVWA werd verweten de crisis met fipronil in eieren te hebben aangewakkerd, toen de tweede man van de NVWA – Van Lint was op vakantie – in Nieuwsuur suggereerde dat mensen beter even geen eieren konden eten. Binnenkort verschijnt een evaluatie van de gang van zaken in het fipronildossier door de commissie-Sorgdrager, waar ook de rol van de NVWA wordt beoordeeld. Daarna kwam het verwijt dat de toezichthouder niet genoeg mankracht inzet om op te treden tegen grootschalige georganiseerde mestfraude in Limburg en Brabant.

En pas nog, toen inspecteurs pakketjes kweekvlees hadden verzegeld om te voorkomen dat het opgegeten zou worden. Flauw, vonden voorstanders van kweekvlees. Bovendien, de overheid houdt zo innovatie tegen.

Kritiek hoort erbij, zegt Van Lint. „Er zijn altijd mensen die wat vinden. Maar open zijn, ook over de dilemma’s die we hebben, kan in elk geval helpen begrip te kweken.”

Lees meer over de kritiek op de NVWA: Stukbezuinigd en te veel naar binnen gekeerd

Daarom wil Van Lint graag het rapport toelichten dat donderdag verscheen. De staat van voedselveiligheid heet het, en het beslaat 2015 en 2016.

De relativerende conclusie uit het rapport zou kunnen zijn dat de meeste mensen ziek worden van ongezond eten, niet van onveilig eten, of zich verslikken in een graatje of botje. Maar Van Lint neemt elk risico serieus. „Je moet oppassen dat je risico’s niet kapot relativeert en je het niet meer hebt over voedselveiligheid.”

Bovendien zijn er wel degelijk problemen. Wereldwijd wordt naar schatting met 5 procent van het voedsel gefraudeerd, en de mogelijkheden nemen volgens de NVWA toe. De groeiende vraag naar duurzaam eten vergroot bijvoorbeeld ook de verleiding om voedsel ten onrechte als biologisch te verkopen.

Het bedrijfsleven, concludeert de NVWA, zou de opsporing van fraude meer moeten helpen. Bedrijven zijn „onvoldoende in staat voedselfraude adequaat te signaleren en te melden”, meldt het rapport. Daaruit volgt ook een dwingende oproep: de „waakzaamheid en meldingsbereidheid” moet beter.

Ook online verkoop maakt gerommel met eten makkelijker. Van Lint: „Het toezicht op distributie en verkoop zijn op internet niet zo automatisch ingericht als bij de slager op de hoek. Daar kun je langsgaan, kijken of hij hygiënisch werkt. Maar hoe kom je er, als je een pakketje online bestelt, achter waar het bedrijf zit?” Het rapport noemt bijvoorbeeld op sociale media aangeboden afslankproducten die het verboden middel sibutramine bevatten, zonder dat dit op het etiket staat.

Hoe veilig is ons voedsel?

„In het algemeen is het voedsel in Nederland veilig. Dat is een heel belangrijke conclusie want voedsel raakt ons allemaal, iedereen eet. Dan is het van belang dat je vertrouwen kunt hebben in wat je eet en dat dat objectief is vastgesteld.”

Dat zijn twee verschillende dingen: vertrouwen kunnen hebben en vertrouwen hebben.

„We doen al langer onderzoek naar consumentenvertrouwen in voedselveiligheid en positief is dat het vertrouwen weer toegenomen is ten opzichte van de afgelopen jaren.”

Dat zou kunnen komen doordat vleesschandalen weer wat zijn weggezakt in het geheugen. Het maakt volgens Van Lint ook verschil of je vraagt naar een specifieke kwestie – fipronil, paardenvlees – of naar voedsel in zijn algemeenheid. En dan blijkt het met dat vertrouwen best goed te zitten, zegt hij. Veel beter dan bijvoorbeeld in Duitsland en Italië. „Dan stellen wij vast dat het stelsel van wet- en regelgeving goed in elkaar zit. Er zijn ongeveer 250.000 bedrijven in Nederland die voedsel verkopen, de meeste daarvan doen dat volgens de regels.”

In het rapport staat dat in 60 procent van de geïnspecteerde horeca- en cateringbedrijven ‘afwijkingen’ waren. Wat betekent dat dan?

„Dat betekent niet dat het merendeel van de bedrijven niet deugt. Wij doen risicogericht toezicht. Vooraf analyseren we waar zich de grootste risico’s bevinden, daar gaan we naartoe. In een klein deel van de geïnspecteerde bedrijven worden de regels niet nageleefd. Dat kan klein zijn – iets in de administratie is niet op orde – of groot, een bacteriebesmetting in vlees.”

Over het optreden van de NVWA zegt u: zacht waar kan, hard waar moet. Waarom traden jullie onlangs zo hard op bij kweekvlees?

„Wat we bedoelen met ‘zacht waar het kan’ is: we gaan er niet bij voorbaat van uit dat mensen de boel flessen. Maar als het vertrouwen beschaamd wordt, treden we stevig op. Heel spijtig, maar kweekvlees is niet goedgekeurd volgens de Europese regels.”

Wilde de NVWA een voorbeeld stellen?

„Nee, daarvoor zijn we een veel te serieuze autoriteit. En als we het andersom hadden gedaan, was de vraag geweest: waarom pak je zoiets niet aan? De politiek stelt de regels vast, wij zien toe op de naleving. Dat sommigen de regels te soepel vinden en anderen te streng, is onderdeel van ons werk.”

Lees meer over een Nederlands restaurant dat kweekvlees in de vriezer heeft liggen, maar die van de NVWA niet mag serveren

U waarschuwt ook voor de gevaren van de circulaire economie. Maar we willen toch met z’n allen meer recyclen en minder verspillen?

„We staan met z’n allen voluit achter de circulaire economie, het is goed om producten te hergebruiken. Maar het verhoogt het risico dat afval in de voedselketen terechtkomt. Een voorbeeld: verpakkingen kunnen verontreinigd zijn met minerale oliën zoals inkt, die bij hergebruik in voedsel terecht kunnen komen. Het is belangrijk om die nieuwe risico’s op tafel te krijgen.”

Vóór het zomerreces van de Tweede Kamer, onduidelijk is nog wanneer precies, presenteert de commissie-Sorgdrager haar conclusies. Daarnaast komt er nóg een rapport, ook naar aanleiding van fipronil, van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Die heeft een bredere insteek: voedselveiligheid in Nederland. Daarbij komt dus ook de NVWA aan bod.

De Onderzoeksraad voor Veiligheid concludeerde in 2014 dat de veiligheid van ons vlees niet gewaarborgd was. Hoe is dat nu?

„De afgelopen tijd hebben wij geïnvesteerd in opsporings- en fraude-onderzoek. Het toezicht, bijvoorbeeld in slachthuizen, is ook geïntensiveerd. De voortgangsrapportages laten zien dat er veel is gebeurd. Neem Braziliaans vlees, waarover zorgen waren. We hebben in Europees verband intensieve controles afgesproken. Al het vlees uit Brazilië wordt fysiek en op administratie gecontroleerd, daarnaast wordt van 20 procent van de ladingen een monster genomen dat in een laboratorium wordt onderzocht. Op het moment dat wij ergens bovenop zitten, zie je verbeteringen.”

De NVWA wordt gezien als een organisatie waarop te veel bezuinigd is. Taken erbij, geld en mensen eraf. Nu krijgt u er van de regering de komende jaren 45 miljoen bij. Wat gaat daarmee gebeuren?

„Daar wil ik nog niets over zeggen, omdat het nog onderwerp is van politieke besluitvorming. Maar het regeerakkoord is helder: toezicht op dierenwelzijn en voedselveiligheid.”

Is het genoeg? Er loopt nog een bezuinigingsronde, de organisatie moet nog steeds krimpen.

„Laat ik het zo zeggen: dit geeft een flinke dosis lucht.”

Het was een hectisch eerste jaar. Hoe kijkt u terug op vorige zomer, toen eenvijfde van de bedrijven met legkippen op slot moesten omdat het verboden middel fipronil in hun eieren was aangetroffen?

„Ik wil niet op de kwestie zelf ingaan zolang het onderzoek van de commissie nog loopt. Maar het is duidelijk dat de emotionele en economische impact [volgens een eerste schatting enkele tientallen miljoenen euro’s, red.] op de betrokken pluimveehouders heel groot geweest is.

„Onze mensen hebben heel hard gewerkt, juist ook om geblokkeerde bedrijven zo snel mogelijk weer vrij te geven. Als je dan dag in dag uit kritiek over je heen krijgt, is dat hard. Maar we zijn een publieke toezichthouder en gelukkig hebben we een samenleving waarin iedereen daar iets van mag vinden – en dat meen ik echt.”

Had u niet zelf bij Nieuwsuur moeten gaan zitten?

„Ik was er niet op dat moment, maar ik wil daar ook niet op ingaan. De evaluatie laat ik over aan de commissie-Sorgdrager.”

    • Martine Kamsma
    • Geertje Tuenter