Aan Chinese grens staan ze klaar om met Kim handel te drijven

Dandong

In de Noord-Chinese grensplaats Dandong zijn Noord- en Zuid-Korea ‘al een beetje herenigd’. In winkels ligt Noord-Koreaanse ginseng broederlijk naast Zuid-Koreaanse chips. Dandong hoopt op meer, na de top.

Chinese toeristen op de Vriendschapsbrug bij grensplaats Dandong. Foto Damir Sagolj

De keurig geklede en gekapte man draagt een klein rood speldje met het portret van Kim Il-sung op zijn poloshirt. Kim Il-sung, de eerste leider van het communistische Noord-Korea, is de vader des vaderlands. Noord-Koreanen die met officiële toestemming in het buitenland verblijven, dragen standaard zo’n speldje. Deze man spreekt vloeiend Chinees en is heel vriendelijk. „Ik heb hier in China een bedrijf van zo’n twintig mensen. We schrijven computerprogramma’s.”

Wat hoopt hij dat de topontmoeting van de Amerikaanse president Donald Trump volgende week oplevert met de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un, de kleinzoon van Kim Il-sung? Hij begint te lachen. „Iets goeds”, zegt hij, maar dan moet hij er weer snel vandoor.

Dat er iets goeds van komt, hoopt heel Dandong met hem. Dandong is de grootste Chinese stad langs de grens met Noord-Korea. Er wonen tegen de twee miljoen mensen. Het is er niet erg rijk; veel van de oude staatsfabrieken zijn al jaren failliet. Nu moet Dandong het hebben van de handel met Noord-Korea en van Chinese toeristen die met een verrekijker naar de Noord-Koreanen in de stad Sinuiju aan de overkant vanaf de rivier de Yalu komen kijken. Soms spelen ze zelf Koreaantje: in een traditioneel Koreaanse kostuum gaan ze op de foto terwijl boven hen het vrachtverkeer over de brug met Noord-Korea dendert.

Die brug, de Chinees-Koreaanse Vriendschapsbrug, is de belangrijkste verbinding tussen Noord-Korea en China: naar schatting 70 procent van de handel tussen beide landen gaat via deze spoor- en autobrug. Hij is nog gebouwd door de Japanners aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Je kunt de brug maar in één richting tegelijk gebruiken, zo smal is hij. Ernaast ligt nog een brug die maar tot de helft van de rivier loopt: de Amerikanen bombardeerden hem tijdens de Koreaanse Oorlog.

Vrachtwagens rijden op vaste tijden in colonne over de brug. „Deze komen uit China. Ze zijn vanmorgen heen gegaan en komen nu weer terug”, weet een vrouw die aan de voet van de brug mapjes met Noord-Koreaans geld, postzegels, spiegeltjes en sigaretten verkoopt aan Chinese toeristen. „Maar er rijden ook Noord-Koreaanse vrachtwagens over de brug.” Erg druk is het niet.

Souvenir met afbeelding van ‘vader des vaderland’ Kim Il-sung. Foto Damir Sagolj/Reuters

Zogenaamd op stage

Wat er in die vrachtwagens zit, weet ze niet. Daar praat men hier in Dandong sowieso niet graag over. Er zijn strenge, ook door China ondertekende VN-sancties tegen Noord-Korea van kracht die de export van olie naar Noord-Korea sterk beperken. Om de Noord-Koreaanse elite te treffen, is ook de export van luxegoederen verboden. Noord-Korea mag op zijn beurt geen kolen en geen vis en schelpdieren exporteren en goedkope Noord-Koreaanse arbeidskrachten mogen niet langer in het buitenland werken. Dit laatste is omdat hun loon voornamelijk in de Noord-Koreaanse staatskas verdwijnt.

In visrestaurant Arirang, met uitzicht op de rivier de Yalu, geven drie jonge Noord-Koreaanse vrouwen in kleurige, traditionele klederdracht toch gewoon een zang- en dansopvoering bij het eten. Dat doen ze elke avond. Een Chinees personeelslid vertelt desgevraagd dat de zangeressen hier op studentenvisa komen, of zogenaamd op stage. Dan komen ze het land nog wel in.

Ik kan toch niet zien of iemand een Noord-Koreaan of Chinees is?

Amerikaans-Koreaanse textielhandelaar

Traditioneel werken er in en om Dandong ook veel Noord-Koreanen in de textielfabrieken. Hun handwerk is van hoge kwaliteit, ze werken hard voor weinig geld. Dagen van 13 uur zijn geen uitzondering, en om te voorkomen dat ze naar China en uiteindelijk naar Zuid-Korea overlopen, zouden ze hun mobiele telefoons en hun paspoort moeten inleveren aan hun voorman.

Een Amerikaans-Koreaanse zakenman die handelt in textiel komt regelmatig in de fabrieken bij Dandong om er in te kopen. Of daar ook Noord-Koreanen werken? „Ik kan aan iemand toch niet zien of hij een Noord-Koreaan of een Chinees is?” antwoordt hij. Zijn naam wil hij niet geven. „Alles ligt gevoelig hier”, legt hij uit, terwijl hij even snel om zich heen kijkt.

Dandong lijkt in afwachting van wat komen gaat. Vlak bij de brug staat een warenhuis met zes verdiepingen vol luxeartikelen zoals tassen van Gucci en parfum van Chanel, schoenen van Prada en shawls van Salvatore Ferragamo. Het is er doodstil. De vrouw bij de inlichtingenbalie vertelt dat er regelmatig Noord-Koreanen komen. „Noord-Koreanen vinden de prijzen laag in vergelijking met wat ze in Noord-Korea voor luxeartikelen betalen.” Luxeartikelen komen nu alleen als smokkelwaar Noord-Korea binnen.

Chinese vissers in de Yalu bij Dandong recht tegenover Noord-Koreaanse grensposten aan de overkant van de rivier. Foto Damir Sagolj/Reuters

Voor minder koopkrachtige Noord-Koreanen zijn er de winkels met Zuid-Koreaanse chips, ondergoed, chocolade en speelgoed, producten die je vrijwel nooit in Chinese winkels ziet. Ertussendoor liggen ook wat Noord-Koreaanse toiletartikelen: zeep gemaakt van ginseng, reinigingslotion en huidcrème.

Op de Sidaoqiao-vismarkt in het centrum van de stad liggen grote, geruite schelpen met oranje schelpdieren erin. Omdat ze levend moeten blijven, liggen ze in een grote bak met stromend water. „Je moet ze rauw eten”, vertelt de dikke marktkoopman die de dode schelpen er tussenuit vist. „Rauw zijn ze het lekkerst.” De Noord-Koreaanse schelpdieren zijn niet gekweekt, maar gevangen. „Ons water is ook veel minder schoon dan daar in Noord-Korea”, prijst de koopman zijn waar aan.

Kopermijn

De illegale import van vis en schelpdieren is kinderspel vergeleken bij wat grote Chinese bedrijven lijken te doen. „Ik heb in mijn werk veel met de Noord-Koreaanse overheid te maken, en je mag mijn naam absoluut niet gebruiken”, zegt een jonge, gespierde man in een zwart T-shirt. Hij vertelt niet voor welk bedrijf of welke instelling hij werkt. „Wij leveren goederen die Noord-Korea nu hard nodig heeft, zoals rijst en graan. Maar ze kunnen het niet betalen.” Dat geeft niets, zo blijkt. Het is juist wel handig. „We vragen de exploitatierechten van bijvoorbeeld een kopermijn in ruil”, vertelt de man. Het is een beproefde methode die China ook in Afrika gebruikt. Zo bouwde het in Congo wegen, ziekenhuizen en universiteiten in ruil voor concessies om er koper- en kobaltmijnen te exploiteren.

In Noord-Korea is China al jaren verreweg de actiefste investeerder. Zo was in 2011 al zo’n driekwart van de ruim 350 joint ventures in Noord-Korea in Chinese handen. De meerderheid ervan hield zich bezig met de exploitatie van grondstoffen, meldde Bloomberg eerder dit voorjaar.

Een man kijkt op Chinees grondgebied over de Yalu-rivier naar Noord-Korea. Op de achtergrond de Vriendschapsbrug. Foto Damir Sagolj/Reuters

10.000 miljard

In het geval van Noord-Korea komt het extra goed uit dat het land niet voldoende cash heeft. China mag nu nog geen koper en andere mineralen uit Noord-Korea importeren door de VN-sancties, maar China heeft geduld. Als de sancties worden opgeheven, kan China het koper importeren. Noord-Korea is niet alleen rijk aan koper, ook aan ijzer, goud, magnesium en zink en aan de metalen die nodig zijn voor de productie van bijvoorbeeld smartphones. Schattingen over de waarde van die mineralen lopen op tot wel 10.000 miljard dollar, zo meldde The Economist in 2016 op basis van een eerder Zuid-Koreaans onderzoek.

Toen Kim en de Chinese president Xi Jinping elkaar in maart ontmoetten, schoten de huizenprijzen in Dandong even flink omhoog. Het ging vooral om flats in het enorme bouwproject De Nieuwe Stad, even buiten Dandong. Dat was vooral een een spookstad, een project gebouwd op eerdere hoop dat Noord-Korea open zou gaan en zijn economie zou hervormen.

China investeerde toen ook in een prachtige, moderne witte brug die de nieuwe verbinding met Sinuiju moest worden. Hij ligt vlakbij de wijk Singaporestad in de Nieuwe Stad. Maar aan de Noord-Koreaanse kant gebeurde er niets: daar eindigt de brug vijf meter boven een weiland; er hangt wel een trappetje aan, maar een weg ontbreekt. China wedde toen op het verkeerde paard: het land had afspraken gemaakt met Jang Song-thaek, de oom van Kim, maar toen die in 2013 werd geëxecuteerd hield alles op.

Nu moet het toch eindelijk iets worden met Noord-Korea, hoopt de chauffeur van een kanariegele taxi. „Er komt misschien een hogesnelheidslijn van Dandong via Pyongyang naar Seoul en dan door naar de haven van Busan in Zuid-Korea. Waarom niet? En er komt vast ook een moderne snelweg. Als dat gebeurt, worden we hier rijk”, zegt hij vol vertrouwen. „Kijk maar naar Shenzhen in het zuiden van China, dat groeide heel snel uit van een boerendorp tot een wereldstad, toen China zich beginjaren 90 openstelde voor buitenlandse handel. Dat gaat in Noord-Korea ook gebeuren.”

Als het zover komt, is Dandong er klaar voor. Maar vooralsnog is het wanneer je in de avond en richting Noord-Korea aan de overkant kijkt, nog pikkedonker.

Correctie (8 juni 2018): In een eerdere versie van dit artikel stond 10 miljard waar dat 10.000 miljard moest zijn. Ook is de inzet over dit artikel iets aangepast.

    • Garrie van Pinxteren