Tien jaar diensten in de fetisjkerk

LHBT De Amsterdamse homoclub Club Church bestaat tien jaar, en dat is niet vanzelfsprekend. Juist homoclubs hebben het moeilijk in de hoofdstad. „Ik kwam in een soort tweede puberteit terecht.”

Ik ben even verslaafd geweest aan die seksuele vrijheid”, zegt filmmaker Robin Vogel over homoclub Club Church. Op de foto een clubavond in Church in 2012. Foto Jan Carel Warffemius

Harde techno. De club staat vol met bijna allemaal mannen. Jong, oud, vol, gespierd. Een oudere, kalende man schuifelt naakt over de dansvloer. In veel clubs mag je je shirt niet uitdoen. Op deze plek geldt het tegenovergestelde: er zijn avonden waarop je je shirt niet mag aanhouden. Een man heeft zichzelf in een roze tutu gestoken, op zijn armen grote getatoeëerde tribals. Naast hem een Hells Angel met leren jack en hanenkam. Verderop aan de bar staat een aantal transvrouwen druk te praten met studentikoze jongens en meisjes.

De Amsterdamse homoclub Club Church bestaat nu 10 jaar. En dat is bijzonder; veel andere homo-uitgaansgelegenheden zijn de afgelopen jaren over de kop gegaan. Volgens de Gay Krant telde Amsterdam in 1982 62 homo- en lesbobars en 8 clubs. Vorig jaar was dit aantal teruggelopen tot 22 bars en 2 clubs. Een veelgehoorde oorzaak is de opkomst van datingapps als Grindr – voor seks hoef je de deur niet meer uit. Daarnaast winnen grootschalige, commerciële feesten aan terrein. Hoe behoudt Club Church dan toch de populariteit?

Op donderdagavond is Church vergelijkbaar met andere (homo)tenten: dansen, flirten, drinken. Op andere avonden onderscheidt Church zich; er worden speciale fetisj- en seksfeesten gehouden (dat gebeurt bijna nergens meer), er is plaats voor kunst (drag, fotografie, theater) en er zijn voorlichtingsavonden over seksuele gezondheid voor homomannen. Ook gaan de deuren overdag regelmatig open, dan komen mensen van scholen of kerken langs. De club hoopt zo het taboe op homoseks te doorbreken. Church telt zo’n 800 tot 1.000 bezoekers per week.

Church staat vooral bekend om de fetisjfeesten

Vanavond is er een reguliere clubavond. In een krappe rookruimte staat Vincent met een biertje. Hij danst met ontbloot bovenlijf. In het dagelijks leven zit de 55-jarige Amsterdammer (die vanwege zijn privacy niet met achternaam in de krant wil) op de vrachtwagen. Maar in het weekend danst hij in Church, al zeven jaar lang. Soms drinkt hij wat en maakt hij vrienden, soms komt hij voor de seks. „Het voelt hier vertrouwd”, schreeuwt hij over het geluid heen.

Dragintermezzo

De muziek verstomt. Een Moulin Rouge-achtige sfeer valt over de zaal. Op een klein podium verschijnen drie dragqueens. Een grote vrouw met baard en een oranje pruik verschijnt in toga. Ze begint te playbacken. Het publiek moedigt haar enthousiast aan. Na het dragintermezzo gaat de pruik af en verschijnt zij als hij op de dansvloer.

Een paar dagen eerder. De lichten zijn aan, de club is leeg. Aan de muren hangen informatieposters over PrEP – een middel dat een hiv-infectie kan voorkomen. Beneden zijn verschillende darkrooms: privéhokjes en een grotere ‘speelruimte’. Door de club hangen dispensers met papier, glijmiddel en condooms. In de hoek van de ruimte wiegt een zwarte schommel die met ijzeren kabels aan het plafond is vastgemaakt. Boven de bar staat een levensgroot beeld van een non op een sokkel. Ze heeft een bijbel in haar handen en Jezus aan haar voeten. Een speelse verwijzing naar de naam van de club – die aan de Kerkstraat ligt – maar wellicht ook naar de heteronormatieve normen en waarden van de buitenwereld.

Want ondanks de toenemende homoacceptatie blijft het taboe op homoseks onverminderd groot, vertellen Anne Rodermond (39, clubmanager) en Richard Keldoulis (55, mede-eigenaar). Je mag homo zijn, maar het mag niet gaan over seks, zeggen zij. En dat dat in Church wel gebeurt, is voor de buitenwereld niet altijd acceptabel. Rodermond: „Mijn familie heeft mijn geaardheid altijd geaccepteerd, maar toen ik uit de kast kwam, was er wel één ding: seks kon mijn dood worden.”

Lees ook hoe Nederlanders volgens onderzoek van het SCP tegen homo’s aankijken: Homo’s oké, maar liever niet hand in hand

Er wordt van onze club een grote zelfcensuur verwacht, vertelt hij. Volgens Rodermond is het beeld van een oppervlakkige seksclub niet correct. „Hij somt op: ze beantwoorden mailtjes van mannen met vragen over seks, gezondheid, fetisj. En ze ontvangen geregeld instanties zoals de GGD en de AIDS Healthcare Foundation. Maar ook homoseksuele asielzoekers konden laatst langskomen voor een SOA-test en voorlichting over seks. Eens per maand worden er bovendien tijdens feesten hiv-sneltesten gedaan.” En, zegt Rodermond, Church is heel actief in het PrEP-debat in Nederland. „Wij hielden als een van de eersten een grote informatieavond over het middel.”

Maar Church staat eigenlijk vooral bekend om de fetisjfeesten. Een fetisj is een seksuele aantrekkingskracht tot een bepaald voorwerp of ritueel, legt clubeigenaar Keldoulis uit. Iedere fetisj is een wereld op zich. Mannen die gek zijn op sportkleding (korte glimmende broekjes, voetbalshirts) hebben vaak niks op met zogenoemde ‘leernichten’ die helemaal in leer gekleed zijn.

Filmmaker Robin Vogel (35) maakte twee jaar terug de documentaire Weg van de kerk over Club Church. Zijn toenmalige vriend kwam er geregeld, maar Vogel snapte niet wat hij daar zocht. Eerst zag hij voornamelijk „de platheid van de tent”. „De seks die letterlijk open en bloot plaatsvond voor het zicht van anderen. Het was expliciet en het ging allemaal wel erg makkelijk.” De vergaande seksuele vrijheid die hij daar vond, stond lijnrecht tegenover zijn preutse opvoeding. „Ik twijfelde of die vrijheid goed was.”

De trailer van de documentaire Weg van de kerk.

Het duurde even voor Vogel er achter kwam waar Church in zijn beleving voor stond: vrijheid en een ontdekkingstocht van persoonlijke grenzen. „Ik kwam in een soort tweede puberteit terecht. Iets wat veel homomannen herkennen, want pas op het moment dat je uit de kast komt ga je op zoek naar je identiteit.”

Strak in het gareel

Volgens hem bestaan er vooroordelen over mensen die er regelmatig te vinden zijn. Ze zouden losgeslagen zijn en geen verantwoordelijkheden hebben. „Onzin”, meent Vogel. „Veel bezoekers van Church werken hard en lopen strak in het gareel.” Desondanks is het (homo)nachtleven wel een wereld waar je jezelf in kan verliezen, zegt Vogel. „Ik ben er even aan verslaafd geweest, aan die seksuele vrijheid. Elk weekend was ik in de club te vinden, voor de seks. Het is belangrijk eerlijk te blijven naar jezelf: is dit een toevoeging aan mijn leven en vind ik het nog wel echt leuk?” Inmiddels komt de filmmaker er niet vaker meer dan een keer per maand en heeft hij er niet iedere keer seks.

Foto Jan Carel Warffemius

Die verslaving herkent Thomas Krause (32) uit Amsterdam. Hij is al een aantal jaar een trouwe bezoeker. Krause zat een periode behoorlijk in de knoop met zichzelf. „Ik had het gevoel niet mezelf te kunnen zijn.” Hij voelde zich „dichtgeritst”. „Jarenlang heb ik mezelf niet durven omkleden waar andere mensen bij waren; in zwembaden kwam ik niet.” In Church durfde hij zichzelf te laten zien: zijn shirt ging er uit. „Ik vond er een alomvattende vrijheid, die ik op dat moment nodig had.” Maar die vrijheid is ook gevaarlijk. Als alles kan en mag, ligt het risico op seksverslaving op de loer.

Dealsniettemin blijft Church een bijzondere plek voor Krause. „Een plek waar de hele gemeenschap samenkomt en we de homocultuur vieren.”

    • Thomas de Man