Recensie

Snoezige shocktherapie van Babymetal: songfestivalliedjes met circle pit

Metal Het Japanse Babymetal combineert brute riffs met zuurstokzoete zang. Maar – OMG!!! – bij hun uitverkochte show in Utrecht ontbreekt een van de zangeressen.

Babymetal tijdens een optreden op Rock im Park in Duitsland deze week. Foto Timm Schamberger

Choqueren in de metal, dat valt nog niet mee. Het kan altijd harder, kwader, sneller, grimmiger of killer, maar toch: het meeste is al gedaan. Black metal door krankzinnige Scandinavische kerkenbranders, grafschennis door necrofiele satanisten, smakeloze kitsch van Marilyn Manson of Rammstein – been there, done that. En toch kreeg een paar gewiekste Japanners het voor elkaar. Want wat ontbrak er nog in het genre dat steeds extremer werd? Inderdaad: snoezigheid.

Zo werd Babymetal geboren, drie dartelende, in vrolijke tutu’s gehesen tieners die voor een (grotendeels in het decor weggewerkte doch) bruut scheurende metalband mierzoete zuurstokrefreinen stonden te kirren. In acht jaar tijd groeiden Su-metal, Yuimetal en Moametal uit tot wereldact en vaandeldragers van het zelfbedachte genre kawaii (= schattige) metal.

Kleine meisjes worden groot, en dus is het tijd voor een nieuwe scenario, verklapt een vooraf geprojecteerd Star Wars-filmpje dinsdagavond tijdens de eerste van twee uitverkochte shows in TivoliVredenburg. Babymetal is tegenwoordig namelijk ook van de dark side. Als vervolgens het doek valt, staan er vier mysterieuze samoerai-sinterklazen met een staf te zwaaien. Maar – OMG!!! – zodra zij hun maskers en mijters afzetten, blijkt Yuimetal te ontbreken! De zangeres is vervangen door twee microfoonloze dansers. Kwestie van ‘een nieuw narratief’, liet het management vorige maand weten, toen ze ook al ontbrak op de Amerikaanse tournee.

Daar hoor je overigens niets van, want alle achtergrondzang blijft gewoon op volle Chipmunk-sterkte doorgalmen, ook als er helemaal niemand de lippen beweegt. Hetzelfde geldt voor de indrukwekkende Jan Vayne-vleugel aan het begin van ‘Akatsuki’ en de batterij aan strijkers in de weeïge powerballad ‘The One’: ook nergens te bekennen.

De shocktherapie werkt. Je hoort in ‘Karate’ en ‘Gimme Chocolate!!’ heerlijke breakdown riffs uit de school van Pantera en Machine Head, maar je ziet een satanistische K3-coverband die tijdens het Aziëvisie Songfestival een tot op de millimeter nauwkeurig ingestudeerde choreografie afdraait waarvan Penney de Jager haar spitzen zou aflikken.

De fans schreeuwen mee in hun beste Japans en bouwen tijdens de beukende blastbeat-opera ‘Road of Resistance’ een heuse circle pit. Na een uur en elf nummers weet je zeker: ook al zit de hel al vol met metalheads, voor Babymetal is een speciaal plekje gereserveerd.

    • Frank Provoost