Recensie

Project Wildeman onderzoekt link tussen mens en machine

Theater

Muziektheatergroep Project Wildeman maakte naam met muziekstukken waaruit oerkracht sprak. In ‘Deep Blue’ geven ze zich over aan machinale bewerkingen.

Project Wildeman speelt ‘Deep Blue’. Foto Emma te Hietbrink

Vijf jaar geleden imponeerde Project Wildeman met hun rituele oerdans op woeste percussie in Wij. Het kwartet deed zijn naam eer aan. Daarna volgde onder een intrigerend interpretatie van Woyzeck en vorig jaar deed de groep een stap richting ervaringstheater met Happiness Unlimited. Met Deep Blue, gespeeld op Festival Karavaan in Alkmaar, is de groep terug bij de muzikale bron, nu in een onderzoek naar de link tussen mens en machine.

Lees ook de recensie van ‘Hapiness Unlimited’: Blindemannetje spelen bij Project Wildeman

Dat begint aardig met vragen aan het publiek of ze wel eens warme gevoelens voor een apparaat hebben gekoesterd. De antwoorden worden gesampled en met een sequencer tot ritmische patronen gesmeed. De bewerkingen sluiten aan op een ode aan hun muziekapparatuur, opgestapeld op een rijdende kubus.

Wat volgt, is nogal onsamenhangend. Wellicht is dat mede te wijten aan het gemis van vierde lid Robin Block, die zoveel als het poëtisch geweten van de groep leek te zijn. De Wildemannen treden nu op als trio. Iemand wandelt rond als viervoeter, met kunstvoeten, een voice-over spreekt, de drie verkleden zich tot bergen sneeuw die muziek maken en er rijden lampjes rond. Een enkele keer is er een muzikaal moment van schoonheid, zoals wanneer een kornet melancholisch opklinkt. Onthecht en abstract is de soundscape, maar ook willekeurig.

Tegen het einde is er een woeste dans op een harde beat, een stijloefening die aansluit bij de overgave van de Wildemannen tijdens Wij, maar het is te kort en te weinig. Na nog geen uur zijn zelfs de halve ideeën op.

    • Ron Rijghard