Recensie

Onvergetelijk afscheid van Rattle bij Berliner Philharmoniker

Klassiek Simon Rattle is op afscheidstournee met de Berliner Philharmoniker. Zijn visie op de ‘Negende symfonie’ van Bruckner is een gedroomde kroon op zijn 16-jarige chefschap: volmaakt gespeeld, intelligent, ontroerend en hyperopwindend.

Simon Rattle met Berliner Philharmoniker in het Concertgebouw Amsterdam. Foto Ronald Knapp

Welk orkest het beste van de wereld is, vormt een oeverloos gespreksthema voor liefhebbers. Natuurlijk is voor de Weense finesse en de Amsterdamse brille veel te zeggen. Maar live, met het oor op de borrelende buik van de klank, was de diagnose dinsdag bij de afscheidstournee van de na 16 jaar scheidende chefdirigent Simon Rattle duidelijk: in klankdiepte, energie en virtuositeit wint Berlijn.

Een eerste observatie-in-verwondering: de Berliner bestaat nog steeds voor 85 procent uit mannen, waar in het Concertgebouworkest de verdeling mannen en vrouwen ongeveer gelijk is. Tweede: de musici van de Berliner spelen, ingebakken in de orkestcultuur, zeer solistisch (of dat je bevalt is smaak) en voortdurend op de klippen van energie en inzet.

Rattles uitwuifprogramma bleek typerend eigenzinnig: de Nederlandse première van Hans Abrahamsens Three Pieces for Orchestra (2018), door Rattle in opdracht gegeven, ging zonder pauze vooraf aan nog een nieuwigheid voor Nederland: Bruckners Negende symfonie in voltooide, vierdelige versie (revisie 2010).

Abrahamsen is een componist die smaken verbindt. Zijn muziek is toegankelijk en origineel en kleurrijk. In het eerste deel spring je als luisteraar op een sneltrein die in volle vaart door afwisselend landschap raast – met slagwerk, celesta en maatwisselingen als swingingrediënten. Uit de nagalm daarvan welt een wiegenlied op, een struikelende samba, een lamento in de lage strijkers – met de eigenzinnigheid van de instrumentatie als constante. Je kunt je niet anders voorstellen dan dat dit stuk (net als eerder Abrahamsens Let me tell you) nog door menig orkest zal worden hernomen.

Hoofdschotel vormde Bruckners Negende symfonie mét het op basis van schetsen voltooide vierde deel. Dat overtuigde voor 80 procent, slechts bij vlagen had je het gevoel te luisteren naar een vaardig georkestreerd piano-uitreksel.

Interview met Rattle over Bruckners ‘Negende symfonie’ in de voltooide versie:

Maar wat zal beklijven is de uitvoering zelf: een schoolvoorbeeld van een symbiotisch afscheid tussen orkest en chef, waarbij de musici zich volledig gaven. In het openingsdeel werden motieven door de strijkers intens vocaal gespeeld: als een lied dat je niet in kunt houden. Het Scherzo denderde hyperopwindend, maar Rattle en orkest etaleerden gelijktijdig een sublieme analytische logica. Onvergetelijk: zoals een strijkersfortississimo in het ‘Adagio’ organisch uitdoofde in een pianissimo van de contrabassen. Als schoonheid, intelligentie, discipline en perfectie zo samenvallen, wordt muziek echt een hogere taal.

    • Mischa Spel