Nieuwe cao basisonderwijs zet alle leerkrachten in hogere salarisschaal

Primair onderwijs

In recordtempo heeft het basisonderwijs een nieuwe cao gekregen. Kabinet en schoolbesturen betalen flink mee.

Leerkrachten in het basisonderwijs voerden afgelopen jaar veel actie voor hoger loon en minder werkdruk. Foto GinoPress

Schoolbesturen en vakbonden zijn het eens over een nieuwe cao voor het basisonderwijs. De 270 miljoen euro die het kabinet al toezegde voor hogere salarissen wordt daarin besteed. Alle leraren komen in een nieuwe, „flink hogere salarisschaal”, aldus de onderhandelaars.

De PO-Raad – de vereniging van schoolbesturen – en de vakbonden hebben de overeenkomst woensdagavond bekendgemaakt. Naast de hogere schalen komt er per 1 september 2018 ook een algemene loonsverhoging van 2,5 procent. Verder krijgen alle basisschoolleraren in oktober een eenmalige uitkering van 42 procent van hun nieuwe maandsalaris en een eenmalige uitkering van 750 euro, naar rato van de aanstelling.

Met de invoering van de nieuwe salarisschalen wordt de omstreden ‘functiemix’ afgeschaft. Die mix werd in 2008 ingevoerd om het loopbaanperspectief van leraren te verbeteren. De afspraak die de overheid hierbij met PO-Raad en vakbonden maakte, was dat in 2015 48 procent van de basisschoolleraren in de hogere functieschaal LB zou moeten zitten. De overheid gaf hiervoor extra geld aan schoolbesturen. Vorig jaar bleek echter slechts 26,7 procent van de leraren een LB-functie te hebben; 72,9 procent zat in de lage schaal LA. De schoolbesturen kwamen de afspraken dus niet na.

„Met het nieuwe functiebouwwerk gaan we die oude afspraak in één keer voor de hele sector nakomen”, zegt Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad. „Schoolbesturen halen 70 miljoen euro uit hun begroting en voegen die toe aan de salarissen.” Voor sommige besturen zal dit „tot lastige keuzes leiden”, omdat zij bijvoorbeeld voor meer in plaats van duurder personeel hebben gekozen.

CDA-Kamerlid Michel Rog is „tevreden” dat het geld van de overheid voor de functiemix alsnog aan leraren wordt toegekend. Ook het versoberen van de bovenwettelijke regeling, waardoor werkloze leraren een minder hoge uitkering krijgen, noemt hij „een uitstekende ontwikkeling”. „Dat betekent dat er meer geld in de portemonnee van leraren komt.”

Estafettestakingen

Docenten en besturen in het basisonderwijs voeren sinds een jaar actie voor verhoging van het salaris en verlichting van de werkdruk. In oktober gingen zo’n 60.000 onderwijzers naar het Zuiderpark in Den Haag, en diverse regionale estafettestakingen volgden. De acties gaan door, ook nu er een nieuwe cao is; de 270 miljoen die het kabinet investeert is niet genoeg om de salariskloof met het voortgezet onderwijs te dichten.

Volgens de leraren zijn het lage salaris en de hoge werkdruk de twee voornaamste oorzaken van het oplopende lerarentekort. In 2020 is dat tekort naar schatting 2.000 voltijdbanen.

De acties in het basisonderwijs zijn aangezwengeld door PO in Actie, een actiegroep geleid door leerkrachten Jan van de Ven en Thijs Roovers. Deze groep maakte in oktober bekend een vakbond te worden. Zij zaten dus ook aan de onderhandelingstafel voor de nieuwe cao. Het akkoord wordt de komende weken voorgelegd aan de achterbannen. De cao geldt tot 1 maart 2019.

Den Besten benadrukt dat de onderhandelingen „ontzettend snel” zijn afgerond: binnen vier maanden, een recordtijd. „Iedereen was het erover eens dat er een nieuw loongebouw moest komen. En omdat we al een jaar verenigd zijn als het PO-Front, was er veel vertrouwen. Ik denk dat we elkaar daardoor aan de cao-tafel sneller verstonden.”

    • Mirjam Remie