Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Netwerkbederf bij GroenLinks en OM

Ooit ben ik op het sociale netwerk LinkedIn beland: een mens doet allerlei dingen die niet uit te leggen zijn. Ik vermoed dat ik had opgevangen dat netwerken enorm belangrijk is geworden, en als dingen enorm belangrijk zijn wil je ze niet missen.

Toch heb ik de betekenis van dat hele LinkedIn nooit kunnen doorgronden. LinkedIn stuurt me berichtjes als: ‘Feliciteer Piet Pieterse met vier jaar in dienst bij Piet Pieterse BV’. Ik gun Piet Pieterse zijn bv, en zijn vier jaar bij de bv, maar ik denk nooit: goed idee, even Piet Pieterse feliciteren.

Toch is het opvallend hoe voornaam we de kunst van het netwerken zijn gaan vinden. Je hebt er boeken en cursussen voor. Je hebt soorten netwerkers, je hebt technieken voor het netwerken. Het mysterie van het netwerken is voor ons volledig doorgrond.

Blijkbaar heeft netwerken een zelfstandige waarde gekregen. Zonder netwerken gaat het niet goed met ons.

Zelf zou ik denken dat je meer hebt aan goed werk – aan kwaliteit, collegialiteit, oog voor de wereld, etc. Want handig contacten kunnen leggen voor je carrière – wat zegt dat nou helemaal?

Reporter Marcel Haenen schetst in deze krant al weken hoe het netwerken binnen het Openbaar Ministerie op verbluffende wijze is ontaard in vermoedelijke integriteitsschendingen.

Magistraten die zo vaardig netwerken dat hun collegiale relaties veel te hecht zijn: het is daar voorgekomen dat een leidinggevende een functioneringsgesprek met de ex van zijn heimelijke geliefde voerde.

Dan denk je: minder netwerken, en meer gewoon werken, was misschien ook een idee geweest.

Het kan toeval zijn, maar bij GroenLinks heb je nu een vergelijkbaar geval. Dankzij EenVandaag kwam uit dat het Kamerlid Rik Grashoff, oud-partijvoorzitter, een relatie had met zijn opvolger, Marjolein Meijer. De relatie begon eerder dan de twee aanvankelijk zeiden, terwijl Meijer in een partijcommissie het Kamerwerk van Grashoff beoordeelde. De twee stapten woensdag op. Hetzelfde probleem: hun werk was veel minder goed dan hun netwerk.

De sterkste is hier nooit geliefd geweest, de slimste ook niet: daar zijn we te egalitair voor. Zo zijn we bij onze hoge waardering voor de sociaal handigste c.q. meest doortrapte uitgekomen. Vorm boven inhoud.

Het verklaart ook waarom je nog zelden sociaal afwijkende mensen in het openbare leven ziet: botte mensen, onhandige mensen, verlegen mensen, stille mensen.

In ruil daarvoor zien we nu overal netwerkbederf: het resultaat van onze neiging om sociale geliktheid hoger te waarderen dan kwaliteit van werk.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus.
    • Tom-Jan Meeus