Foto Frank Ruiter

‘Ik neem ready to wear heel letterlijk, ik mag erin opvallen, maar niet te veel’

Lunchinterview Modeontwerpster Isabel Marant (51) , in Nederland om haar achtentwintigste modewinkel te openen, laat de veroudering gebeuren. „Ik voel me goed zoals ik ben.”

Tien man sterk zijn ze vanochtend in Parijs op de Thalys gestapt om in Amsterdam de eerste Isabel Marant-winkel te openen. De hoofdstylist, de baas van het atelier, de studiomanager, twee van de drie ceo’s en modeontwerpster Isabel Marant (51) zelf staan rond het middaguur voor de winkeldeur in de PC Hooftstraat. Rokend, kletsend, lachend. Een Frans, een internationaal en een Nederlands pr-bureau hebben de officiële opening, de borrel, het feest na afloop én alle perscontacten tot in de puntjes georganiseerd. Alles helemaal ‘supèr!’ en ‘fantastique’, maar eerst eten. Het Franse gezelschap vertrekt naar de overkant van de straat, naar brasserie Georgette, om te lunchen. Zonder mij.

Dus wacht ik op de met ruige, witte wol beklede banken in de winkel, met naast me de neergesmeten tas (eigen ontwerp) van Isabel Marant, met daaroverheen haar verwassen, roze ribfluwelen jack. De winkelmeisjes op Isabel Marant-slippers schenken een flesje water voor me in. Voor en naast me hangen de kledingstukken die zo typisch Isabel Marant zijn. Spijkerbroeken met borduursels, bloesjes met ruches, voile jurken en daartussen grofgebreide zomertruitjes, sweatshirts en legergroene jasjes. Haar stijl is moeilijk te omschrijven, want van alles wat. Een beetje etnisch, tikje rock chic. Feminien en stoer. Herkenbaar en na-aapbaar. Haar beroemde hoge-hakkengympen worden volop nagemaakt, haar Parisienne-stijl tot in details gekopieerd. Heel Frans, maar toch draagbaar voor vrouwen die wat minder petite zijn dan Françaises. Niet goedkoop, maar ook weer niet zo buitensporig duur als de kleren bij de buren in de PC Hooftstraat (Louis Vuitton, Chanel, Versace).

Sneller dan verwacht is Isabel Marant weer terug. Ze duikt in haar tas op zoek naar sigaretten. Ze lacht haar tanden bloot en roept, hees én hard, dat ze een terrible smoker is en weg is ze. Ook al is de officiële opening pas later op de dag, de winkel is gewoon open. De eerste klanten zijn geen toevallige voorbijgangers, maar vrouwen met een missie. Ze aaien de bloesjes, voelen aan de bijzondere breisels van de vesten en in het souterrain wordt het eerste paar zilveren loafers (390 euro) gepast, in maat 41. Met de maten van de Nederlandse vrouw is rekening gehouden, zegt de enige man uit Marants entourage. Met iets grotere maten hebben ze genoeg ervaring opgedaan in hun winkels in Oslo en Kopenhagen.

Haar beroemde hoge-hakkengympen worden volop nagemaakt, haar Parisienne-stijl tot in details gekopieerd

Bij de deuropening staan twee onopvallende vrouwen in windjack. Kijk je nog een keer goed, dan zie je dat hun broeken, hun platte schoenen, hun tas en ook hun windjack van Isabel Marant zijn. En zij zijn Sophie Durflé en Nathalie Chemouny, beide ceo van het Marant-concern. Al vanaf 1994, toen Isabel Marant haar kledingmerk naar zichzelf vernoemde, laten zij gedrieën het bedrijf „organisch” groeien. En met ‘organisch’ bedoelen ze ook de verkoop in 2016 van 49 procent van de aandelen aan private equity-investeerder Montefiori. Met het extra kapitaal willen ze het merk uitbreiden. „Nog meer tassen, brillen, wie weet een parfum.” Voor hen telt dat het meerderheidsbelang in Franse handen blijft, en dat de ontwerpster zelf mede-baas blijft – tegenwoordig vrij bijzonder voor een groot modebedrijf.

Isabel Marant komt erbij staan en trommelt op haar buik. „Weet je wel hoe veel hónger ik had?”, zegt ze tegen niemand in het bijzonder. Ze praat Engels en Frans tegelijk. Over de derde ceo die vorig jaar bij het bedrijf is gekomen, Anouck Duranteau: „Die hebben we in Parijs achtergelaten. Ze had het te druk.” Duranteau is verantwoordelijk voor de expansie van het bedrijf. Er zijn nu 700 verkooppunten wereldwijd en (met Amsterdam meegeteld) 28 eigen winkels van Tokio tot Shanghai en van Los Angeles tot Dubai. „Het voelt alsof ze ook al vijfentwintig jaar bij ons werkt. We begrijpen elkaar zonder woorden, we overléggen niet eens. Zegt ze: ‘o Isabel, trouwens, ik heb dat en dat winkelpand gehuurd. En dan wist ik nog niet eens dat die stad een optie was.”

Vaak en veel rugpijn

Amsterdam was een logische stap, zegt ze. Aan de onlineverkoop zien ze in Parijs precies waar ter wereld vrouwen op een winkel zitten te wachten. De komende weken komt er nóg een winkel in Parijs (de vierde), in Hongkong (ook de vierde), en de eerste winkels in Barcelona, Milaan en Rome. Isabel Marant, nu schaterend: „We hadden overal winkels, behalve in Italië. Hoe kun je nou een modemerk zijn en niet in Italië zitten.”

„Zullen we?” Ze heeft het tegen mij. Ze loopt voorzichtig de trap af naar de benedenverdieping, één hand op haar onderrug. Ze heeft vaak rugpijn, zeker in tijden van drukte. (In de documentaire Le jour d’avant – een serie over modeontwerpers de dag voorafgaand aan hun modeshow – ligt ze de helft van de tijd op de grond). En druk is het, met zes nieuwe collecties per jaar, eigenlijk altijd. We nemen, naast elkaar, plaats op een bankje tussen stalen buizen, matglazen tegels en een grote spiegel. Ze kruist haar benen en laat haar elegante zilverkleurige slippertje klepperen. Ze volgt mijn blik naar haar voet, wrijft over haar – ongelakte – tenen en zucht theatraal. „O, het is vreselijk…”. Ze doet niets aan haar uiterlijk, zegt ze, en make-up vindt ze gedoe. Ze bestudeert zichzelf nu in de spiegel tegenover ons, plukt wat haren uit haar knot en constateert, alsof ze voor het eerst ontdekt dat die grijs zijn: „Gelukkig staat het me goed.”

Lees ook het interview metModel Ashley Graham: ‘Plus-size? Ik heb het liever over my size’

Ze is nu 51. „Vanaf mijn 45ste bereid ik me erop voor dat ik ouder word.” Ze is niet van plan de veroudering te verijdelen. Ze zou wat minder zongebruind moeten zijn, zegt ze en rekt het vel van haar wangen uit. „Ik word al donker in de schaduw.” Doordeweeks zit ze van vroeg tot ’s avonds laat op haar studio, maar vrijwel elk weekend gaat ze met man (tassenontwerper Jerôme Dreyfuss) en zoon Tal van 14 naar hun hutje in de bossen even buiten Parijs. „Geen elektriciteit, geen stromend water. En dan werk ik daar als een bezetene in de tuin.” Dus, informeer ik voor de zekerheid, haar voorbereiding op het ouder worden is…? „Niks doen.” Dat lijkt me, in haar wereld van mooie kleren en uiterlijke schoonheid, óók een besluit. Ze haalt haar schouders op. „Ik voel me goed zoals ik ben.”

Een tanig, jongensachtig meisje

Ze is de dochter van een Duits fotomodel en een Franse fotograaf. „Mijn vader had gehoopt op een blond meisje.” Ze wijst nu met twee vingers naar zichzelf en zegt: „Maar het werd dit.” Ze was zijn evenbeeld, zegt ze. Een tanig, jongensachtig meisje dat het liefst zijn kleren droeg. Een tweed jasje, een lang wit overhemd, maar dan wel met hoge hakken eronder. Eigenlijk precies de stijl die ze nu haar modellen op de catwalk laat dragen. Toen haar ouders scheidden, bleef zij met haar jongere broertje bij haar vader wonen in Boulogne-Billancourt, de grootste voorstad van Parijs. Later kwam er een stiefmoeder bij – een Yves Saint Laurent-type volgens Isabel Marant. „Zij heeft gezorgd voor het vleugje chic in mijn smaakontwikkeling.”

Foto Frank Ruiter

Als ze niet de kleren van haar vader droeg, zegt ze, maakte ze die zelf. Haar vriendinnen wilden er ook zo uitzien als zij, dus begon ze – op haar zestiende – een eerste, kleine kledinglijn voor vrienden. Ze kreeg winkels zo ver dat ze haar ontwerpen ophingen. In consignatie. „Ik kreeg geld als het verkocht.” En het verkocht. Zo goed, dat ze bedacht dat kleding ontwerpen wel eens een baan kon worden. Ze ging geen sociale economie studeren, wat ze van plan was. „Ik hou van statistiek, van cijfers en van feiten over hoe een samenleving zich ontwikkelt”. Ze koos voor de Parijse modeschool Studio Berçot. „Meer dan over kleding maken gaat het daar over wie jij als ontwerper bent. Daar worden persoonlijkheden gemaakt, het gaat over character building.” In haar geval was dat niet zo ingewikkeld, grijnst ze. „Ik heb met dat karakter van mij mijn ouders tot waanzin gedreven.” Ze heeft, zegt ze, altijd een sterk karakter gehad én een even sterke smaak. „Mijn sterrenbeeld is ram, een vuurteken. Ik weet precies wat ik wil en wat niet, wat ik mooi vind en wat niet.”

Lees ook het interview met Anne Chapelle, een van de bekendste zakenvrouwen in de mode: ‘In het begin vond ik de modewereld niet prettig’

Mode, zegt ze, is een weerspiegeling van de maatschappij. „Zoals mensen leven, zo kleden ze zich.” Zij vindt: vrouwen moeten laten zien wie ze zijn, en kleren ondersteunen dat. „Ik neem ready to wear heel letterlijk. Kleren moeten mooi én makkelijk zijn. Ik mag erin opvallen, maar niet te veel.” Háár mode is een weerspiegeling van haar persoonlijkheid. Ze is haar eigen eerste klant. Wat ze maakt, moet bij haar passen. „Ik ben wat ik draag.” Is dat de aantrekkingskracht van haar meisjesachtige rokjes, de schoenen waarop je wél kunt lopen, de gescheurde broeken? Kan elke vrouw daarmee een klein beetje Isabel Marant zijn?

Het merk Isabel Marant is groeiende. Deels omdat het moet. „Het is groeien of ten onder gaan in de mode.” Deels ook, denkt Marant, omdat steeds meer vrouwen haar „begrijpen”. Eerst in Europa en Noord-Amerika, nu langzamerhand ook in het Midden-Oosten en Azië. „Hongkong begrijpt me, China begint te komen.” De eerste generatie Chinese rijken kocht Chanel, Dior, Louis Vuitton. „Om te laten zien: ik heb geld.” Maar nu, met de komst van een nieuwe middenklasse, zijn er vrouwen die met (háár) kleren willen laten zien: „Ik ben sterk en zelfstandig én ik heb smaak.”

    • Rinskje Koelewijn