Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Excuses

Tijdens Italië-B – Nederland overviel me een gevoel van medelijden met Danny Blind, oud-buurtgenoot en ex-bondscoach. Toen ik nog in Betondorp woonde zag ik hem regelmatig door Diemen scharrelen. We frequenteerden dezelfde supermarkt, de mega-Albert Heijn aan Winkelplein Diemerplein, en ik zag hem ook weleens bij de toko aan de Arent Krijtsstraat en op het hondenuitlaatveldje.

Ik zwaaide dan nooit, maar liep hem voorbij zoals iedereen in Diemen hem voorbijliep. Ik wil graag geloven dat ik dat deed uit mededogen, om hem er niet aan te herinneren dat we hem ook op straat herkenden voor wat hij op dat moment was: de slechtste bondscoach van het Nederlands elftal sinds mensenheugenis.

De laatste keer dat ik hem zag was op het Loswalfestival, een feest in de zomer zoals ze dat alleen in Diemen kunnen verzinnen: iets met Dave Roelvink, Lange Frans en kraampjes en een springkussen langs het kanaal.

Hij stond daar nogal nonchalant saté te eten uit een plastic bak. Ik geloof dat ik zijn ontslag wegens wanprestaties toen nog terecht vond, dus ik liet hem verder maar en zei niets. Die mening is omgeslagen, sinds kort denk ik: alsof Ronald Koeman met dit materiaal destijds wel van Frankrijk en Bulgarije had gewonnen. Nee, Danny Blind is ontslagen omdat wij er nog aan moesten wennen hoe slecht we tegenwoordig zijn. Hij had gewoon op het verkeerde moment de goede baan.

„Als de ingrediënten niet deugen kun je roeren wat je wilt, maar dan wordt het nooit lekkere soep”, zei mijn moeder ooit met Kerstmis terwijl ze hoofdschuddend in een pan met schuim keek, en zo is het met het bondscoachschap van het Nederlands elftal ook.

De hand van Koeman is dat hij aan het onvermogen van de spelers ook nog een verdedigende spelopvatting toevoegt. Zodat we in september in de Nations League niet met 4-0 maar met 1-0 verliezen, maar dan wel met kut-voetbal. Je weet nu al dat er dan analisten zijn die dat een prestatie van formaat gaan vinden.

En juist dat vind ik erg voor Danny Blind.

De volgende keer dat ik hem zie staan, met of zonder plastic bak saté, zal ik een arm om hem heen slaan en hem zeggen dat iedereen nu wel doorheeft dat het niet aan hem heeft gelegen. Ik stel me zo voor dat hij mij dan bier geeft en dat we dan nog een hele leuke middag op bijvoorbeeld het Loswalfestival hebben.

Maar dat gaat natuurlijk allemaal niet gebeuren, want ik ben verhuisd en ik zie Danny niet zo snel door Wormer banjeren.

Jammer, heeft hij weer.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen